Naar de inhoud

Een ´beroepsverbod` voor Jan Veerman

Bron: HP / De Tijd

Een ´beroepsverbod` voor Jan Veerman
Vanaf 23 juni dient het strafproces tegen de Volendamse kroegbaas, zijn dochter en zijn bedrijfsleider. Maar daarmee zijn de juridische sores voor Jan Veerman allerminst ten einde. Hoe de horecastrijd na de brand een politiek landjepik dreigt te worden.

Het is een kleurig monument aan de haven in Volendam. Water heet het, de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand hebben het samen met ontwerpster Jans van Baarsen gemaakt. Op 120 tegeltjes legden zij hun emoties en gevoelens vast ter herdenking aan de ramp in de nieuwjaarsnacht van 2001 die 14 doden eiste en 240 gewonden. Het monument staat niet in of op of tegen de gevel van het pand waar een flitsende vuurzee zoveel mensenlevens verwoestte. Het tableau ligt tegen het talud van de dijk, die hier Haven heet. Onopvallend bijna, weggestopt lijkt het wel, was het commentaar van sommige Volendammers na de onthulling vorig jaar september.

Op de dijk loopt een lint van horeca. Restaurants en cafés voor de toeristen overdag, in het weekeinde zijn het ‘s avonds de kroegen voor de Volendammers die na een week stevig werken graag stevig zuipen. Het liefst zittend op hun eigen, vaste barkruk, temidden van hun eigen, vaste vriendengroep. Haven 154-156 staat leeg. Al sinds de brand. In de twee doorgebroken panden lag boven in café De Hemel, dat iedereen ’t Hemeltje noemt. Op dijkniveau floreerde de populaire Wir War Bar en beneden, zeg maar in en tegen de landkant van de dijk, werd zaterdagsavonds gefeest in De Blokhut. “Meerlagige horeca van de zware categorie 4, niet zijnde een discotheek of bardancing, die tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse,” heet dat in de nieuwe nota Herijking Horecabeleid van de gemeente Edam-Volendam.

Het pand onder twee dakjes is voor de helft van Jan Veerman, alias Dekker zoals iedereen in Volendam hem noemt. De café´s waren van zijn horeca-bv; Jan Veerman betaalt nog steeds de pacht van rond elfhonderd euro per week aan mede-eigenaar Puul. Jan Veerman wil verder, maar mag niet, kan niet. Zijn keukenwinkel is ook al dicht, oké de klad zit in die sector, maar sinds de brand is er geen Volendammer meer die een keuken bij Jan wil kopen. Jan is het zat. Hij vindt dat de gemeente hem al twee jaar financieel en geestelijk probeert te doden. Terwijl hij zelf ook slachtoffer is. Zijn eigen neefje heeft de ramp niet overleefd.

Het strafproces tegen Jan Veerman, zijn dochter Laura en bedrijfsleider John Veerman (geen familie) dient in Haarlem vanaf 23 juni en zal zes à zeven dagen in beslag nemen. Na dat strafproces is Veerman allerminst verlost van juridische sores. De Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (BSNV) wil procederen over de hoogte van de schadevergoeding. Ook de gemeente houdt de mogelijkheid open om eventuele schadeclaims door te schuiven naar het bord van Veerman. En al die dreigende procedures vloeien in wezen voort uit het bestuurlijke wapengekletter over de vraag of Jan Veerman ooit nog de kans krijgt om weer kroegbaas te worden. In de maanden na de ramp was iedereen in Volendam het over één ding eens: in ´t Hemeltje zou nooit meer feestgevierd mogen worden. En ook in de twee cafés daaronder leek geen plaats voor vertier. Ook Jan Veerman was die mening toegedaan. Hij wilde het pand van ’t Hemeltje en de twee andere café´s ter herdenking aan de slachtoffers en de nabestaanden ter beschikking stellen. Hij zei dat bij de lokale omroep en tegen de BSNV en de SSNV (Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam).

