Naar de inhoud

Het is niet voorbij, het zit nog steeds in ons, in mij

Bron: AD

Het is niet voorbij, het zit nog steeds in ons, in mij
De dijk in Volendam bleef leeg dit jaar. Voor jongeren zoals Esther Binken en Simon Keizer woekert de cafébrand nog elke dag in hun hoofd. Het is te vroeg al weer vooruit te kijken.

Esther Binken (16) doet eindexamen mavo dit jaar, maar ze gaat het niet redden, vreest ze. ,,Ik kan mij niet meer concentreren, het gaat langs mij heen. ik heb het erg moeilijk met alles. Na de brand lag ik vier weken in het Academische Ziekenhuis in Leiden met brandwonden aan mijn rechterhand en aan mijn armen. In het ziekenhuis heb ik problemen met de narcose gehad, ze hebben mij iets verkeerds gegeven. Het ging lange tijd goed maar rond Pasen kreeg ik opeens hyperventilatie, alles werd wit voor mijn ogen. Ik kreeg ook angstaanvallen, vier keer op een dag. Ik was maandenlang bang voor alles.''

De aanvallen zijn nu minder. Ze gaat naar Mensendiecktherapie, loopt bij een psycholoog en bezoekt een magnetiseur. ,,Gewoon om te praten. Iedereen is er een beetje moe van de ramp, sommigen van mijn vriendinnen willen er helemaal niet meer over praten.''

Esther heeft een vriendenclub van 20 meiden met wie ze, voor de brand, alles deed. ,,Allemaal zaten we erin. Maar niet iedereen gaat er hetzelfde mee om, er zijn wel meningsverschillen in onze groep, we waren erg hecht, nu is dat niet meer zo. Een paar van ons zijn heel erg verbrand, dat vind ik verschrikkelijk. We missen een vriendin, Anja Kok. Ik ga regelmatig met een vriendin bij haar moeder langs, dan mogen we op haar kamer zitten of we gaan kijken bij het graf. 14 Lachende gezichten staren je daar aan. Drie kende ik goed, 11 van gezicht. Daar zingen we liedjes die Anja mooi vond. Op zich heb ik daar op het graf nog een beetje het gevoel dat ik bij haar ben.''

De magnetiseur die Esther sinds de ramp bezoekt, is volgens haar ook paranormaal begaafd. ,,Hij weet dingen over Anja, die kloppen precies. Ik geloof daar ook in. Hij vertelde dat zij ons erg mist, dat ze heel veel moeite had om afscheid van ons te nemen, maar dat ze gelukkig is daarboven. Ze is bij de andere slachtoffers. Wij moeten doorgaan, zegt ze, en elkaar steunen. Ik vertel dat ook aan Anja's moeder en aan de anderen. Die hebben daar ook veel aan.

,,De dag dat Anja begraven werd, gingen we op vakantie naar Kempervennen, een huisje van Centerparcs. Dat was lekker, even alle spanning van je af. Maar toen we weer terug waren, was het net alsof we naar een zwarte doos gingen, letterlijk, alles is hier zo somber.''

Ze heeft het gevoel dat ze haar jeugd kwijt is. ,,Het jaar voor de ramp was de mooiste tijd van mijn leven. Iedereen kende elkaar, met een hele grote groep hingen we 's avonds bij de Deli-snack en in het weekeinde met de hele groep bij iemand thuis. Lekker aan de drank, harde muziek op, praten, lachen. En soms op zaterdag naar het Hemeltje. Als we niet mochten, gingen we stiekem. Dan namen we muziek mee en dansten door de straten, dat is nu niet meer. Iedereen doet nu gewoon volwassen.''

Aan de avond van de ramp denkt ze elke dag, vooral 's avonds. ,,Het was die avond zo vol in de Hemel, echt niet leuk meer. Ik geloof nog niet dat daar zoveel van ons in pasten. Wij zaten met de club bij de nooduitgang toen het gebeurde. Die verschrikkelijke hitte, ik wilde toch via de deur naar buiten. Onderweg ben ik buiten bewustzijn geraakt, ik was bezig dood te gaan. Dat weet ik nog precies, het is een film in mijn hoofd. Toen zijn de ruiten ingeslagen en was er opeens weer zuurstof. Ik ben bij bewustzijn gebracht door Robert. We zaten alleen vast tussen de anderen, hij ook. Ik zei tegen hem dat hij bij mij moest blijven. Natuurlijk, zei hij. Ik kende hem daarvoor helemaal niet, hij is nu mijn beste vriend, hij begrijpt mij.

