Onpeilbaar verdriet en houding Veerman wegen mee in vonnis
Onpeilbaar verdriet en houding Veerman wegen mee in vonnis
Geen enkele straf kan de pijn in Volendam verlichten. Maar wat medeleven van Jan Veerman was wel op zijn plaats geweest. Rechtbankvoorzitter R. Toeter sprak gisteren bij het voorlezen van het vonnis Veerman aan op zijn gebrek aan medeleven met slachtoffers en nabestaanden 'tot op de terechtzitting aan toe'. En hij rekende hem er ook op af. De rechtbank verwijt Veerman dat hij ,,door tot aan de terechtzitting na te laten om op een passende wijze blijk te geven van medeleven met slachtoffers en nabestaanden-veel direct en indirect door de ramp getroffen Volendammers extra leed heeft toegebracht.'' Het gebrek aan blijken van medeleven door Veerman heeft de rechtbank in zijn nadeel laten meewegen.
Aan de basis van de strafmotivering liggen de zeer ernstige gevolgen van de brand die aan veertien jongeren het leven kostte en zo'n tweehonderd vaak ernstig verwondde. Een brand die 'onpeilbaar en blijvend verdriet tot gevolg had', aldus rechter Toeter. Een brand die naar het oordeel van de rechtbank 'mede kon ontstaan door aanmerkelijke nalatigheid, onoplettendheid, onachtzaamheid en onnadenkendheid' van Veerman. Vóór Veerman pleit volgens de rechtbank zijn inzet bij de hulpverlening direct na de brand. En met het verlies van zijn neef bij de ramp is ook hij persoonlijk getroffen. Veerman heeft deze ramp natuurlijk ook nooit gewild. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat Veerman door velen in de Volendamse gemeenschap wordt aangekeken op zijn ,,als weinig fijngevoelig en coöperatief ervaren houding bij de afwikkeling van de gevolgen van de ramp''. En dan is er nog de voor Veerman veel belastende media-aandacht.
Voor de rechtbank staat vast dat de horecaondernemer zelf op alle fronten verantwoordelijk was voor het reilen en zeilen in het horecacomplex. En ook voor de goede zorgen voor zijn gasten. Veerman is tenslotte de horeca-exploitant en daarmee dus verantwoordelijk voor het te laag ophangen van de brandbare kerstversiering. Het is volgens de rechtbank niet ongebruikelijk dat bezoekers van horecagelegenheden aanstekers boven hun hoofd zwaaien of met brandende sterretjes meedeinen op de muziek. Dat had hij kunnen weten. De rechtbank verwijt Veerman in het bijzonder dat hij op de bewuste oudejaarsavond niet aanwezig was. ,,Daarmee heeft hij zich voorafgaand aan de ontstane brand de mogelijkheid ontnomen om voldoende toezicht te houden.'' En daardoor waren er ook zoveel jongeren in het café en daarmee veel jonge slachtoffers te betreuren. Met verantwoordelijk toelatingsbeleid was dat volgens de rechtbank niet gebeurd.
De houding van Veerman, die volgens het vonnis vooral zelf bepaalt aan welke regels hij zich houdt, steekt de rechtbank. ,,Deze eigenzinnige houding heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat er ten tijde van de ramp onvoldoende goed bruikbare vluchtwegen in de bar De Hemel aanwezig waren.'' Veerman is wat de rechtbank betreft ,,aanmerkelijk tekort geschoten in de op hem rustende plicht zorg te dragen voor een veilig verblijf van en een veilige ontsnappingsmogelijkheid voor in de bar toegelaten publiek en personeel.'' Voldoende gronden allemaal volgens de rechtbank om de ondernemer achter de tralies te zetten. Maar ze kiest voor een voorwaardelijke celstraf van een jaar. En dat is vooral bedoeld als mogelijkheid om te zorgen dat Veerman en de slachtoffers er samen uit komen. De rechtbank daarover: ,,om verdachte niet de mogelijkheid te ontnemen om tot een voor alle betrokkenen bevredigende afwikkeling van de gevolgen van de ramp te komen.'' Bovendien wordt Veerman een maximale werkstraf opgelegd. Een prikkel om zich als 'eigenzinnige baas' eens onder leiding van anderen voor de gemeenschap in te zetten. Daarmee kan wat de rechtbank betreft zijn schuld aan de gemeenschap enigszins worden ingelost.