Veerman is een stevige, blokkige kerel, haast zonder nek; zijn bijnaam had wel Jan-kop-en-schotel kunnen zijn. Of Jan Boeman. Zoals zijn figuur is zijn karakter. Een hoekige doordouwer. Jan Veerman is geen makkelijke; hij laat zich niet snel aan de kant zetten. Veerman bezit op de dijk aan de Haven ook nummer 146-148. En een stuk grond aan het Slobbeland, waar de dijk in noordelijke richting op uit loopt. Slobbeland wordt ontwikkeld voor toeristische recreatie. Palingrokerij Smit-Bokkum geeft er rondleidingen, waarna de toerist een palinkje van de graat kan zuigen. Een tijd na de ramp wilde Veerman verder. Hij polste de gemeente of de horecabestemming van Haven 154-156 - de Wir War en de Blokhut hebben een gezamenlijke vergunning - overgezet kon worden naar het pand daarnaast op146-148. Een mogelijkheid zou ook zijn om op het Slobbeland iets te beginnen, een disco, of misschien wel een hotel-restaurant. Met de opbrengsten wilde hij zijn beloftes aan de slachtoffers gestand doen. Hij kon echter niet bevroeden dat er uiteindelijk een soort beroepsverbod boven zijn hoofd zou komen te hangen.

In het Volendamse luwden inmiddels de eerste woede en frustratie over een falend gemeentebeleid en een horecaondernemer die het niet zo nauw had genomen met de regels. De drie café´s van Veerman waren immens populair. Toen het uitgaansleven min of meer het normale patroon hervatte, misten velen de gezelligheid van de vaste ploegen uit de Wir War en de Blokhut. Ook slachtoffers. Op de schutting die Veerman voor het pand had gezet, kwamen leuzen te staan: “Een bar moet open! Gesnopen?” En: "Gemeente, waar zit je verstand(skies)?", ondertekend met Peter Bulte, een verwijzing naar tandarts Peter Veerman (geen familie), die fractievoorzitter is van het CDA, en voormalig burgemeester Bulte. Zij zouden getweeën de grootste tegenstanders van Veerman zijn.

Maar het verwerkingsproces in de gemeenteraad was nog lang niet afgerond. Natuurlijk beseften bestuurderen en  raadsleden dat ook hen blaam trof. Al in 1987 had de raad het besluit genomen om de omvang van de horeca binnen de gemeente te bevriezen. Die stop leidde het tijdperk in van semi-legale en illegale uitbreidingen. De meerlaags-horeca die achteraf dan toch maar weer zuchtend werd gedoogd en gelegaliseerd. Nu was het tijd voor de politiek de rug recht te houden. Er moest een horecanota komen met strikte regels en handhaving. Geen uitbreiding in de ‘zware categorieën’ 4 en 5 (disco), wel mogelijkheden voor recreatie. De groepen dagjesmensen die in Volendam hoogstens twee uur van hun buschauffeurs kregen, konden best wat langer blijven.

Gemeenteambtenaren gingen zaterdagsavonds lege barkrukken tellen. Sommige cafés zaten rond middernacht propvol, andere konden best meer klanten gebruiken. De nota kwam er en daarmee ook de definitieve stop. In het blad Nieuw Volendam trok Henk Visser de conclusie: “46 pagina’s zijn er nodig geweest om simpel ‘Nee’ te zeggen tegen Jan Veerman.” Jan Veerman had de bui zien hangen. Eerder kreeg hij van de gemeente al te horen dat verplaatsing of vernieuwing van zijn vergunning van de Wir War naar de panden ernaast of naar het Slobbeland geen kans maakte. Jan had eind 2002 in de kroeg kennisgemaakt met een nieuwe huurder van een van zijn appartementen aan de dijk, mr Hendrik-Jan Bos. Bos is gespecialiseerd in zaken van gedupeerde beleggers, maar was niet enthousiast over de wijze waarop zijn vorige advocaten Jan begeleidden. Hij stelde een nieuw team samen. De gebroeders Anker voor de strafzaak. Mr Minderhoud van NautaDulith voor het bestuursrecht en hijzelf voor het civiele recht.

