Naar de inhoud

De andere kant van 't Hemeltje

Bron: Katholiek Nieuwsblad

De andere kant van 't Hemeltje
Het was een verschrikkelijke nacht, die 1e januari 2001. Rond en tijdens het komende Oud en Nieuw zullen veel Volendammers flink op hun tanden bijten of juist flink hun emoties laten gaan: de brand in café 't Hemeltje trekt nog steeds zijn sporen door de gemeenschap. De draad weer oppakken valt gewoon niet mee. Hulpverleners, professioneel of vrijwillig, weten er alles van.

Het is begrijpelijk dat de Volendammers de nieuwsgierige blikken van de pers niet altijd kunnen waarderen. "Nee, we willen er geen pers bij, waarom moet ons verdriet zo breed uitgemeten worden?" Zo, vertelt pastoor van der Hulst van de Mariaparochie, reageerden onlangs de ouders van de getroffen jongeren toen hij hen opbelde, omdat "de tv op oudejaarsavond ook weer overal bij wilde zijn". Tijdens de herdenkingsdienst die op die avond in de Mariakerk wordt gehouden, is de pers dan ook taboe.

Rouwproces
En ze hebben groot gelijk. Want één ding is wel duidelijk: het mag dan een jaar geleden zijn dat de brand in café 't Hemeltje het leven kostte aan uiteindelijk 14 jongeren en velen ernstig gewond raakten, de wond die deze ramp toebracht aan het bekendste dorp van Nederland is diep en nog lang niet geheeld.

Je kunt best naar Volendam om de toeristische dijk te bewonderen, maar niet om het verdriet van mensen te bekijken. Praten over hoe het nu gaat, kan dan ook alleen vanuit het besef dat mensen nog midden in een rouwproces zitten of volop bezig zijn deze ramp te verwerken. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar het is een privilege te spreken met enkele van de mensen die nauw betrokken zijn bij de nazorg. En hoewel de betrokkenen het zelf misschien niet eens in de gaten hebben (omdat ze er nog middenin zitten), blijkt dan wat een krachtig volk het is, en hoe een gemeenschap vanuit nog veel meer hoeken dan in dit artikel aan de orde kan komen, elkaar er weer bovenop probeert te helpen.

Bovenmenselijke taken
Ria Kes, zowel professioneel betrokken bij de hulpverlening als via de Vincentiusparochie bij verliesverwerking, vindt dan ook dat wel eens gezegd mag worden "hoe geweldig de jongeren met elkaar omgaan en hoe trouw ze naar elkaar toe zijn. Het zijn echt toffe jongens en sterke meiden." "Ik ken een vriendengroep die elke donderdag op bezoek gaat bij een van de slachtoffers die nog steeds in het ziekenhuis ligt. En er zijn ook jongeren die geregeld op bezoek gaan bij de ouders van hun overleden vrienden. Die vanzelfsprekendheid waar dat mee gebeurt, laat de grote sociale betrokkenheid in Volendam zien." Kijk, zegt ze reëel, "over de verbondenheid die hier zou bestaan wordt wel eens te idyllisch bericht. Maar er is zeker een grote sociale betrokkenheid. Buren, vrienden, familie, ze zijn allemaal bereid een handje te helpen."

Aandacht voor alles wat zich rond de ramp in Volendam afspeelt, kan volgens Ria Kes ook een goede zaak zijn. Maar hoe men erop reageert, ligt helemaal aan de fase van het verwerkingsproces waarin men op dat moment zit, of het nu gaat om aandacht van de pers of van de reguliere nazorg. "Zoals nu, dat het tegen 1 januari aanloopt, wordt de emotionele druk alleen maar zwaarder en komt weer een stuk van de oorspronkelijke woede naar boven." En dat geldt echt niet alleen voor degenen die de ramp hebben meegemaakt. Zelf is Ria Kes betrokken bij de nazorg van onder anderen de broers en zussen, grootouders en de begrafenisondernemers. "Broers en zussen komen voor de getroffenen vaak op de derde plaats, na hun ouders en vrienden. En dat valt niet altijd mee." "Veel van de grootouders hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog de leeftijd van hun nu overleden kleinkind." De ramp heeft hen diep geraakt "en zij herbeleven hun eigen verdriet". Bij hen die bij de begrafenisondernemers werken - vaak vaders en ooms van getroffen jongeren - bestaat soms een zekere mate van traumatisering. "Op één dag moesten ze acht overleden kinderen, want dat waren het toch nog, ophalen uit ziekenhuizen. Zij hebben bovenmenselijke taken moeten uitvoeren."

