Naar de inhoud

Veerman ontkent schuld aan ramp (met foto)

Bron: telegraaf

Veerman ontkent schuld aan ramp
Dat hij als eigenaar verantwoordelijk is, wil Jan Veerman (56) van Volendams rampcafé De Hemel wel geloven. Maar hij vindt niet dat hij fouten heeft gemaakt. Het was gisteren niet de enige opmerking die in de Haarlemse rechtszaal werd ontvangen met schamper gelach en verontwaardigd gesis uit de rijen van nabestaanden van in de helse brand in de nieuwjaarsnacht van 2001 omgekomen cafébezoekers en van nog altijd deerlijk verminkte overlevenden. Tranen en koude rillingen bepaalden echter in hoofdzaak de atmosfeer op deze dag, die was gereserveerd voor het eigen verhaal van de drie verdachten. Tranen van Veerman zelf bijvoorbeeld, omdat hij in het dorp soms voor moordenaar wordt uitgemaakt en omdat zowel kerk als gemeente hem consequent heeft genegeerd terwijl ook hij immers slachtoffer is en nooit enige opvang heeft genoten. En tranen om de nooit verdwijnende beelden. Toch vond hij ruimte voor een wrang grapje, uit de mond van slachtoffer René die hij opzocht in het ziekenhuis. „Hij zat helemaal in het verband. Hij zegt: „Jan, ik kan nou links eten. Kon ik vóór de ramp niet... Wat een karakter bij zo iemand waarvan je denkt: die kan nog wel doodgaan!”
      
Advocaat mr. W. Anker vroeg Veerman te vertellen over zijn contacten met slachtoffers en zijn gedrag na de ramp. Veerman had direct 50 mille overgemaakt naar de stichting die slachtoffers hielp, had nog eens 22 mille uitgedeeld aan mensen die met taxi´s naar ziekenhuizen moesten, en hij had later ook de 2,6 miljoen aan verzekeringspenningen ter beschikking gesteld. Tranen waren er ook van sommige slachtoffers, die het herbeleven van de verschrikkingen bij het aanhoren van het bloedstollende verslag van bedrijfsleider John Veerman (35) niet meer aankonden. Échte tranen. Net als van de verdachten die bezwoeren: „Dit is ons overkomen. Wij hebben er óók niet om gevraagd.” Laura beklemtoonde dat het wijdverbreide ongeloof in hun betrokkenheid en verdriet niet terecht is: „Als je zó hard bent dat je híér een potje gaat zitten nepjanken, dan ben je het leven niet waard..!” snikte zij.
      
Kippenvel
Vader Veerman over zijn reddingsactie na de brand: „Het was bloedheet. Maar ik had het koud. Kippenvel.” Huilend vertelde hij hoe hij een bewusteloos meisje had overgenomen van een barkeeper en hoe hij haar in de sneeuw had neergelegd voordat hij opnieuw naar binnenging. Hoe hij werd geholpen om slachtoffers op zijn schouders te nemen.


Jan Veerman

Maar het meest indrukwekkend was het gruwelverhaal van John Veerman, die urenlang in de weer is geweest met slachtoffers die er zo verschrikkelijk aan toe waren en zelfs een arts die het geestelijk niet meer aankon, moest kalmeren. Afgrijselijke details vulden de doodstille rechtszaal. Zoals over een jongen in alleen een onderbroek met verder allemaal vellen. Wat de beschuldigingen van nalatigheid betreft, toonde Jan Veerman zich resoluut: er was eigenlijk niets verkeerd gegaan voorzover hij het in de hand had gehad. De kerstversiering had niet te laag gehangen. „De politie kwam elke zaterdag. Nooit aanmerkingen.” En dat zijn personeel met sterretjes in de weer is geweest acht hij vrijwel uitgesloten, alleen al op grond van zijn lijfspreuk: „Wat je thuis niet doet, doe je zeker niet bij Jan Veerman.” Dat een lange rij getuigen precies het tegenovergestelde heeft verklaard over het vuurwerk en de versiering begrijpt hij niet. Wel gaf hij toe dat hij nooit had nagedacht over het maximale aantal klanten dat hij in zijn zaak kon verwerken. Maar kinderen onder de zestien? Die werden altijd weggestuurd. Ook deze stelling werd echter ondergraven door mensen die zeiden al sinds hun dertiende over de vloer te zijn geweest. Vandaag worden de strafeisen bekendgemaakt.
 

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.