Veroordeeld voor ze de rechtbank gezien hebben
Veroordeeld voor ze de rechtbank gezien hebben
Om los te komen van alles had Laura Veerman een baantje gezocht, in her jaar na de ramp. Een dag in de week helpen in een viswinkel. De avond voor ze zou beginnen, kreeg ze telefoon. ,,Ik hoefde niet te komen, zeiden ze. Het personeel wilde niet met mij werken. Omdat ik de dochter ben van.” Laura Veerman en bedrijfsleider John Veerman (geen familie) van ‘t Hemeltje stonden gisteren net als café-eigenaar Jan Veerman terecht bij de HaarIemse rechtbank. Drie Volendammers, getekend door de ramp. Door alles wat er is gebeurd, voelen ze zich al veroordeeld voor ze de rechtbank gezien hadden. Bij een strafzitting gaat het officieel om de juridische feiten. Schuld, bewijs en straf en zo. Maar bij de zaak van gisteren maakten de persoonlijke ervaringen veel meer indruk dan de werkelijke feiten. Zowel Jan Veerman als zijn bedrijfsleider vertelden over wat ze in de rampnacht hadden meegemaakt. De schrik, de hitte, de slachtoffers die ze naar de Dijk hadden gebracht en tenslotte het bittere besef dat er doden in hun zaak waren gevallen. ,,Het verbijstert me nog steeds. Alsof ik in een film een slechte hoofdrol speel waarin ik niet thuis hoor”, verwoordde John Veerman het. Hij werkte tien weken bij ‘t Hemeltie en noemde baas Jan ‘dramatisch streng’. ,,Hij wilde het licht niet te laag, op de krukken dansen mocht niet. En toen Jan vond dat de kerstversiering te laag hing, heeft hij die persoonlijk weggeknipt.”
Hij stipte aan dat de politie elke zaterdagavond langs was geweest. Een agent had nog gezegd dat de versiering er ‘zo gezellig uitzag’. Een waarschuwingsbrief van de gemeente over de dennentakken steekt daar schril bij af. Die brief had hij ook nooit in handen gehad zei hij. En sterretjes had de bedrijfsleider nog nooit van zijn leven gezien’. De rechter: ,.Dat kan ik niet rijmen met de verklaringen van anderen die ze daar allemaal hebben gezien.” Het antwoord: ,,Ik ook niet.” Bij het gevaar van de kerstversiering had ook Laura Veerman nog nooit stilgestaan. ,,We deden het elk jaar zo.” En van die waarschuwingsbrief wist ze niks. ,,Die hebben we niet gehad. Anders had mijn vader de versiering wel laten behandelen. Die paar honderd gulden had er wel af gekund.” Dat ze terecht moest staan, noemde Laura Veerman ‘verschrikkelijk onterecht’. ,,Ik was er niet eens in die nacht.”
Knuffelbeest
Zwaar geraakt vertelde dochter Laura dat ze door de nasleep van de ramp een vriend was kwijtgeraakt. Niet omdat hij was overleden, maar omdat de beschuldigingen in het dorp de families uit elkaar hadden getrokken. ,,Ik ben nog met een vriendin en knuffelbeest in het ziekenhuis bij hem langs geweest. Nu kijkt hij me niet meer aan. Waarom moet vriendschap hieraan kaporgaan?
Meneer de rechter, vertel mij niet hoe het voelt om beschuldigd te worden. We voelen het elke dag.” Meer nog dan een straf in juridische zin, voelen de drie her als straf om door het eigen dorp afgewezen te worden. Ze waren van plan mee te lopen met de stille tocht waarbij de slachtoffers werden herdacht. Met de jassen aan zaten ze bij Jan Veerman thuis, toen ze direct bij de start te horen kregen dat ze niet wekom waren. ,,Het stond al op Teletekst voor we het zelf wisten.” Met baas Jan was bedrijfsleider John in de auto op weg om een slachtoffer in een Belgisch ziekenhuis te bezoeken. ,,Bij Breukelen hoorde ik op mijn mobiele telefoon dat we niet welkom waren. Dan waren de stellingen weer betrokken.’ Jan Veerman liet zijn tranen de vrije loop, toen hij vertelde over de afwijzing door het dorp. Hij kon maar niet begrijpen waarom Volendam hem met de nek aankijkt. Had hij de 2,6 miljoen gulden van de verzekering na de ramp dan niet meteen naar de slachtoffers laten overmaken? Had hij in de week na de ramp dan niet meteen 5o.000 gulden gestort op de rekening van de slachtofferstichting? Hij had die nieuwjaarsnacht 22.000 gulden in huis. ,,Dat hebben we meteen uitgedeeld onder mensen die geen geld hadden om met de taxi hun kind in het ziekenhuis te bezoeken.”
‘Hij stelde auto’s beschikbaar aan ouders van gewonde jongeren in Volendam.‘ Hetzelfde Volendam dat ieder jaar voor ,sportclubs vier ton aan sponsorgeld van hem kreeg toen hij veel geld verdiende ‘met zijn Voldovar-afslankpillen. Datzelfde Volendam dat veertigduizend piek van hem had gehad toen de kerk gerestaureerd moest worden. Huilend vroeg hij zich af waar hij dan toch die afwijzing aan te danken had. ,,Wat heb ik verkeerd gedaan? Dit heb ik toch ook niet gewild?”
De rechtbankpresident zei het in een zinnetje, tussendoor. ,,Ik denk dat er in Volendam nog veel besproken moet worden.”