Hele gemeentelijke organisatie moet op ramp zijn voorbereid
Laat burgemeester er niet allen voor staan : hele gemeentelijke organisatie moet op ramp zijn voorbereid
Bij elke lokale ramp berust het opperbevel bij de burgemeester, maar kan die dat wel aan in zijn eentje? Tijdens een massaal bezocht congres over gemeentelijke processen in de rampenbestrijding kwam herhaaldelijk naar voren dat de burgemeester meer ondersteuning nodig heeft. Verder moeten gemeentelijke diensten zich beter voorbereiden op taken die ze bij een ramp plotseling op bun bord krijgen. In Ede, tijdens een congres van de projectgroep 'Slagen voor veiligheid', stonden de 63 aanwezige burgemeesters er niet alleen voor. ze hadden gezelschap van 77 gemeentesecretarissen, 23 wethouders, 48 brandweerofficieren en 290 ambtenaren die zich met rampenbestrijding bezighouden. De projectgroep kan tevreden zijn: er is veel aandacht voor de uitvoering van de actiepunten na de rampen in Enschede en Volendam.
nmiddels zijn veertien regionale ambassadeurs van 'Slagen voor veiligheid' aan het werk om alle gemeenten bij de les te houden. Een van hen is oud-burgemeester Jan Hem Boone van Gouda. 'We willen dat alle gemeenten eind dit jaar alle actiepunten hebben gerealiseerd. Wij ondersteunen en bemoedigen ze daarbij. We zijn zowel coach als klankbord.' Oud-wethouder Dick Buursink van Enschede, ook veiligheidsambassadeur: 'Er wordt naar ons geluisterd omdat we zelf bestuurder zijn geweest.' Zelf is Buursink afgetreden na de vuurwerkramp van bijna drie jaar geleden, waarbij 22 doden en 947 gewonden vielen en 4.163 mensen dakloos werden. Hij wilde consequenties trekken uit bet falen van de preventie.
Lessen
Er zijn al vele lessen getrokken uit de vuurwerkramp. Herman Meuleman, co6rdinator veiligheid en rampenbestrijding van de Twentse stad, is nog steeds bezig met het uitwerken van de aanbevelingen van de commissie - Oosting, die de ramp heeft onderzocht. Zo houdt hij zich bezig met de nodige aanpassingen van de gemeentelijke organisatie. Meuleman: 'Het adagium is dat we ons niet voorbereiden op n6g een vuurwerkramp, maar op alle omstandigheden die tot een ramp - van welke aard dan ook - kunnen leiden.' v66r de knal was er ~n ambtenaar rampenbestrijding. Nu heeft elke gemeentelijke dienst een aandachtsfunctionaris voor dit onderwerp. 'Onze ervaring is dat elke dienst met de nasleep van de ramp te maken heeft', zegt Meuleman, verder werkt de gemeente aan een draaiboek voor bestuurlijk handelen. 'In een rampenplan zijn vooral de operationele processen beschreven. Bestuurders weten vaak niet wat ze moeten doen.'
Oud-wethouder Buursink kan hier uit eigen ervaring over meepraten. Hij was op de rampzalige zaterdagmiddag als eerste op het stadhuis. Alle telefoons rinkelden. Hij kon ze niet opnemen, want hij wist met hoe hij het antwoordapparaat moest uitschakelen. 'Maandagochtend acht uur zijn we weer bereikbaar', hoorde hij steeds. Hij probeerde burgemeester Mans te bellen, maar die nam niet op. Hij probeerde de mobiele telefoon, maar dat lukte niet omdat het gsmnet overbelast was. Buiten het crisiscentrum kwam de hulpverlening snel op gang. 'Iedereen die een rol had, ging naar zijn post. We waren een zelfsturende organisatie.' Op het stadhuis duurde bet langer voordat de leiding op gang kwam. 'Pas na twee uur kregen we de eerste beelden', zegt Buursink.
Reflectie
De burgemeester heeft het opperbevel, maar hoe moet hij weten wat hij moet doen? Hoe komt hij aan zijn informatie? Welke beslissingen moet hij nemen? Wie moet hij consulteren? In het draaiboek van Enschede worden alle taken van de burgemeester opgesomd. Hij is niet alleen opperbevelhebber, maar ook burgervader, woordvoerder voor de media en ambassadeur van de stad. Een zware en eenzame verantwoordelijkheid. Mans heeft zich uitstekend van zijn taak gekweten. Hij zorgde voor goede ondersteuning. Zo riep hij de hulp in van oud burgemeester van Thijn van Amsterdam, die ervaring had met de vliegtuigramp in de Bijlmer. verder accepteerde hij het aanbod van het Crisis Onderzoeksteam (COT) om het gemeentebestuur met advies bij te staan. Het COT mocht overal bij zijn: de crisisstaf, het college, het beleidsteam. 'Daar hebben we veel aan gehad', zegt Buursink. 'De burgemeester moet in zo'n situatie tijd nemen voor reflectie', voegt Meuleman daar aan toe. 'Hij moet informeel, vertrouwelijk en onafhankelijk advies inroepen.'
