Naar de inhoud

Op Volendammer dijk gaan de sterretjes uit

Bron: Volkskrant

Op Volendammer dijk gaan de sterretjes uit
Als even na twaalven de kerkklokken het nieuwe jaar inluiden en in de verte boven het IJsselmeer overal vuurwerk oplicht, steken twee Duitse toeristen op de dijk van Volendam een bos sterretjes aan. Een groep meisjes, bozig, wijst naar het café even verderop, vertelt over de brand en hoe die ontstond. De sterretjes gaan uit.

De hele avond is het onwezenlijk stil geweest in het dorp. Op het moment dat een jaar geleden de kroegen vol stroomden, begint in de Mariakerk de eerste herdenkingsmis. Als de pastor langzaam de namen van de veertien omgekomen slachtoffers opnoemt en vrienden en familie voor hen een kaars aansteken, is achter hun rug door de hoge glas-in-loodramen een enkele vuurpijl te zien.

In de Vincentiuskerk zouden jongeren tijdens de nachtwake gedichten voorlezen maar ze kunnen niet meer dan roerloos stilstaan voor de portretten van de gestorvenen. Pastoor Berkhout zit achterin de kerk tussen de honderden brandende waxinelichtjes in een bruine leunstoel, de ogen gesloten. Het lijkt alsof iedereen de adem inhoudt en wacht tot middernacht.

Dan breekt het pantser van nuchterheid dat zoveel jongeren het afgelopen jaar hebben voorgehouden. Voor café De Hemel staan jonge jongens in elkaars armen te huilen. Een van hen droogt zijn tranen met een servetje van de oliebollenkraam. Het decor is hetzelfde als vorig jaar: sneeuw, vrieskou, een heldere hemel. Maar het pand waar toen werd feestgevierd toont nu een bijna lugubere aanblik. Achter de ramen op twee hoog is het pikdonker, de bar op de begane grond ligt vol gereedschap.

De begraafplaats naast de kerk wordt verlicht door felle lampen. De veertien stenen zijn aan het zicht onttrokken door een zee van bloemen. 'Het is niet waar dat de tijd alle wonden heelt', zegt burgemeester Bulte tijdens de herdenkingsdienst. 'Daarvoor zijn er te diepe voren in onze samenleving getrokken. In het afgelopen jaar zijn velen van ons meer dan een jaar ouder geworden.'

Saamhorigheid moet Volendam door het nieuwe jaar loodsen, zegt pastoor Berkhout de volgende morgen in een volgepakte kerk. 'Blijf solidair want het tweede jaar is soms nog moeilijker dan het eerste.' Het duurt bijna een halfuur voordat de duizend kerkgangers allemaal een waxinelichtje bij het altaar hebben gezet. Er zijn politieagenten, brandweermannen, gemeenteraadsleden.

Ook Bulte ziet hoop voor de toekomst. Hij spreekt over het onderzoek naar de Volendamse bestuurscultuur dat in opdracht van de commissie-Alders werd verricht. De belangenverstrengeling en de alom aanwezige gedoogcultuur zouden hebben bijgedragen aan de ramp. Bulte noemt het onderzoek 'weliswaar wetenschappelijk maar niet diepgravend' maar vindt ook dat de kritiek 'voor een deel zeker herkenbaar is'. De discussie erover, zegt hij, is 'een bouwsteen om veranderingen tot stand te brengen'.

Berkhout verwijst naar de tekst van Hooglied 2, vers 10-14: 'Kijk maar, de winter is heen, de regentijd voorgoed voorbij, op het veld staan weer de bloemen: de tijd om te zingen breekt weer aan.' Over de ernstige verminkingen van een groot aantal jonge dorpsgenoten: 'Zij blijven geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.'

Rond het middaguur staat de patatkoning op de dijk als vanouds kroketten te bakken. Voor de viskraam van Jan Snoek vormt zich een rij. De souvenirwinkels hebben de rekken met ansichtkaarten buiten gezet. In de cafés zitten de eerste jongeren aan een biertje. 'Werd het maar weer lente', zegt Berkhout. 'Was het maar waar dat alles straks weer gewoon wordt.'

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.