Naar de inhoud

Cafébaas Veerman: 'Bloedheet, maar ik had kippenvel'

Bron: AD

Cafébaas Veerman: 'Bloedheet, maar ik had kippenvel'
Cafébaas Jan Veerman kreeg gisteren voor de rechtbank in Haarlem de kans zijn kant te vertellen van het verhaal over de nieuwjaarsramp in Volendam. Daar heeft hij tweeënhalf jaar naar uitgekeken. De ramp als eindeloze nachtmerrie. Jan Veerman (56) staat in gedachten weer op de drempel van de Hemel, minuten nadat de brand verwoestend om zich heen heeft gegrepen. ,,Een enorme stank komt naar buiten, van de rook. Opeens zie ik iemand uit de donkere rook komen, Dat is barkeeper Rolf met een bewusteloos meisje in zijn armen. Ik zeg: 'wat is hier gebeurd?' Rolf wijst naar het plafond en zegt alleen: 'zoef'. Ik neem dat meisje van hem over en zeg tegen hem dat hij zich moet laten verzorgen. Hij is de eerste die ik zie met brandwonden.''

Veerman krijgt het te kwaad. Zijn verhaal wordt bijna onhoorbaar, hij dwingt zichzelf verder te vertellen, ondanks zijn tranen. ,,Er was daar buiten een stenen plaat met sneeuw erop, het had eerder die week gesneeuwd. Ik legde dat meisje op die plaat. Met mijn handen deed ik sneeuw over haar heen, toen ben ik weer naar binnen gegaan en heb de volgende van de vloer gehaald. Het is moeilijk uit te leggen, meneer, het was bloedheet daarbinnen, maar ik had het koud, kippenvel had ik. Ik ben enorm sterk, maar mijn lichaam had de grootst mogelijke moeite met het naar buiten dragen van die kinderen.'' Veerman vertelt dat hij zeven jongeren naar buiten heeft gedragen. En toen werd hij tegengehouden 'door de mensen', zegt hij. Hij mocht zijn café niet meer in van de omstanders. Sindsdien beheerst de ramp al zijn dagen en leeft hij in een dorp vol vijanden. ,,Ik word al tweeënhalf jaar als een boef afgeschilderd. Mijn vrouw durft 's avonds de hond niet meer uit te laten, ze is uitgescholden voor moordenaar.'' Bij veel families is Veerman niet meer welkom. ,,Ze willen geen moordenaar over de vloer.''

Er zijn ook mensen in Volendam die hem de ramp niet persoonlijk aanrekenen. Daags na de tragedie bezoekt Veerman René Schilder, die in het brandwondencentrum Beverwijk ligt. Hij moet via de personeelsingang naar binnen en mag niet op het gewone bezoekuur komen. Om akelige confrontaties te voorkomen. ,,Hij lag daar helemaal ingepakt in verband'', vertelt Veerman met piepende stem. ,,'Kijk Jan', zei hij, 'ik kan nu met links eten, dat kon ik voor de ramp niet'. Ik kon er niet om lachen. Hij zei: ik begrijp precies wat jij nu doormaakt. Ik waardeerde dat enorm, het karakter van die jongen, ongelofelijk. Het was wel iemand die nog zou kunnen doodgaan.'' Rechter Toeter houdt Veerman voor dat hem in het dorp wordt verweten dat hij te weinig heeft gedaan voor de slachtoffers. Veerman begrijpt dat dit beeld is ontstaan. ,,Maar ik kreeg advies van mijn toenmalige advocaten om te zwijgen omdat er een strafzaak tegen mij liep. U weet niet hoe ik al die tijd heb staan popelen om mijn verhaal te vertellen.''

Veerman is het er pertinent mee oneens dat hij de slachtoffers heeft laten zitten. Op 26 februari 2001 maakte hij de uitkering van verzekeraar AMEV, in totaal 2,6 miljoen gulden, over op de rekening van stichting 010101, voor de slachtoffers. ,,Met het stichtingsbestuur was ik al een half jaar in gesprek. Hoor ik die voorzitter op televisie vertellen dat de slachtoffers nog niets van Veerman hebben gehoord... Dat zo'n man dat zegt.'' Veerman die zegt al lang bij een psychiater te lopen, stelt dat hij nog steeds niet kan slapen van de ramp. ,,Ik ben niet meer vrolijk, absoluut niet. Als ik 500 meter fiets over de Julianaweg, kom ik drie slachtoffers tegen, dan denk ik: 'dat ik is in mijn café gebeurd, wat erg'.'' Wrok jegens de mensen in het dorp die hem haten, heeft hij niet. ,,Hoe kan ik wrok hebben jegens mensen die niet beter weten? Bij ons zijn alleen maar verliezers.''

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.