Naar de inhoud

‘Je krijgt straks toch geld zat...

Bron: NIVO

‘Je krijgt straks toch geld zat...
Verscheurde gezinnen, ze waren er meteen na de Nieuwjaarsbrand. Die ene gebeurtenis zet prompt de voorgaande jaren in de schaduw. Het is voor een aantal van hen moeilijk schikken in het nieuwe leven. Het wegstoppen van emoties. ,,Ik hoor hem weinig, té weinig. Straks over vijf jaar zitten we er misschien mee.” Of het juist op velerlei manieren uiten van emoties. ,,Hij is soms heel hard tegen ons. Maar over de brand geen woord. Daarmee ontneemt hij ons wel ons verwerkingsproces.” Of de verbijstering over reacties van omgeving of buitenwacht. ,,Eerst waren ze behulpzaam. Nu lijkt bij sommige plots alleen geld het belangrijkste. Getroffen jongeren krijgen te horen dat ze gemakkelijk uit kunnen gaan; ze krijgen straks toch geld zat.” Een monoloog van twee moeders, van wie de naam omwille van privé niet wordt genoemd.
 
,,Onlangs had je die schokkende beelden van een disco-brand in het Amerikaanse West-Warwick. Stond ie ineens in de keuken met groot opgezette ogen en trillende stem: ‘Dit... dit gebeurde in De Hemel’. Dat was voor mi als ouder ook even schrikken. Hij wil namelijk met geconfronteerd worden met het brandwezen en haat medelijden. Heeft nog niks geaccepteerd. We mogen hier thuis geen woord meer over de brand zeggen. Hij eist van zichzelf het uiterste, maar ook van ons. Maar op die manier ontneemt hij ons wel ons eigen verwerkingsproces.” ,,We mogen niet over de brand praten. Als ik het moeilijk krijg in zijn bijzijn, kan hij dat niet aan. Het is heel raar. Hij staat voor iedereen open, ook bij het uitgaan en jongeren dan met hem in gesprek gaan. Hij luistert en geeft antwoord. Maar kom niet aan hem.”
 
,,Z’n vrienden hadden het geestelijk zwaar hem in het ziekenhuis te zien liggen, maar ze hebben bovendien iemand in de groep verloren door de ramp. Mijn zoon ving hen wonderwel op, maar heeft zelf nooit de dood van zijn vriend kunnen verwerken. Hij was er niet bij, lag nog in het ziekenhuis.” ,,Eind vorig jaar, vanaf de verjaardag van m’n man, sloot hij zich als het ware op, boven in z’n kamer. Hij at nauwelijks meer. Een tijdje later, na een Heilige Mis voor zijn overleden vriend, sloeg diens moeder een arm om hem heen en maakte emoties bij hem los. Hij staat heel dicht bij die mensen. Vervolgens riep-ie me naar boven. Had hij ‘Friends’ opgenomen en dat gingen we samen kijken. Hij weet dat ik die serie ook leuk vind. Dat was eigenlijk weer het begin van een iets prettigere periode.” ,,Hij is soms heel hard tegen zijn ouders. Er zit wat in me dat zegt dat het zo moet’, geeft hij dan als reactie. Hij wil zijn gevoelens eenvoudigweg niet laten zien aan een ander. Maar je moet hem niet laten vallen, wat wel een keer gebeurd is in zijn omgeving. Hij geeft respect aan anderen, maar eist dat ook terug.”
 
,,Hij is recht door zee. Twee maanden lang was hij hulpbehoevend. Het voelde aan dat ik hem weer behandelde als mijn kindje. Toen hij vervolgens wakker werd in het ziekenhuis en ik mijn gevoelens toonde, zei hij met een hese stem: ‘Je moet gewoon doen’. Hij was weer de oude, althans, zoals wij hem kennen. We hebben allebei dezelfde natuur en dat botst wel eens. Ik ben verzorgster van beroep en waste hem thuis. Zei hij een keer tegen me: ‘Moeder, je hebt me al een keer los moeten laten. En dat moet je nu weer opnieuw doen...’ Wijze woorden, maar dat was niet gemakkelijk.” ,,Hij mag geen alcohol gebruiken en over drugs heeft-ie een uitgesproken mening. Maar op maandag heeft ie het al over zaterdag. Dan is ie de gezelligheid zelve. Zijn wij altijd wakker als ie binnenkomt uit de bar en dan loopt-ie vaak even de kamer binnen. Hij is dan open en vrolijk, zo was zijn aard al voor de brand.”
 