Omdat de gemeente Veerman niet toestond elders in Volendam een horecazaak te openen, zagen zij maar één uitweg: vergunning aanvragen voor de Wir War. De zaak diende geforceerd te worden. Die vergunning kon niet worden geweigerd: het pand had een horecabestemming. Dat klopte; de vergunning werd verleend. Echter, per dezelfde brief werd die vergunning onmiddellijk weer ingetrokken, omdat de gemeente op basis van haar bevoegdheden inzake openbare orde verwachtte dat heropening tot zulke emotionele taferelen zou leiden dat rellen niet kunnen worden uitgesloten. Een gebruiksvergunning kon de gemeente niet tegenhouden; na controle bleek aan alle voorwaarden te zijn voldaan. Jan Veerman zou een kopje koffie, thee of een glaasje fris mogen serveren, maar absoluut geen alcohol.

´Als je zelf boter op je hoofd hebt, zie ik niet hoe je een goed compromis kunt weigeren dat acceptabel is voor de slachtoffers van jouw nalatigheid.`

De discussie of er ooit nog horeca onder ´t Hemeltje mag plaatsvinden, zet nu al maanden de gemoederen in Volendam op scherp. Vrijwel alle moeders van slachtoffers ondertekenden op 31 mei 2001 een smeekbede aan het college van B & W:  “Als moeders van kinderen die tengevolge van de brand in het Hemeltje de dood hebben gevonden, willen wij u vragen om met de heer Veerman in overleg te treden over een herbestemming van de Wir War. Wij dragen levenslang de pijn van ons grote verlies met ons mee. Als de Wir War Bar opnieuw zou worden geopend, zou dat voor ons betekenen dat wij bovenop die pijn zullen worden geconfronteerd met het feit dat de plaats waar onze kinderen zijn gestorven wordt onteerd met drank en drugs. Die confrontatie kunnen wij niet aan.”

Waar is het toch misgegaan? In eerste instantie wilde ook Jan Veerman daar geen kroeg meer openen. De BSNV had het hem dat gevraagd; hij was het ermee eens. Veerman dacht dat de BSNV bij de gemeente steun had gekregen voor verplaatsing van zijn vergunning. En ergens onderweg leek het ook of het college van B & W met die gedachte kon leven. Maar de meerderheidscoalitie van CDA, PvdA en VVD in de raad, nog altijd de baas in een gemeente, zette de hakken in het zand en floot het college terug. Geen uitbreiding van horeca categorie 4, en zeker niet voor Veerman, hoewel dat laatste nooit hardop is uitgesproken.

Wil de, deels uit nieuwe raadsleden bestaande coalitie in een reactie op het slappe bestuur uit het verleden nu roomser zijn dan de paus? Het lijkt alsof de coalitie alleen staat in haar gestaalde standpunt. Bij de gemeenteraadsvergadering van 27 maart betoogde GroenLinks dat de aanvraag van Veerman niet om uitbreiding ging maar slechts om verplaatsing. Die barkrukken stonden er immers vroeger ook al. GroenLinks diende een motie in: “Verplaatsing naar Haven 146-148 is voor de slachtoffers en voor de exploitant een aanvaardbare oplossing.” 

Hoe gelukkig die oplossing voor iedereen ook zou zijn, het politieke landjepik ging vóór. Alleen de oppositie stemde voor, dus werd de motie met twaalf stemmen tègen en negen vóór verworpen.  Liefhebbers van de kroeg, fans van díe barkrukken in de Wir War en de Blokhut hebben dikke handtekeningenlijsten ingezameld voor een heropening elders. Ook slachtoffers tekenden.