Verlies verwerken
Over rouwverwerking weten ook de beide pastoors van Volendam mee te praten. Pastoor van.der Hulst (75), al 37 jaar in Volendam werkzaam, noemt de overleden en gewonde jongeren "ook een beetje mijn kinderen". De ouders kent hij van toen ze zelf kind waren en veel van de contacten zijn dan ook informeel. "Je komt elkaar steeds tegen en ik bezoek hen zoveel mogelijk thuis." Tussen alle drukke werkzaamheden als dopen, trouwen en begraven door, valt dat niet altijd mee.

Pastoor Berkhout van de Vincentiusparochie, zelf kleinkind van een Volendamse en intussen 6,5 jaar pastoor in het vissersdorp, is nauw betrokken bij nasleep van de ramp. In een zonovergoten werkkamer schetst hij een beeld van de Volendammers en hun manier van omgaan met de dingen. "Vroeger werd de kost verdiend op zee, maar dat werd nooit dik betaald. Bovendien was het beroep 'levensbedreigend'. Vader en zoon konden samen verongelukken. En dan trok men weer naar de kerk. Men vond er toch altijd weer de kracht al het verlies dat men had geleden, te verwerken. En dat is heel ontroerend." "Ik heb het ook gemerkt bij de uitvaarten van de jongeren, begin van dit jaar. Ook bij hen was het zo vanzelfsprekend dat hun vrienden vanuit de kerk werden begraven."

Geloof fundament
Iedere maand ontvangt pastoor Berkhout de ouders van de overleden jongeren op de pastorie. Een van de ouderparen komt oorspronkelijk uit Duitsland. "De moeder is ooit evangelisch gedoopt, de vader is helemaal niets. Toen hun dochter op 18 januari overleed, wilden zij graag dat ze begraven zou worden zoals de andere jongeren, dus ook vanuit de kerk. Dat is ook gebeurd. De ouders zullen niet veel begrepen hebben van de katholieke liturgie, maar het is een verschrikkelijk grote troost voor hen geweest. En dan voel je ook wat de kracht is van de katholieke rituelen."

Ook volgens Ria Kes is het geloof toch een duidelijke houvast geweest voor de jongeren. "Je merkt dat het fundament er is." En hoewel het geloof zeker niet alle kant-en-klare antwoorden heeft, "hebben ze als het ware gevonden hoe ze ermee om moeten gaan". 'Hebt uw naaste lief' wordt ineens heel concreet in dat bezoekje aan de ouders van een overleden vriend, of het plaatsen van een bloemetje op het graf. En niet in de laatste plaats komen de jongeren erachter in hun onderlinge contact.

Langdurig proces
Bij de komende herdenkingen is de kerk dan ook volop betrokken. "Bij de Vincentiuskerk zal van Oud op Nieuw het kerkhof de hele nacht verlicht zijn, zodat men ernaartoe kan gaan. De kerk is de hele nacht geopend en er wordt een nachtwake gehouden met jongeren. In het midden staan een paar zuilen met foto's van de overleden jongeren, waar men een waxinelichtje bij kan zetten." Na de H. Mis op nieuwjaarsdag is er een plechtigheid op het kerkhof. "Men kan bloemen leggen bij de graven van de jongeren, en waarschijnlijk lopen ze dan in stilte langs 't Hemeltje om daarna een jongerenbijeenkomst te houden in een grote zaal. Hier op de pastorie komen dan de ouders van de gestorven jongeren weer bij elkaar."

Voor pastoor Berkhout, die naar eigen zeggen ook nog middenin in het verwerkingsproces zit, is komende nieuwjaarsdag weliswaar een nieuw begin, maar wel een heel moeilijk nieuw begin. "Het is bekend dat het genezen van brandwonden een langdurig proces is, en ook het genezen van de trauma's kan jaren duren."