,,Doordeweeks is hij anders, in zichzelf gekeerd. Ik weet soms best hoe ik met hem aan moet. Zoals de dagen na die kerkdienst was hij ontzettend down en heeft hij weer die harde houding. Dan praat ik ook niet, of ben ik heel hard tegen hem. Maar het aannemen van die houding tegen m’n kind verscheurt me van binnen. Maar ik weet dat hij er niet van houdt en dan doet-ie vrij snel weer gewoon.” ,,Ik zou wel eens willen dat-ie het uitpraat, het herbeleeft om het te gaan verwerken. Ik ben er vaak over begonnen, ook wanneer ik hem bijvoorbeeld waste. Maar dan zette hij zich steeds af Weet je, hij was nuchter die avond omdat hij niet mocht drinken. Daarom heeft hij het zo intens meegemaakt. Dan zei ik later: ‘vertel het dan’. Het is hetzelfde als wanneer je je verdriet opschrijft. Het lijkt mij dat-ie het dan pas aanvaardt: het gebeuren en de gevolgen. ‘Ik ben zo niet’, antwoordt hij dan. Maar ik weet dat-ie zo wél is.” ,,Met de vriendengroep praten ze ook niet of nauwelijks over de brand. Ze ontwijken het onderwerp steeds, bang om elkaar te bezeren. Als-ie uit z’n werk komt, kijk ik hem vaak recht in de ogen. Z’n zwakke plek. Hopend dat hij in gesprek wil. Het is alsof ik mezelf in de ogen kijk. Maar hij wendt z’n gezicht af.”
 
,,Z’n vader had dat min of meer in het begin. M’n man liet het niet tot zich doordringen en bouwde vanaf dag één een muurtje om zich heen. Wellicht om zich te wapenen nadat hij eerder in dat jaar zelf al tegen gezondheidsproblemen was aangelopen. Dat begreep ik ook wel, maar het werd er niet gemakkelijker door. Hij praatte onlangs eigenlijk voor het eerst openlijk, tegen haar man, toen we gezamenlijk fietsten naar de eerste voorlichtingsbijeenkomst voor de keuring. Ik heb veel zelf moeten doen en heb bovenal ontzettend veel geleerd van mijn gezin, in negatieve maar ook positieve zin.” - ,,M’n andere zoon heeft het ook heel moeilijk. Ik heb hem als moeder te kort gedaan en dat heb ik ook eerlijk gezegd tegen hem. Er was een bepaald moment dat ik in dat opzicht tot bezinning kwam. Ik zag dat hij ergens mee bezig was en vroeg hoe het op school ging. Bleek dat-ie twee weken eerder al z’n diploma had gehaald. Toen ben ik met hem om tafel g aan zitten en heb gezegd dat ik fouten heb gemaakt. Hij was die avond in de Wir War Bar en heeft veel jongeren zien lopen en liggen. Had vervolgens alleen maar oog voor z’n broertje en daarna kwam er dat moeilijke proces.”
 
,,Een proces dat nu een nieuwe fase heeft bereikt met de keuringen van de jongeren. Opeens beginnen mensen over percentages te praten en de bedragen die af zullen vloeien naar getroffen jongeren. Iets wat zo gevoelig ligt en waar je zo voorzichtig mee ‘moet zijn, maar er zijn losgeslagen mensen die je op straat gewoon vragen hoeveel je krijgt En als je zegt dat je het niet weet, dan krijg je als antwoord: ‘Ja, je zal het wel met weten’. Alsof geld nu ineens het belangrijkste is.” ,De andere kant van het verhaal is dat sommige mensen zoiets in de hand werken door hardop te gaan roepen dat ze zoveel geld gaan binnenslepen. Wij begrijpen niet dat je daarover praat. Dat kun je toch beter binnenskamers houden. Zo worden jongeren en ouders alleen maar meer beschadigd. Het lijkt wel of ze soms nergens anders over kunnen praten. Ten eerste gaan ze dan voorbij aan degene die lichamelijke beperkingen hebben en uiterlijk geschonden zijn, ten tweede schetsen ze zo een verkeerd beeld van de jongeren die geen zichtbare verwondingen hebben, maar wel psychische problemen hebben.”
 
,,Je bent bezig met een verwerkingsproces, je wilt beter worden, maar geld maakt niet beter. Ik heb mezelf er nog niet helemaal in verdiept, maar wel vernomen dat er straks in de Zuidpolder rekening wordt gehouden met de huisvesting van de getroffen jongeren. Ik hoop alleen niet dat het doorslaat, want dan noemen ze het straks de ‘verminkte wijk’, als je ze allemaal probeert bij elkaar te zetten. Daar hebben ze ook nooit voor gekozen. Ze willen uiteindelijk zelfstandig verder, de jongeren.” ,,Zoals gezegd, ze hebben er niet voor’ gekozen, maar krijgen wel de rotste opmerkingen naar hun hoofd geslingerd. M’n zoon stond laatst in de rij bij een bar. Werd er geroepen: ‘Jij hoeft toch niet in de rij te staan, jij mag als slachtoffer toch zo naar binnen’. Of: ‘jij kunt wel naar de bar, je hebt straks toch geld zat’. Mensen begrijpen niet wat dat met hen doet. Ze worden steeds aangesproken, op een manier alsof ze steeds voorrang krijgen. Ze worden veroordeeld, moeten zich steeds verdedigen. Terwijl, als ik naar mijn zoon kijk,’ daar absoluut geen aanleiding toe gegeven wordt.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.