Recreatiepark ‘Klein Doolhof’ (met foto's)

Recreatiepark ‘Klein Doolhof’
Op de vergadertafel van architectenbureau J.Westerneng liggen mappen met vergeelde foto’s en ansichtkaarten, die in krulletters getuigen van een historisch Volendam. ‘De nest wordt gekookt’, ‘Volendam in vogelvlucht’, ‘Vissershuisjes in het Doolhof’. Een moeder steekt de was op, de in klederdracht gestoken kinderen kijken misschien voor het eerst van hun leven in een camera. De houten huisjes zijn van een eenvoudige schoonheid; de straatjes en pleintjes ertussen verlenen de plaatjes een bijzondere intimiteit. Het zijn deze beelden die in de loop der jaren miljoenen toeristen naar het dorp hebben getrokken. Of dat ook in de toekomst een reden zal zijn, is de vraag. Jan Westerneng (48) deed cultuur-historisch onderzoek in het vissersdorp en kwam tot de conclusie dat veel van wat Volendam ooit karakteriseerde verloren is gegaan. De Volendammer blijkt niet zuinig op zijn cultuurgoed. De zelf in Durgerdam geboren architect stelt het nog scherper: ‘Als het nog twintig jaar doorgaat zoals het ging, is Volendam een soort Zandvoort aan de Zuiderzee.’ Toch lijkt een voorzichtige kentering ingezet.
Klik hier voor alle tekeningen in groot formaat

De aanleiding van Westerneng’s onderzoek was zijn ontwerp van de historische rokerij Smit Bokkum aan het Slobbeland, die dit voorjaar zal worden opgeleverd. In een interview met het Noordhollands Dagblad twee jaar geleden sprak hij de hoop uit dat het complex de liefde voor de houtbouw en de Volendamse geschiedenis zou stimuleren. Vooralsnog blijkt die hoop gerechtvaardigd. In opdracht van Gebr. Jonk BV heeft zijn bureau plannen ontwikkeld voor een tweede project in hetzelfde gebied: historisch recreatiepark Klein Doolhof, dat 53 vakantiewoningen en een bedrijfsgebouw omvat. Dat het bouwmateriaal hout is, zal niemand verrassen. ‘De eenvoudige houtbouw,’ stelt hij, ‘was iets waarmee het vroeger arme Volendam zich onderscheidde van stadjes als Edam en Enkhuizen, waar de belasting naartoe ging. De stenen huizen die daar werden gebouwd, golden als een teken van rijkdom. Tot op de dag van vandaag hebben de Volendammers hout met armoede geassocieerd, wat ertoe leidde dat met het toenemen van de welvaart bijna alles wat authentiek was werd afgebroken en opnieuw in steen of beton opgetrokken. Het is jammer dat de Volendammers nooit trots genoeg op hun geschiedenis zijn geweest. Het aardige is nu juist dat Volendam een oud vissersdorpje was, van werkers en eenvoud. De historie biedt kans om je te identificeren.’

Slobbeland
Het plan voor het historisch recreatiepark kreeg vaste vorm na analyse van het Slobbeland en zijn omgeving. Westerneng: ‘Het Slobbeland ligt direct aan de Gouwzee, buitendijks naast de haven. Het zou een van de mooiste plekken van het dorp kunnen zijn, maar helaas is het in stedebouwkundig opzicht liefdeloos behandeld en verwaarloosd, en heeft het de sfeer van een restgebied. Ik denk dat je het hele gebied zou moeten herzien. Op de kaart is te zien dat een toegangsweg het Slobbeland in tweeën verdeelt. Aan de ene kant ligt wat ik de ‘landlob’ noem, het gedeelte dat aan de dijk grenst, aan de andere de ‘waterlob’, die begint bij de historische rokerij/historische scheepswerf en doorloopt tot het zwembad. Door de ontwikkeling van het Pieterman project aan de zuidkant, komt de waterlob rond de ingang van de toekomstige jachthaven te liggen. Het ligt voor de hand om de waterlob verder recreatief te ontwikkelen en ook voor het toerisme interessanter te maken. De historische rokerij en de initiatieven voor de historische scheepswerf hebben hiertoe een eerste aanzet gegeven. Met de realisatie van Klein Doolhof - het terrein van Gebr. Jonk BV ligt tussen het zwembad en de rokerij in - zou er een historische zone ontstaan.’

