Toespraak Hessing op jaarcongres Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding
Toespraak Hessing op jaarcongres Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding
Dames en heren
Het geeft mij een goed gevoel hier vandaag bij u te zijn, oog in oog met u te staan. Dit congres is toch een belangrijk moment om eens nader kennis te maken. Al is het voor nu een beetje éénrichtingsverkeer - ik hier, u daar. Gelooft u me, dat zal zeker niet altijd zo zijn. Het geeft mij ook een veilig gevoel om hier te zijn. Hier in Rijssen is het rampenplan op orde. En een goede rampenbeheersing kan niet zonder goede basis.
Zoals u weet is het beleidsterrein 'openbare orde en veiligheid' niet nieuw voor mij. Eén aspect daarvan, de politie, is mij zelfs zeer vertrouwd. Maar ik ben niet de staatssecretaris voor uitsluitend de politie. Nee, de rampenbeheersing is een te belangrijk onderwerp om een ondergeschoven kindje te zijn. Dat hebben we de afgelopen jaren op een harde manier ondervonden.
De afgelopen weken heb ik een eerste indruk gekregen van de deelterreinen brandweer en rampenbeheersing. Ik wil dat beeld de komende tijd verder aanscherpen. Ik moet u zeggen: het beeld van de brandweer en vooral rampenbeheersing op organisatorisch gebied, is behoorlijk complex. Zo zijn daar natuurlijk in de eerste plaats de gemeenten. We hebben de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de brandweer- en ghor-regio's. Samenwerkingsverbanden, die onderling en in relatie tot politieregio's territoriaal veelal niet congruent zijn. Terwijl bovendien - om het beeld nog verder te compliceren - sprake is van onderling afwijkende financieringssystematieken, waar publiek en privaat elkaar ontmoeten. En dan zijn er nog de provincies met hun toezichthoudende taken en niet te vergeten de verschillende betrokken ministeries. Dit alles maakt overleg en afstemming tussen "Den Haag" en "het veld" er niet eenvoudiger op.
Overigens kan ik u vertellen dat de 'veiligheidsregio' mij zeer aanspreekt. Als term én als concept. De indeling van Nederland in veiligheidsregio's zal de coördinatie en samenwerking tussen diensten ten goede komen. Daarom zal het lopende proces van territoriale congruentie met kracht worden voortgezet. De veiligheidsregio biedt ook duidelijkheid, overzicht. Ik verwacht dat het dan ook ten goede komt aan de afstemming tussen Den Haag en het veld. En aan de veiligheid in Nederland. Daar doen we het immers voor.
Intussen hebben minister Remkes en ik ons voorgenomen de relatie met het veld substantieel te versterken. Met werkbezoeken. Voorlopig elke maandag. Eén werkbezoek hebben wij inmiddels afgelegd, namelijk in Zwolle. Aanstaande maandag gaan wij naar Rotterdam. Wij doen dat niet omdat wij zo graag wat van Nederland willen zien. Een goede samenwerking is simpelweg noodzakelijk vanuit het oogpunt van effectief beleid. De heer Berghuijs heeft gisteren in zijn openingsrede nut en noodzaak hiervan nog weer eens helder naar voren gebracht. Terecht. 'Den Haag' dient zich bij het ontwikkelen van beleid van te voren goed rekenschap te geven van de feitelijke mogelijkheden in 'het veld' om te komen tot daadwerkelijke uitvoering van dat beleid.
Beleid heeft ook tijd nodig om te beklijven
Een voorbeeld. De ramp in Enschede en de cafébrand in Volendam hebben geleid tot een stortvloed van nieuwe beleidsinitiatieven. In totaal een kleine 200 actiepunten. Allemaal - stuk voor stuk - belangrijk en noodzakelijk. Toch kan ik mij best voorstellen dat sommigen van u nu en dan een vlaag van "beleidsmoeheid" krijgen. "Gun ons nu eerst eens de tijd om te gaan uitvoeren wat wij met z'n allen hebben afgesproken; alsjeblieft even geen nieuw beleid!" Het is een bekende verzuchting.
Ik zeg u: voorlopig geen focus op nieuw beleid. Geen rigoureuze ommezwaai. Verbeteringen zullen dan ook vooralsnog worden gezocht binnen de context van het huidige bestel. Ik ga ervan uit dat dat ook mogelijk is. Maar ik zeg u ook: De komende periode wordt geen tijd van navelstaren en lanterfanten. Integendeel. Dit kabinet wil een veiliger Nederland - sociaal én fysiek. Mensen moeten zich veilig voelen én mensen moeten veilig zijn.
