De aasgieren zijn niet langer taboe
De aasgieren zijn niet langer taboe
Nog nooit is zoveel over geld gepraat als tegenwoordig. Maar wat is geld, wat is de betekenis van geld in een gemeenschap, een samenleving, een individueel leven? Het slot van een serie. John Beer, letselschade-advocaat.
Het meisje Inge heeft hij nooit gekend en toch zal hij haar nooit vergeten. Inge, die in 1978 door haar pleegmoeder werd doodgeslagen, markeert een belangrijk moment in de carrière van letselschade-advocaat John Beer (1952).
Bijna tien jaar na haar dood stonden opeens drie andere pleegkinderen uit het gezin bij Beer op de stoep. Of hij schadevergoeding kon eisen, misschien. Omdat ook zij jarenlang waren mishandeld. Omdat ook zij in een gezin waren geplaatst, waarvan de Raad voor de Kinderbescherming wist dat het niet deugde. Omdat zij het hadden kunnen zijn, die waren doodgeslagen.
Beer dagvaardde de pleegmoeder, de pleegvader, de jeugdinstelling én de Staat der Nederlanden, maar tot een procedure kwam het niet. De landsadvocaat begreep dat het hopeloos was en hij schikte de zaak eind 1991, onder de voorwaarde van geheimhouding. Veel kan Beer dus niet zeggen over het bedrag waarmee de pleegkinderen naar huis konden.
Letselschade gaat altijd om geld. ,,Dat is de enige manier om schade te vergoeden.'' Juist daarom is er kritiek op dit metier. Na de cafébrand in Volendam werden letselschade-advocaten in de pers getypeerd als lijkenpikkers. In die periode vroeg de Stichting Slachtoffers Cafébrand aan Beer om de letselschade voor de verbrande kinderen zo goed mogelijk te verzorgen.
Beer verklaart de agressie van journalisten en politici tegen zijn beroepsgroep uit een zekere angst voor geld. Hij vindt dat 'de intellectuele journalistiek' een groot probleem heeft, door te denken dat geld de wortel van al het kwaad is. Geld heeft verschillende kleuren, vindt Beer. Sommige mensen zien het als 'de knikkers van een spel', waardoor het leven meer charme krijgt. Voor anderen is het bestaanszekerheid. Voor een letselschade-advocaat is geld het middel waardoor mensen proberen te herstellen wat hun is afgenomen. ,,Ik probeer de bestaanszekerheid van mijn cliënten te verhogen'', zegt Beer. ,,Iemand wiens handen zijn verbrand, wiens ogen nooit meer kunnen zien, heeft het niet over een spel. Hij zoekt een manier om terug te krijgen wat hem is afgepakt.''
Een achttienjarige student tandheelkunde die tijdens een cafébrand beide handen verliest, derft inkomen voor de rest van zijn leven. Aan de hand van een rekenmodel proberen partijen de materiële schadeposten te berekenen. Moeilijker wordt het als het om de immateriële schade gaat, het zogenoemde smartengeld, de vergoeding voor 'pijn en gederfde levensvreugde'. Wat betaal je voor ellende? ,,Iemand die ernstig invalide is geworden, hersenschade heeft opgelopen, verlamd raakt, krijgt in Nederland misschien 100000 euro, maar niet veel meer'', zegt Beer. ,,In Engeland en Duitsland is dat twee keer zoveel.''
Beers kantoor staat op een van de duurste locaties van Amsterdam, nabij het Museumplein. Hij heeft veel betalende cliënten, zoals de Consumentenbond en andere organisaties die de belangen van slachtoffers behartigen. ,,Dit is gewoon een vak. En als je dat goed doet, mag je ook een declaratie sturen.'' Daar staat tegenover dat hij op dit moment ook pro deo-slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede bijstaat. Beer houdt de principes hoog die hij als jong jurist in de jaren zeventig omarmde. Hij treedt uitsluitend op voor slachtoffers, niet voor verzekeraars. En Beer heeft een voorkeur voor zaken waarin hij maatschappelijke misstanden aan de kaak kan stellen. In de jaren tachtig was dat bijvoorbeeld de kwestie van falende hartkleppen, die het ministerie van volksgezondheid liever niet openbaarde.