Directeur Klaas Bond van CRN (Centrum voor Reïntegratie en Nazorg) Het Anker heeft dagelijks te maken met de nasleep van de ramp en begrijpt niet dat dit conflict tussen de raad en Veerman uitgevochten moet worden over de rug van slachtoffers en nabestaanden heen. Dat op die plek geen horeca meer mag, staat voor hem vast. Klaas vertelt over Dublin, waar op 13 februari 1981 bij een brand in de Stardust-discotheek 48 jongeren het leven verloren en meer dan driehonderd gewond raakten. Tony McCullagh schreef er een boek over, They Never Came Home. Ook de Stardust bestond uit drie delen. Acht maanden na de ramp vroeg de eigenaar een nieuwe drankvergunning aan voor de twee niet-getroffen delen en kreeg die. Elk jaar werd er weer fel geprotesteerd tegen verlenging. Ouders lieten zich insluiten, ramen werden ingegooid, deuren gebarricadeerd. Men zag de plek als een crematorium.

Klaas Bond vindt dat de standpunten van Veerman nogal eens wisselen op een manier die hij niet kan volgen, maar hij zegt ook: “Mijn inschatting is dat de betrokkenen vrede kunnen hebben met een verplaatsing van de Wir War. De gemeente was volgens het rapport Alders een van de hoofdverantwoordelijken. Door nu een weigerachtige houding aan te nemen blokkeert de raad een alternatieve oplossing die de slachtoffers en vooral de nabestaanden ontziet. Als je zelf boter op je hoofd hebt, zie ik niet hoe je een goed compromis kunt weigeren dat acceptabel is voor de slachtoffers van jouw nalatigheid. Zo’n raad moet toch alles op alles zetten om te voorkomen dat de slachtoffers nog eens extra verdriet wordt aangedaan. Dan zijn particuliere opvattingen jegens Veerman van ondergeschikt belang.

"Stel dat Veerman de weigering aanvecht en wint? Wie is er dan wijzer geworden? Niemand. De slachtoffers en vooral de nabestaanden trekken dan aan het kortste eind. De gemeente noch Jan Veerman - beiden zijn volgens de commissie-Alders verantwoordelijk voor het ontstaan van de ramp - hebben het morele recht deze mensen extra verdriet te doen.”

Terwijl Jan Veerman op 23 juni in Haarlem voor de rechter staat, vindt ´s middags om vijf uur op het stadskantoor Edam-Volendam een hoorzitting plaats over het bezwaarschrift van Veerman tegen intrekking van zijn vergunning en het bezwaarschrift van de BSNV tegen het in eerste instantie verlenen van die vergunning. Een regiefoutje? Of is de regie juist heel zorgvuldig gepland op die eerste dag van het strafproces? Jan Veerman kan er niet bij zijn en misschien is het ook maar beter de confrontatie met vóór- en tegenstanders te mijden.

Ondertussen heeft Edam-Volendam sinds 1 april een nieuwe burgemeester, W.J.F.M. van Beek. Hij is met fikse moed in Volendam begonnen, alleen dat al is een compliment waard. Burgemeester Van Beek heeft al diverse malen met Veerman gepraat. Hij hoopt op een oplossing. De lelijke schutting voor de Wir War heeft hij al weggepraat.

En de politici zelf?  De VVD´ers uit Edam begrijpen soms niets van dat Volendam; ze komen elkaar daar tegen op straat, ze zijn bijna allemaal familie van elkaar, laten die Volendammers dat maar onder elkaar uitvechten. De Volendamse CDA-wethouder Nouwen: “Er is nu eenmaal een stop vastgelegd op de zware horeca. Wat zegt u? Beroepsverbod? Dat laat ik voor uw rekening.”  Peter Veerman is tandarts en fractievoorzitter van het CDA. Zijn dochter overleefde de ramp. Hij heeft geen commentaar. “De burgemeester is er hard mee bezig; je moet een broedende kip niet storen.” 

Bos, Veerman en advocatenkantoor NautaDutilh bereiden een kort geding voor tegen de gemeente. De kip moet haast maken met broeden.           

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.