Daaraan moet gewerkt worden. Efficiency en resultaatgericht handelen zijn belangrijke - misschien wel de belangrijkste - targets. Ook binnen het huidige bestel moet en kan een rampenbestrijdingsorganisatie worden gerealiseerd die geolied, functioneel en resultaatgericht is. En die dat alles kan laten zien. Niet als doel an sich, maar ten behoeve van de veiligheid van ons allemaal.
Veiligheid, crisis- en rampenbeheersing - het zijn prachtige woorden, vindt u niet? We moeten te allen tijde zien te voorkomen dat ze in de lucht blijven hangen, dat onduidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is, en dat het niet zien of het niet voelen van die verantwoordelijkheid uitmondt in vrijblijvendheid of - nog erger- vermijding. Om misverstanden te voorkomen: dit geldt voor alle niveaus; ook voor alle bestuurlijke niveaus.
Laat ik om te beginnen de hand eens in eigen boezem steken. Wanneer ik spreek over alle bestuurlijke niveaus bedoel ik ook de rijksoverheid. Ook dat gaat veranderen. De recente instelling van een Onderraad van de ministerraad speciaal voor veiligheid moet in dat licht worden gezien. Ook mijn aanstelling. Een betere afstemming van beleid op rijksniveau kan en moet bijdragen aan een betere uitvoering op de andere niveaus. Ik kan u vertellen dat de noodzaak hiertoe binnen het kabinet goed wordt gezien.
Nu kom ik bij u.
Ook op uw niveau is het zaak de mouwen op te stropen. Bestuurlijk en operationeel. Het is de praktijk die veiligheid moet bieden.
De basis is het wetsvoorstel kwaliteitsbevordering rampenbestrijding dat ik binnenkort bij de Tweede Kamer verwacht te kunnen indienen:
- De planvorming wordt aangescherpt, alsmede het toezicht. De provincie komt hierbij meer in beeld.
- Verplichte risico-analyse, voorafgaand aan de vaststelling van rampenplannen.
- Verplichte vaststelling van multidisciplinaire beheersplannen.
- Het actueel houden van dergelijke plannen.
- Een versterkte rol voor de Inspectie voor Openbare Orde en Veiligheid.
Ik zou zo nog wel even door kunnen gaan. Denkt u bijvoorbeeld ook aan het ontwikkelen van kwaliteitszorgsystemen voor brandweerzorg en rampenbestrijding.
Laten we afspreken dat we elkaar aanspreken op elkaars taken en verantwoordelijkheden. Ik zal dat in ieder geval wel doen.
Al jarenlang wordt in ons land gesproken over de noodzaak van versterking van de multidisciplinaire samenwerking. Wanneer ik dan in de tussentijdse evaluatie van de Beleidsnota Rampenbestrijding 2000 - 2004, "De veiligheidsketen gesmeed", lees:
- dat de drie disciplines elkaar projectmatig en op ad hoc- basis vinden
- dat structurele vormen van samenwerking vaak alleen nog op ambtelijk niveau bestaan en geen vaste ritme kennen
- dat de gemeenten veelal nog niet als vierde partner in veiligheid worden gezien
- dat de ghor nog bezig is met het optuigen van de organisatie, en
- dat de politie nog te vaak achterblijft,
dan denk ik: werk aan de winkel!
Vergelijkbare gevoelens krijg ik in feite iedere keer wanneer er in Nederland iets echt misgaat of dreigt mis te gaan. Neem nu Volendam en Enschede. Maar ook aan de lekkende giftrein in Amersfoort. En de onrust die dat veroorzaakte bij omwonenden.
Nog iets. Justitie heeft onlangs onder een twaalftal gemeenten onderzoek gedaan naar de stand van zaken op het terrein van de handhaving. Het onderzoeksrapport, getiteld "Staat van de handhaving", schetst een niet al te best beeld. U begrijpt dat ik dit onderwerp gisteren aan de orde heb gebracht tijdens een bestuurlijk overleg met de VNG over de voortgang van de actiepunten Volendam en Enschede.
Ik zei het al, dames en heren: werk aan de winkel. Is er dan niets positiefs te melden? Natuurlijk wel.
Er is de afgelopen jaren veel in gang gezet om te komen tot een professionele brandweerorganisatie als spil binnen de organisatie van de rampenbeheersing in ons land. Een organisatie, die in belangrijke mate een regionale oriëntatie vergt. Rampen zijn wel haast per definitie gemeentegrensoverstijgend en ook de eisen die vandaag de dag aan de brandweer worden gesteld, maken in veel gevallen regionale samenwerking tot een absolute "must".