,,Ik denk er elke dag nog aan, omdat ik bijna dood ben gegaan, dat ik daar levend uit ben gekomen en anderen niet, dat kan ik niet bevatten. Ik heb het daar heel moeilijk mee. Ik wil ook graag over andere dingen praten, lachen enzo, dat lukt ook wel, maar het leven is niet alleen maar lachen meer, het is ook lelijk en moeilijk. Ik weet dat ik het niet mag denken maar soms zou ik willen dat ze mij ook hadden meegenomen. Ik moet het nu een plek gaan geven, zodat ik er over 20 jaar geen last meer van zal hebben.''

Simon Keizer (17) is vorige maand toch maar naar een psycholoog gegaan, omdat hij last kreeg van slaapproblemen. ,,Het is gekomen nadat Anja Kok stierf. De andere doden kende ik ook wel, maar geen van hen was echt een stevige kennis, dat was Anja wel. Ze stierf eind juli. Ze was wel ernstig verbrand, maar de dokters hadden haar netjes geopereerd. Ze was al in Volendam geweest, zelfs op de dijk enzo. Dat het nog mis zou gaan, hadden we nooit gedacht. Ze had een bacterie die pas laat werd ontdekt. Tijdens een operatie hebben ze geprobeerd de bacterie van haar hart te schrapen, maar ze had alle organen al te veel aangetast. Alles van die nacht kwam toen terug. Ik besefte dat het nog steeds niet voorbij is, het zit nog steeds in ons, in mij.''

Zijn vriendenploeg bestaat uit 11 man, van wie acht voetballers van de A1 van Volendam. Acht van hen waren ook in het Hemeltje. ,,Ze zijn er allemaal goed uitgekomen, zonder brandwonden, behalve twee. Een lag 26 dagen aan de beademing, dat waren angstige tijden. We spraken er in voetbaltermen over. De nieuwe huid op zijn rug moest plakken, die werd van zijn bovenbeen afgehaald. Elke avond gingen we bij zijn ouders langs. Toen het voor het eerst goed ging met die huid, zei zijn vader, `Het is 1-0 voor Wim, hopen dat ze niet gelijk maken'. Ik weet niet of iedereen er zo veel mee bezig is als ik. Ik denk er veel aan, waarschijnlijk omdat ik veel heb gezien. Een aantal voelde de verstikking en zijn naar buiten gerend, ik liep naar buiten en ben terug naar binnen gegaan.

,,Ik heb een film in mijn hoofd, verschillende films, mijn verhaal in stukken geknipt. Elke keer wordt een ander stukje gespeeld. De film begint vanzelf, dat staat vast, als je wilt dan komen de beelden niet. Je raakt er aan gewend, maar soms laat ik mij meeslepen, dan beleef ik het opnieuw, ook de paniek. Dat gevoel is niet te beschrijven, net als verliefdheid, dat gevoel kent iedereen, maar dit kennen alleen wij die erin zaten.

,,'s Avonds lig ik vaak te piekeren wat ik beter had kunnen doen. Ik heb iemand geholpen mee naar buiten te komen, die was er slecht aan toe. Hij zei: Blijf alsjeblieft bij mij. Toen kwam er een klasgenoot, die vroeg iets, ik draaide mij om en kon hem niet meer vinden in de chaos. Pas maanden later kon ik hem vertellen hoe erg ik dat vond. Ik bracht ook een meisje naar buiten. Later hoorde ik dat ze haar van de dijk afgeplukt hebben en naar het ziekenhuis hebben gebracht. Zij heeft het niet gered. Daar zit ik erg mee, nu denk ik dat ik beter bij haar had kunnen blijven.

,,Ik ging naar binnen en haalde een ander naar buiten, heel zwaarverbrand ook. Ik wilde niet dat hij weg zou vallen, dus ik zei: `Onthoud je dit wel'. Niet van; onthoud wat ik voor jou heb gedaan, maar om hem bij bewustzijn te houden. Ik heb mij maandenlang afgevraagd of hij mij niet verkeerd had begrepen, daar worstelde ik enorm mee, wat zou hij wel niet van mij denken? Het was voor mij een opluchting toen hij mij via een vriend vroeg langs te komen in het ziekenhuis in Brussel, zes maanden later was dat. Hij kon zich daar natuurlijk niets van herinneren, we hebben gewoon spontaan gepraat.

,,Hoe langer het geleden is, des te vager worden de details. Ik ben daar ook bang voor, omdat ik dan meer twijfels heb over wat er precies gebeurde. Ik ben ook op zoek naar details, waar ik precies stond toen het gebeurde bijvoorbeeld. Als iemand het jou vraagt en je weet het niet meer zeker, dan is dat verschrikkelijk vervelend. Ik wil het zeker weten. Zo denk ik erover, misschien zijn er ook die het gewoon willen vergeten.''

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.