Soms, en dat is van te voren niet te zeggen, komt een trauma er zelfs pas na jaren uit. "De kracht hier in Volendam is dat we elkaar goed kennen." Wat hem vooral heeft geraakt in het afgelopen jaar, en nu nog steeds, "is de grote liefde van de ouders voor hun kinderen. Je weet wel dat ouders van hun kinderen houden, maar wat ik gezien heb is onvoorstelbaar, zoveel moeite als zij zich hebben getroost voor hun kinderen. Dat is echt goddelijk." Die taak was en is nog steeds enorm zwaar. "Voor de getroffenen was in het begin de zin van hun leven weg. Op school lieten ze verstek gaan of maakten hun huiswerk niet. Ze waren soms onhandelbaar. Nu willen velen de draad wel weer oppakken, maar dat valt nog niet mee."

Door een hel
De vraag hoe pastoor Berkhout de toekomst ziet, benadert hij heel persoonlijk vanuit zijn diepe geloof in Christus. "Jezus voelde zich ook verlaten op het kruis, Hij deelde er in de gebrokenheid van de mensen en Hij ging door de hel. Tegelijkertijd was de volheid van God in Jezus. Als je zegt 'ik ga door een hel', dan mag je dus weten dat Jezus zich juist een heeft gemaakt in zijn menswording daar waar jij de hel ervaart. Daar is Hij te vinden. En dat kun je alleen maar verstaan vanuit de liefde. Jezus deelt met jou het lijden in liefde, opdat jij mag delen in de heerlijkheid van zijn glorie en verrijzenis. Hij deelt de sprakeloosheid, de machteloosheid, want zo was Hij op het kruis. Zo diep is Hij gegaan uit liefde om dat met de mensen hier nu te delen. Dus, wanneer mensen zich uit liefde éénmaken met het lijden van elkaar om elkaar te dragen, dan wórdt het ook gedragen."

Foto: Erik van den Boom

Pastoor Berkhout: "Je weet wel dat ouders van hun kinderen houden, maar wat ik gezien heb is onvoorstelbaar." En dat is de andere kant van 't Hemeltje. Een gemeenschap waarin het appèl klinkt aan ieder om met zijn eigen kunnen en ook zijn eigen nukken, mee te dragen in het lijden en daardoor het herstel van geschonden levens, gebroken harten en gewonde zielen. "Zo brengt", om met pastoor Berkhout te spreken, "men elkaar van dood naar leven".

Het Anker
Twee uit hout opgetrokken noodgebouwen staan naast het Don Boscocollege aan het begin van Volendam. Hier is Het Anker gevestigd, het advies- en informatiecentrum voor alles wat met de nieuwjaarsramp te maken heeft. Sinds kort kunnen de getroffenen ook voor andere diensten hier terecht, bijvoorbeeld voor een afspraak met de revalidatiearts of ergotherapeut. "Direct na de ramp", vertelt coördinatrice Karin Hoogeveen, "hebben slachtoffers en hulpverleners van de discobrand in Götenborg (Zweden) contact gezocht met Nederland. Hun aanpak, waarbij je probeert vrijwilligers uit de eigen gemeenschap in te zetten, leek voor Volendam ook een gepaste oplossing. Juist omdat Volendam een heel eigen cultuur heeft, het een hardwerkend volk is van 'niet praten, gewoon doen', men graag zelf alles oplost en liever geen hulp van buitenaf, laat staan professionele hulp, inroept." Bijna 200 vrijwilligers meldden zich aan. "Zij hebben een basistraining gekregen over hoe je omgaat met trauma's, met mensen met brandwonden, wanneer je aan de bel moet trekken bij de professionele hulpverlening en dergelijke." Deze 'supporters' kunnen helpen bij allerlei praktische zaken - boodschappen doen, iemand naar het ziekenhuis rijden - en een luisterend oor bieden. Omdat intussen bekend is wie 'supporter' is, is het voor velen makkelijker geworden toch om hulp te vragen. "Zeker nu je de herdenkingsdiensten krijgt, is hun rol heel belangrijk."
Het Anker organiseert ook van allerlei activiteiten voor de jongeren. "Zoals de afgelopen zomer: Een aantal jongeren moest thuisblijven vanwege hun behandeling en op deze manier hadden ze toch iets leuks om handen."

"De bedoeling is", legt Karin Hoogeveen uit, "dat dit project zo'n twee á drie jaar loopt. In feite haken we nu in op de bestaande sociale structuur en proberen daarin zoveel mogelijk ondersteuning te bieden. Tegen die tijd moet de hulpverlening helemaal zijn ingebed in de plaatselijke structuur."

Het Anker, (0299) 411222 en www.jongeren.volendam.nl

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.