Van een grotendeels uitsluitend op repressie gerichte organisatie ontwikkelt de brandweer zich tot een organisatie die zich in toenemende mate ook op de voorzijde van de veiligheidsketen is gaan richten. Pro-actie en preventie zijn vandaag de dag belangrijke aandachtsgebieden voor de brandweer. De brandweer, als gesprekspartner van andere hulpverleningsdiensten, van gemeentelijke diensten en van bedrijven, instellingen e.d. De brandweer ook, als adviesorgaan van burgemeesters en van colleges van b&w. De brandweer wordt dankzij daarop gerichte inspanningen ook een meer open organisatie. Het aantal vrouwen en allochtonen bij de brandweer is - gelukkig - stijgende.
Dit zijn goede ontwikkelingen, dames en heren. Ontwikkelingen, die vanuit het ministerie van BZK ook de komende jaren zullen worden ondersteund. Twee kanttekeningen hierbij.
In de eerste plaats in relatie tot het onderwerp "geld"
Geld is onmiskenbaar belangrijk in het leven. Soms is het ook een factor van belang daar waar het gaat om het boeken van resultaten. Veel zaken kosten nu eenmaal geld. Dat geldt ook op het terrein van veiligheid. Als gevolg van afspraken bij de kabinetsformatie zal in deze kabinetsperiode het budget voor veiligheid fors groeien.
In de extra enveloppe voor veiligheid zat in eerste instantie een bedrag oplopend tot 800 miljoen euro in 2006. Een deel van dit bedrag - 100 miljoen euro - is inmiddels concreet toebedeeld. Over de verdeling van het nog beschikbare bedrag - recent tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen nog opgehoogd met 130 miljoen euro - vindt momenteel afrondend overleg plaats. Ik verwacht u binnenkort te kunnen vertellen hoe het geld zal worden verdeeld.
Een deel hiervan zal ten goede moeten komen aan de organisatie van de rampenbeheersing in ons land.
- Bijvoorbeeld voor personeel - mede met het oog op pro-actie en preventie en aanscherping planvorming-;
- informatisering -GMS, C2000, de colokatie van de meldkamers;
- en voor de verdere opbouw van de organisatie van de geneeskundige hulpverlening en het multidisciplinair oefenen.
Toch, dames en heren, heb ik de stellige indruk dat geld niet altijd de belangrijkste "bottle neck" vormt. Zelfs niet in deze wellicht minder florissante financiële tijden. Versterkte bestuurlijke aandacht voor fysieke veiligheid, versterking van de bestuurlijke regiefunctie, kan mijns inziens worden gerealiseerd zonder dat dat veel extra geld hoeft te kosten. Dat geldt ook voor wat betreft samenwerking. Die staat of valt met de bereidheid om over de eigen - gemeentelijke of anderszins organisatorische - grenzen heen te kijken. Dat moet je gewoon doen.
Mijn tweede kanttekening
De brandweer is de afgelopen jaren centraler komen te staan in de veiligheidszorg. De focus op de veiligheidsketen als geheel heeft daar in belangrijke mate toe bijgedragen. Voor nu en voor de komende jaren zie ik hier voor de brandweer belangrijke kansen liggen. Of die kansen benut gaan worden, hangt sterk af van de manier waarop de organisatie als geheel en de mannen en vouwen daarbinnen zich de komende tijd gaan opstellen. Om voor professioneel en deskundig te worden aangezien, moet je in de eerste plaats professioneel en deskundig zijn en kunnen zijn. Dit geldt algemeen voor iedere organisatie en derhalve ook voor de brandweer. Verdere versterking van de regionale brandweer in kwaliteit en organisatie moet ook in dit opzicht van belang worden geacht. Alleen op die manier zal de brandweer de rol van coördinator van de voorbereiding van de rampenbestrijding als gelijkwaardige partner van politie en GHOR kunnen waarmaken.
Dames en heren
Veiligheid moet je doen. Dat is de fase waarin we nu zitten: van beleid naar realiteit. Nu breekt de periode aan dat het gewoel achter de schermen - het denken, de planvorming, de afstemming - zijn beslag krijgt op de grond. In de hoofden van bestuurders en ambtenaren. In de werkwijze van uw eigen dienst en uw professionele partners. Ik ken mensen die werken op terreinen als het brandweerveld als kundige mensen, als mensen met een grote liefde voor het vak en hart voor de zaak. Mensen met een zwaar, verantwoordelijk en soms gevaarlijk beroep. De twee vandaag hier aanwezige New York firefighters zullen dat vandaag ongetwijfeld nog weer eens onderstrepen.
U, dames en heren, moet uw werk doen én kunnen doen.
We houden contact.
Ik dank u wel.