Naar de inhoud

Er wordt eindelijk weer over voetbal gepraat

Bron: NHD

Er wordt eindelijk weer over voetbal gepraat
Volendam Zestien jaar later is er maar weinig veranderd. In 1987 promoveerde Volendam voor de laatste keer naar de eredivisie. De beste van de eerste divisie had toen nauwelijks bestaansrecht. En nu zich nieuwe kansen aandienen, is Volendam nog net zo armlastig als destijds. En net zo gretig. “Want voetballers staan niet stil bij de vraag of promotie wel goed is voor de club”, zegt Ab Plugboer, een van de kampioenen uit 1987. “Ze willen maar één ding. Het hoogst haalbare.” De koploper in poule B staat voor de beslissende duels in de nacompetitie. Twee haltes scheiden Volendam nog van de eredivisie. Via Emmen, vanavond, is de snelste weg. Maar anders is er altijd nog een omleiding, donderdag, langs Heracles. Het dorp siddert in afwachting van de ontknoping. Op de Dijk, bruisend hart van Volendam, is dat nauwelijks waarneembaar. “Dat is schijn”, weet Maurice Buys een van de eigen kinderen in het elftal. “Wél of niet promoveren is hier echt het gesprek van de dag.”

Supermarkt
Het vrije weekeinde wordt door de voetballers deels op het trainingsveld doorgebracht. De spelers die vrijdag tegen Excelsior verantwoordelijk waren voor het eerste puntenverlies in vier wedstrijden worden ontzien. Ze mogen op zaterdag uitlopen, aan de hand van Arie de Haan. “We maken het niet te laat, anders is het zo druk in de supermarkt”, grapt de hersteltrainer. Een dag later krijgen de spelers een afwerkingvorm voorgelegd door Henk Wisman. De trainer wijst vergeefs op het net dat tussen twee palen is gespannen. Maar het geluid dat hij wil horen klinkt niet. Na afloop vraagt Buys of iemand de sleutel van het hek heeft. “Er liggen acht ballen van mij in de tribune.” Toch heeft Wisman het gevoel dat zijn elftal klaar is voor de slag in Emmen. Een ploeg waar Volendam in de reguliere competitie twee keer kansloos van verloor. “Ik denk dat we nu een stuk verder zijn”, zegt de trainer. En dat we veel progressie hebben geboekt. Natuurlijk staan we een beetje onder druk. We staan er immers het beste voor. Maar dat is positieve spanning, we hebben iets te winnen. Het is geen negatieve druk omdat we op het punt staan te degraderen.”

Reëel
“Laten we wel alsjeblief reëel blijven”, roept Henk Kras. “We mogen promoveren, maar moeten niets.” De voorzitter van de katholieke club is net terug uit de kerk. “Nee de pastoor heeft in zijn preek niet over de eredivisie gesproken.” Supporters die de training volgen dromen over het vervolg van het traject. Ze gaan daarbij uit van het volgens hun meest waarschijnlijke scenario. “Emmen, Heracles en Volendam beginnen donderdag ieder met negen punten aan de laatste ronde.” De fans zien zichzelf dan al zitten, in een voor het eerst sinds mensenheugenis weer uitverkocht stadion waar hun club Heracles ontvangt. “Er kruipen zelfs toeschouwers in de lichtmasten”, zegt een vriend van Volendam. En de pechvogels die geen kaartje hebben weten te bemachtigen, drommen samen in het park. Waar de wedstrijd op een groot scherm te volgen is. “Een mooie droom, zeg nou zelf.” Het merendeel van de toeristen op de Dijk heeft geen benul van de fantasieën luttele meters verderop. Een Duitse gast tikt zijn vrouw aan om het nieuws door te geven. Hogelijk verbaasd als hij is dat de faam van het dorp deze dagen verder gaat dan de vissersboten die de paling op zijn bordje binnen brengen. Een vakantieganger uit Japan lacht zijn tanden bloot en blijft vriendelijk buigen Als hij eindelijk begrijpt dat de vraag over voetbal gaat, wijst hij op de etalage van een fotozaak. Nee, al die mensen in klederdracht zijn geen plaatselijke voetbalsterren.

Jan Schokker, Ab Plugboer en Hans Bakker vallen nauwelijks op tussen de toeristen. Als ze een hand op steken, geldt de groet een dorpsgenoot. Het trio dat op die gedenkwaardige Hemelvaart de tot nog toe laatste promotie van Volendam meemaakte, is opgetrommeld om terug te blikken. Voor een reportage van TV Noord-Holland kijken ze nog een keer naar beelden van het kampioensduel tegen NAC, op 28 mei 1987. Toen Ignace van Swieten affloot was het 2-2, precies genoeg voor Volendam. Ze zien Ed Vijent nog door het beeld lopen en Steven van Dorpel de score openen. “We moeten nog veertig worden, maar die twee zijn er al niet meer”, verzucht Bakker. De eerste werd vermoord, De ander was een van de vele slachtoffers bij de ramp met de SLM in 1989. Een jeugdige debutant maakt er 2-0 van. Wim Jonk werd dat seizoen noodgedwongen uit het tweede gehaald. ‘Spijker’ begon zijn later zo glansrijke carrière als topscorer van het kampioensteam. “We hadden een leuk, jong, gezellig en ondeugend elftal”, zegt Plugboer met een grijns. “Een vriendenploeg, net als nu”, weet Schokker, thans als elftalbegeleider een van de assistenten van Wisman. “We begonnen dat seizoen met zeven spelers en een trainer, Jan Brouwer, die net kwam kijken”, herinnert Bakker zich. “Er was nauwelijks geld. Eigenlijk had de club geen bestaansrecht. Als je dan toch kampioen wordt is de ontlading vreselijk groot.”

Gemorst bier
En natuurlijk werd de Heen en Weer opgetuigd, de botter die onlosmakelijk met Volendam verbonden is. “Die ‘boot’ heeft nog nooit water gezien”, zegt Plugboer. “Werd alleen maar nat van liters gemorst bier.” Het gevoel om er als voetballer van het dorp op te mogen staan is volgens de betrokkenen niet te betalen. Met als onbetwist hoogtepunt het moment dat de Heen en Weer de Dijk opdraait. Als verder gaan onmogelijk is. Het staat zwart van de mensen die je toejuichen. Dan kom je in onbeschrijfelijke sferen. Een gevoel dat alleen te begrijpen is, als je het zelf hebt meegemaakt.” Maar dat hoef je de betrokkenen van nu niet uit te leggen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.