Nazorg brand in Volendam doolhof
Nazorg brand in Volendam doolhof
De nazorg aan de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand, vorig jaar in Volendam, verzandt in bureaucratische rompslomp. Het ontbreekt aan duidelijke regels, waardoor slachtoffers die hulpmiddelen nodig hebben of onkosten hebben gemaakt, niet weten bij wie zij terecht kunnen.
Dat zegt de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam in een brief aan burgemeester Hans Bulte van Edam/Volendam. De vereniging vindt bovendien dat sinds het vertrek van Piet Reijers als woorvoerder van Advies- en Informatiecentrum Het Anker 'een aantal zaken niet goed is geregeld'.
Reijers stapte eerder deze maand op omdat hij zich niet kon vinden 'in de lijn van bureaucratisering en formalisering, waar de directie van Het Anker voor heeft gekozen'. ''Ze vergaderen zich te pletter, terwijl de afstand tot de slachtoffers, hun gevoelens, en tot alles wat in Volendam speelt, alsmaar groter wordt,'' zegt Reijers.
Reijers noch de belangenverening heeft kritiek op 'de werkvloer' van Het Anker. ''De hulpverleners doen goed werk,'' zeggen ze. De kritiek beperkt zich tot de directie, vanochtend voor commentaar niet bereikbaar.
Verder is de belangenvereniging teleurgesteld omdat zij niets wist van een convenant dat zorg instellingen voor psychische hulpverlening vorige week sloten over samenwerking op het gebied van de nazorg. ''Ook de huisartsen en de plaatselijke psychologe waren er niet bij betrokken,'' zegt voorzitter Albert Binken van de belangenvereniging. Directeur Ger Wubs van de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Zaanstad-Waterland, een van de betrokken organisaties, wijst de kritiek van de hand. ''Wij hebben de huisartsen en de psychologe einge tijd geleden gevraagd mee te doen, maar zij wilden niet,'' zegt hij.
Een voorbeeld van een klacht over bureaucratie is die van een vader die in november voor zijn zoon een douchestoel aanvroeg. ''Eerst kwam een zorgmakelaar, vervolgens een ergotherapeut aan huis. De ergotherapeut maakte een deugdelijk rapport waaruit bleek dat mijn zoon de douchestoel nodig had.'' De revalidatiearts ging akkoord, maar vervolgens moest het verzoek naar het RIO (Regionaal Indicatie Orgaan) en kwam weer een functionaris op huisbezoek. De douchestoel is er nog steeds niet.
Getroffenen weten ook niet of ze voor keuringen aangaande arbeidsongeschiktheid naar het GAK dan wel naar het GUO moeten. Een vader: ''Ik heb dat tevoren gevraagd, niemand wist het. Uiteindelijk is mijn zoon door twee instanties gekeurd.''