Naar de inhoud

Medische evaluatie ramp Volendam

Bron: Academisch Ziekenhuis VU

Medische evaluatie ramp Volendam
Hierbij informeren wij u als eerste over de resultaten van de evaluatie van de medische hulpverlening bij de cafébrand in Volendam. Deze evaluatie is gedaan voor hulpverleners. Doel is om de hulpverlening bij rampen te optimaliseren. Natuurlijk willen wij u de belangrijkste resultaten uit het onderzoek niet onthouden. Het is uitgevoerd door de commissie Medische Evaluatie Ramp Volendam (MERV). De stuurgroep van deze commissie is direct na de cafébrand gevormd vanuit het Traumacentrum Noord-West Nederland. Het onderzoek is een inventarisatie van de kwaliteit van de medische hulpverlening en zal gebruikt worden voor een grootschalig onderzoek naar de hulpverlening bij rampen. Dit zogenoemde DELPHI onderzoek moet leiden tot aanbevelingen en voorstellen voor het invoeren van maatregelen om de hulpverlening bij rampen wereldwijd te verbeteren.

Over het algemeen kan worden gesteld dat de medische hulpverlening naar omstandigheden afdoende is geweest. Omdat het onderzoek voornamelijk moet bijdragen aan het optimaliseren van hulpverlening bij rampen, hebben de onderzoekers zich vooral gericht op aspecten die verbeterd kunnen worden.

Het overzicht van de belangrijkste en voor u relevante resultaten is opgesplitst in de verschillende fasen van de hulpverlening.

Cijfers ramp
Er waren 348 bezoekers in café de Hemel toen de brand uitbrak. Vier jongeren overleden op het rampterrein en 241 jongeren zijn vervoerd naar een ziekenhuis. Van deze laatste groep moesten 112 jongeren worden opgenomen op de Intensive Care. Uiteindelijk eiste de brand 14 jonge levens.

Melding van de ramp
De alarmering naar de hulpverleners was voldoende om veel hulpverleners naar de rampplek te leiden, maar de melding bleek niet specifiek genoeg te zijn. De hulpverlening op het rampterrein kwam geleidelijk op gang.

Er waren Medisch Mobiele Teams aanwezig. Zij bestaan uit speciaal voor complexe acute hulp opgeleide verpleegkundigen en artsen. Het vervoer van de teams naar de rampplek was niet optimaal. Dit heeft echter geen aantoonbare nadelige gevolgen voor de hulpverlening gehad.

Hulpverlening op de rampplek

De onderzoekers hebben de gegevens uit het onderzoek vergeleken met gegevens over de overlevingskans van brandwondenslachtoffers onder ‘normale’ omstandigheden en concludeerden dat het aantal dodelijke slachtoffers bij de Volendamse cafébrand lager was dan kon worden verwacht.

Op de rampplek waren genoeg ambulances aanwezig. Dit is gebaseerd op de in de literatuur beschreven verhouding tussen behoefte en beschikbaarheid van ambulances.

De gewonden werden, gezien de aard van het letsel, naar de juiste ziekenhuizen vervoerd (brandwondencentra, academische ziekenhuizen of algemene ziekenhuizen).

Het ontbrak op de rampplek aan medische leiding. De bevoegdheden van de hulpverleners onderling waren soms niet helder.

De diagnostiek op het rampterrein verliep niet uniform. Hulpverleners gebruikten verschillende protocollen voor de diagnostiek bij slachtoffers. De ernst van de brandwonden en de aanwezigheid van ademhalingsproblemen waren door omstandigheden ter plaatse met gebruik van de huidige methoden moeilijk in te schatten. De hulpverleners waren geneigd de letsels als ernstiger te beoordelen dan ze achteraf waren.

De registratie van gewonden op de plek van de ramp was gebrekkig.

Transport
Het bleek voor hulpverleners moeilijk de ernst van de verwondingen eenduidig in klassen in te delen. Hierdoor was het ingewikkeld te beslissen welke slachtoffers het meest urgent getransporteerd moesten worden.

 

Het heeft lang geduurd voor de patiënten met ambulances van het rampterrein in het ziekenhuis aankwamen. Wel kwamen de slachtoffers met ernstiger letsel eerder aan dan de minder ernstige slachtoffers.

 

Door het grote aantal slachtoffers dat door particulieren werd vervoerd waren de dichtstbijzijnde ziekenhuizen overbelast. Hierdoor waren zij minder goed in staat andere patiënten op te vangen.

Hulpverlening in de ziekenhuizen

Het aantal beschikbare intensive care-bedden voldeed aan de behoefte.

In verschillende ziekenhuizen werden gelijksoortige aandoeningen hetzelfde behandeld.

De coördinatie van de hulpverlening tussen de drie brandwondencentra (Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk, Martiniziekenhuis, Groningen, het Medisch Centrum Rijnmond Zuid, locatie zuider, Rotterdam) verliep optimaal.

Op basis van de beschikbare gegevens zijn er geen aanwijzingen dat patiënten op de Intensive Care niet adequaat behandeld zijn.

Overplaatsing
Een groot gedeelte van de patiënten was instabiel op het moment van overplaatsing. Het was verantwoord ze te vervoeren omdat er tijdens het overplaatsen goede begeleiding was en optimale zorg kon worden verleend.

De helikoptertransporten van het ene naar het andere ziekenhuis hebben nauwelijks tijdswinst opgeleverd. Overplaatsen per ambulance heeft dan ook vooralsnog, in vergelijkbare situaties, de voorkeur boven het op korte afstand verplaatsen per helikopter.

Er werd niet op gestructureerde wijze contact gehouden met de buitenlandse ziekenhuizen. Terugplaatsing hiervandaan bleek soms moeilijk. De verschillende aspecten van internationale over- en terugplaatsing moeten vastgelegd worden in een convenant.

Onderzoeksmethode
Tot slot over de onderzoeksmethode. De inventarisatie is uitgevoerd door clinici en onderzoekers die niet direct bij de hulpverlening bij de cafébrand in Volendam betrokken waren. Zij hebben gebruik gemaakt van gegevens uit medische dossiers van de patiënten, registratiegegevens van ambulances, de GHOR, (Geneeskundige Hulp en Opvang bij Rampen), Centrale Post Ambulance dienst Amsterdam en alle betrokken ziekenhuizen. Daarnaast hebben zij artsen, verpleegkundigen, GHOR functionarissen en organisatiedeskundigen geïnterviewd. Hierbij moet worden aangetekend dat de onderzoekers niet over alle gegevens van de patiënten beschikten.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.