Media
Het lastigst is de omgang met de media, die met velen snel ter plekke zijn en hongeren naar informatie. 'Mediatraining en mediamanagement zijn onmisbaar', zegt Meuleman. Er is een spreekbuis nodig, anders ontstaat verwarring over wat er aan de hand is. Maar de burgemeester moet ook slapen, dus hij moet afgelost worden door de loco-burgemeester. Wethouders kunnen deeltaken krijgen, zoals de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de slachtoffers of de aanpassing van de verkeerssituatie. De burgemeester moet dus goed kunnen delegeren. In geen geval moet hij zich met de operationele zaken bemoeien, zegt Meuleman. 'Hij moet blind varen op de professionals. Die zijn ervoor opgeleid en oefenen ervoor.' Buursink: 'De klassieke fout is als burgemeester naar de rampplek te gaan. Hij loopt de hulpverleners dan alleen maar voor de voeten en kan niets doen.'
Als ambassadeur van de stad moet de burgemeester in de dagen na de ramp klaarstaan voor meelevende hoogwaardigheidsbekleders. In Enschede kwam minister De vries van Binnenlandse Zaken snel langs, maar hij vertrok weer even snel, omdat hij de lokale autoriteiten niet wilde hinderen. De bezoeken van premier Kok en koningin Beatrix hadden een belangrijke symbolische waarde voor de slachtoffers. Andere belangstellenden werden geweerd, zoals voorzitter Prodi van de Europese Commissie: hem werd gevraagd later te komen. Over het bezoek van minister van Aartsen van Buitenlandse Zaken, samen met diens Britse collega, is Buursink nog steeds woedend. Loco-burgemeester Helder werd gevraagd hen rond te leiden in de hangar, waar de dodelijke slachtoffers lagen. 'Rampentoerisme op hoog niveau', luidt het snoeiharde oordeel van de voormalige wethouder.
Missers
Een burgemeester heeft niet alleen de leiding na de ramp, maar wordt ook verantwoordelijk gehouden voor alle missers in de voorbereiding. Is dat niet te veel gevraagd van een mens? Gemeentesecretaris Zijistra van Dronten meent van wel. Hij vindt dat je de burgemeester niet moet afrekenen op de gemeentelijke bedrijfsvoering. Zijn eigen college heeft bij wijze van experiment een wethouder aangewezen voor de coördinatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hij is kortom verantwoordelijk voor de preventie en pro-actie. 'We moeten de burgemeester uit zijn isolement halen', zegt Zijlstra. Dronten heeft verder een controller voor de veiligheid aangesteld, met een rechtstreekse lijn naar de gemeentesecretaris. 'Hij moet de klok luiden als hij dat nodig vindt', zegt Zijlstra.
De ambtelijke organisatie wordt ook wel als de vierde kolom van de rampenbestrijding beschouwd, na de politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening. Bij calamiteiten zijn belangrijke taken weggelegd voor bijvoorbeeld de afdelingen burgerzaken, sociale zaken en huisvesting. Rampenbestrijding is geen primaire taak voor deze en andere ambtelijke diensten. De 'vierde kolom' is daardoor vaak de zwakste schakel in de hulpverlening. E~n co6rdinator rampenbestrijding is niet bij machte deze leemte op te vullen. Daarom moet het hele ambtenarenapparaat voorbereid zijn op eventuele rampen, zoals Enschede nu in de praktijk brengt. 'We moeten de gemeentesecretarissen bij de kladden grijpen om hierin het voortouw te nemen', zegt burgemeester Pop van Haarlem. Tijdens een peiling onder aanwezige ambtenaren rampenbestrijding blijkt dat de meeste geen piketregeling hebben. Een teken aan de wand, want hoe kun je dan buiten kantooruren sleutelfiguren in de organisatie bereiken? Veiligheidsambassadeur Buursink doet een appel op raadsleden om het bestuur achter de broek te zitten. 'Bevraag ze hoe ze zich hebben voorbereid.'