Letselschade-advocaten mogen in Nederland, anders dan in Verenigde Staten, niet werken op basis van no cure no pay. Dat betekent dat zij niet financieel mogen meeliften op het belang van een cliënt. Beer is een voorstander van het Nederlandse systeem, omdat het een zekere mate van onafhankelijkheid geeft. Aan de andere kant kan no cure no pay voor cliënten een oplossing zijn, omdat zij zo geen financieel risico lopen.
Weliswaar kent Nederland een systeem van gefinancierde rechtsbijstand, maar daarvoor geldt wel een inkomensgrens. De meerderheid van de bevolking moet haar eigen advocaat betalen -een dure hobby. Niet iedereen kan zich de tarieven veroorloven die het kantoor van Beer rekent.
Leed en geld: velen willen er niet aan. Tijdens de behandeling van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, begin jaren negentig, uitten kamerleden hun walging over de mogelijkheden leed te vergoeden. Hoe schrijnender het leed, hoe minder het zou passen te praten over geld, vonden ze. De angst voor de commercialisering van verdriet zit er nog steeds goed in. ,,Met als gevolg dat de slachtoffers in de verdomhoek staan'', zegt Beer.
Mensen hebben weinig voeling met slachtoffers, laat staan met hun advocaten, merkt hij. ,,Al die wijsneuzen zou ik willen vertellen dat de slachtoffers zelf praten over geld ongepast vinden'', zegt Beer. ,,De mensen tegenover mij hebben letsel dat nooit meer verdwijnt en ze zijn dus aangewezen op geld. Zij moeten zich verlagen tot de discussie hoeveel dat moet zijn. Ik moet hun uitleggen dat de verzekeraar niet meer dan 50000 euro aan smartengeld wil betalen, omdat hij eigenlijk denkt dat het slachtoffer nauwelijks een reële levensverwachting heeft, en dus toch zo dood is. Geen enkel slachtoffer wil daaraan. Het is een erg ego-verlagend onderwerp.''
Toch ziet Beer een zekere kentering. Of het komt door de toegenomen mondigheid of door de rampen is niet duidelijk. Feit is dat het taboe leed-en-geld minder wordt. Een voorbeeld daarvan is het initiatief van de minister van Justitie die ook aan ouders wier kind is overleden of zwaargewond is geraakt een vergoeding voor immateriële schade wil gunnen, en niet alleen de begrafeniskosten, zoals nu.
Ook de komst van de euro zal van invloed zijn. Je kunt nu makkelijker vergelijken en zien dat Nederland achterloopt. ,,Hoogtevrees'', zegt Beer. ,,In een recent proefschrift over smartengeld blijkt dat bij relatief geringe letsels in Nederland en Duitsland ongeveer hetzelfde bedrag wordt uitbetaald. Bij zwaardere letsels gaan de bedragen uiteen lopen. Dat is opvallend.''
Natuurlijk heelt geld niet alle wonden, zegt Beer. ,,Maar het verzacht het leed wel, een beetje.'' Hij vertelt van een man die door omstandigheden een heel hoge vergoeding kreeg - nee, niet hoeveel. De man was ernstig invalide geworden door een ongeval, en hij nodigde de advocaat uit om zijn nieuwe woning te bekijken. Het eerste wat Beer opviel was de deplorabele toestand waarin de man verkeerde. ,,Daar verandert geld niks aan.'' Daar stond tegenover dat de man het geld goed had geïnvesteerd. Hij had een aangepaste autobus gekocht, een groot huis met een lift en alles volledig elektronisch ingericht. ,,Begrijp me goed, die man komt nooit meer zijn rolstoel uit, maar met zijn geld is hij in staat veel meer uit het leven te halen dan een andere rolstoeler.''
Geld betekent ook een zekere erkenning. Soms willen ouders alleen maar horen dat het niet hun schuld is dat een kind is overleden. Het helpt als een rechter zegt dat de schade of het verlies is te wijten aan de fout van een ander en dat symboliseert met een bedrag. ,,Ik zal de vergoeding zo hoog mogelijk opdrijven als ik vind dat dat terecht is. Maar er is een grens. De meeste cliënten weten dat geen enkel bedrag hun leed zal wegnemen.''