Wasdroger verdringt 'roop' uit straatbeeld Volendam
Wasdroger verdringt 'roop' uit straatbeeld Volendam
Een slordige vijftig jaar terug was het in Volendamse gezinnen dagelijkse kost. Keteltje water opwarmen op het petroleumstel in de schuur. Water en goed in de handwasmachine. Even naschrobben met de hand. Door de wringer. En dan drogen aan de 'roop'. Maar wat toen nog heel gewoon was, dreigt uit het straatbeeld te verdwijnen. " De roop gaat er helemaal uit", zegt Gaar Smit 'Krab'. Verdrongen door de wasdroger. En dat is jammer, stelt de 68-jarige Volendamse. Want de waspaal, dat hoort bij de tradities. Gaar Smit, bijnaam Krab ('zegt U maar Krab, want dan kennen ze me hier allemaal goed'), houdt van de dorpse tradities. Ze kleedt zich bijvoorbeeld nog altijd in klederdracht. "Ook doordeweeks", zegt ze. Ofschoon ze voor het bezoek haar zondagse kloffie heeft aangetrokken. Da's een hele eer dus. "Dat vind ik gewoon leuk. Weet u, ik kan gewoon niet wennen aan burgergoed. En ik vind het gewoon mooi. Het komt weer helemaal terug, de klederdracht." Dat Gaar de was nog traditioneel aan de waspaal, of beter gezegd roop, hangt, spreekt vanzelf.
"Roop slaat op lijn", legt ze uit. Maar of dat een verbastering van het engelse rope, touw dus, is? "Dat zou ik echt niet weten. We noemen het gewoon roop." En terwijl ze een korte demonstratie van het gebruik van de waspaal geeft, doet ze een plotselinge ontboezeming. "Ik heb ook een droger", fluistert ze. "Maar nog niet zo lang, hoor. En ik gebruik liever de roop. Nu nog maar met één of twee lijnen. De tweede, omdat ik de dekens ook uithang. Vroeger had ik wel drie lijnen en dan ging het achter elkaar aan. Maar de kinderen zijn inmiddels het huis uit." Het idee dat de waspaal zijn intrede in Volendam deed omdat de (zee)wind door de Dijk werd tegengehouden, wordt door Gaar Smit ontkend. "Dat was omdat er geen ruimte was. De huizen stonden heel dicht op elkaar. Ik ben geboren op de Dijk, aan het Zuideinde. We woonden beneden aan de Dijk en de roop was toen nog geen waspaal in de achtertuin, zoals nu. Dat is pas van de laatste vijftig jaar. De roop was een stok in het raam. Zodat je met twee haken, aan iedere kant van de muur, de was voor je raam langs kon hangen. Dat heb ik zelf nog vaak gedaan, want mijn moeder is jong gestorven." Op sommige plekken, zoals in het Doolhof, hing de was ook wel over de straten heen. "Er waren toen nog geen auto's. Maar de was moest wel hoog hangen, want dan kon je er onderdoor." Dat laatste principe wordt voor de hedendaagse roop in de achtertuin nog steeds gehanteerd. Via een handig systeem met katrollen schiet de was de lucht in. "Dat is gewoon makkelijk. Kun je er onderdoor lopen." Maar ook dat dreigt te verdwijnen. "Ach ja, de jongelui hangen niets meer buiten. Helaas, want het zou zonde zijn als de traditie verdwijnt."