De visie van de architect beperkt zich dus niet tot de waterlob: ‘Ik stel me voor dat het hele Slobbeland een parkachtig uiterlijk zou kunnen hebben. Het gebied direct aan de dijk is heel geschikt om er reconstructies van belangrijke, verdwenen gebouwen te plaatsen. Je kunt denken aan een soort Volendamse Schans, in vergelijking tot de Zaanse. Die zou heel geschikt zijn voor bewoning van bijvoorbeeld senioren of 55+-ers, en daarnaast plaats kunnen bieden aan bijvoorbeeld een Volendams museum en traditionele, ambachtelijke bedrijfjes. De industriële activiteit kun je beter naar effectief in te richten gebieden verplaatsen waar je er geen last van hebt en waar die geen ontwikkelingen frustreert. Een dergelijke ontwikkeling zou de entree van het dorp en de directe omgeving een enorme allure verlenen; de positieve uitwerking op het toerisme hoeft geen betoog. Het Slobbeland kan, in tegenstelling tot wat het nu is, een prominente plek worden, die het hele havengebied en de dijk tot aan het Pieterman project een krachtige impuls geeft. Het minste dat ik hoop is dat hierover nagedacht gaat worden.’
Klein Doolhof
Het plan voor Klein Doolhof is inmiddels informeel aan de gemeente voorgelegd. Op het terrein van Gebr. Jonk BV bevinden zich nu een bedrijfspand en een camping. Het bedrijfspand, waar veren en dons worden verwerkt, is aan uitbreiding c.q. nieuwbouw toe; voor de camping, die niet rendabel is, moest een andere exploitatievorm gevonden te worden. Dat laatste bleek uit onderzoek van het adviesbureau in recreatiemanagement Van Gent van der Reest, dat zijn rapport besloot met de aanbeveling te kiezen voor ‘hoogwaardige recreatie’. Westerneng: ‘Het idee is de camping meer mogelijkheid te bieden als recreatiepark met vakantiewoningen, waarbij het vanzelfsprekend zaak is de huidige – overigens al in aantal verminderende - gebruikers op een fatsoenlijke manier te laten afvloeien, of eventueel te laten overstappen naar de recreatiewoningen. Het is belangrijk de mensen daar de tijd en de kans voor te geven.’

Net als Smit Bokkum heeft Gebr. Jonk BV zijn wortels in de Volendamse geschiedenis; het bedrijf begon als eendenhouderij. Rond de vorige eeuwwisseling deed een aantal rampen die zich op de Noordzee voltrokken een aantal vissers besluiten hun broodwinning op het land te zoeken. In het exploiteren van eenden zagen ze een mogelijkheid om de vele onverkoopbare kleine vis en visresten (de ‘nest’) winstgevend te maken. Aan de hand van de foto’s en krantenknipsels (‘Het was waarschijnlijk de oude Dirk Doede die in het begin van deze eeuw dacht: “Wat ze in Landsmeer kunnen, kunnen ze in Volendam ook”) schetst Westerneng een beeld van deze tijd. Tussen de eendenkooien staan dampende ketels, met kleine platbodems wordt de nest door slootjes aangevoerd. In het bedrijfsgebouw, dat het uiterlijk zal hebben van een historisch werkpand, zal aandacht worden geschonken aan het verleden, het heden, en de toekomst van het bedrijf. Het ontwerp voorziet in een showroom en expositieruimte. Sfeerbeelden keren ook terug in het hele gebied. De directe ligging aan de Gouwzee maakt het mogelijk het water te laten instromen; de recreatiewoningen zijn via bruggetjes te bereiken. Het dorpje biedt vanuit veel plaatsen uitzicht op zee - het water is een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp. De andere inspiratiebron is het Doolhof, het oude hart van Volendam. Maar: bekeken door de bril van de geschiedenis.

Westerneng: ‘Er was een tijd waarin je Volendam kon vergelijken met de witte dorpjes die je in Griekenland of Portugal ziet. Hoewel het bouwmateriaal geen steen was maar hout, dat niet gekleurd werd met kalk maar met carboleum en teer, neemt dit niet weg dat het dorp net zo’n consistent beeld heeft gehad. Je kunt het ook zien als een spiegel van de tijd: in allemaal houten huisjes van dezelfde schaal leefde een heel homogene bevolking. Klein Doolhof toont een beeld dat verloren is gegaan. Het vroegere Doolhof had een bijzondere schoonheid in zich, een heel mooie wederkerigheid tussen wat er gebouwd is en de ruimte daartussen. De ruimtes tussen de woningen gaven een groot gevoel van intimiteit. Wat we in Klein Doolhof hebben gedaan is geen reconstructie; we proberen vooral deze schoonheid en intimiteit over te brengen. Het is een eenvoudig idee, misschien zelfs een voor de hand liggend idee. Maar eenvoud is een van de belangrijkste dingen waarover we het nu hebben. Dat is het voornaamste waarnaar we hebben gezocht: naar eenvoud, naar authentieke beelden, en naar verstilling, zou je kunnen zeggen. Maar eenvoud boven alles.’