Naar de inhoud

Volendam drinkt veel na de ramp

Bron: Parool

Volendam drinkt veel na de ramp
Volendamse jongeren zijn na de brand in café Het Hemeltje in Volendam buitensporig veel gaan drinken. Voor de brand op nieuwjaarsnacht 2001 dronk één op de tien tweedeklassers van het Don Bosco College in Volendam wel eens een glas. Vijf maanden na de ramp was het alcoholgebruik bij driekwart van diezelfde jongeren excessief. Ze dronken bijna twee keer zo veel als leeftijdgenoten elders, van wie veertig procent veel drinkt. Dat blijkt uit onderzoek van TNO Preventie en Gezondheid dat vandaag in het medisch vakblad The Lancet is gepubliceerd. De jongeren hadden vijf maanden na de ramp ook nog steeds twee keer zo veel last van angst, depressies, concentratieproblemen en woede, in vergelijking met jongeren elders in het land.

Jongeren die de brand hadden meegemaakt, zochten hun heil vaker in alcohol dan leeftijdgenoten die er niet bij waren geweest. Roken en het gebruik van marihuana en xtc namen niet toe. Wel werden iets meer slaapmiddelen geslikt. Volgens Menno Reijneveld, de sociaal geneeskundige die het onderzoek deed, greep de jeugd meer naar drank dan naar drugs omdat alcohol de emoties losmaakt en jongeren vooral met elkaar drinken. De ondervraagden dronken daarbij vaak vijf glazen of meer per gelegenheid. Meisjes hadden het moeilijker dan jongens. De jongeren moesten met behulp van een vragenlijst aangeven hoe ze zich na de ramp voelden. ''Uit eerder onderzoek blijkt dat meisjes wat gevoeliger zijn dan jongens bij het verwerken van zulke afschuwelijke gebeurtenissen. In dit geval ben ik er nog niet uit. De hogere score onder de meisjes kan ook betekenen dat ze gemakkelijker over hun gevoelens rapporteren dan jongens,'' aldus Reijneveld.

De ramp heeft ook grote gevolgen gehad voor de tieners die niet bij de brand waren. Het verlies van klasgenoten, vrienden, broers en zussen en de dagelijkse confrontatie met slachtoffers die ernstige misvormingen en handicaps hebben overgehouden, hebben waarschijnlijk de toegenomen emotionele problemen bij deze jongeren veroorzaakt, constateert de onderzoeker. Het is voor het eerst dat de effecten van een ramp op jongeren zo goed konden worden gemeten, zegt Reijneveld. ''Er is eerder onderzoek gedaan naar hoe jongeren een ramp verwerken. Daarbij wordt dan ook altijd gevraagd hoe ze zich voelden vóór de ramp. Maar de antwoorden op die vragen zijn dan gekleurd door de gebeurtenissen en leveren een vertekend beeld op. In ons geval hadden hadden we harde gegevens over hoe de jongeren zich voor de ramp voelden.''

Het oorspronkelijke onderzoek was bedoeld om te bekijken wat extra hulp aan scholengemeenschappen op het gebied van preventie kan betekenen bij het voorkomen van alcohol- en drugsmisbruik onder jongeren. Voor dit onderzoek vulden tweedeklassers van het Don Bosco College in Volendam vijftien maanden voor de ramp een vragenlijst in. Dezelfde lijst werd ook voorgelegd aan tweedeklassers van twee vergelijkbare scholengemeenschappen elders in de Randstad. De drie scholen, die geen gezondheidshulp van buitenaf kregen, zouden later worden vergeleken met scholen die wel extra ondersteuning hadden gekregen. De vragen gingen over gedrags- en emotionele problemen en over het middelengebruik van de leerlingen. Afgesproken werd dat ze in mei 2001 als vijftienjarigen in de derde klas de lijst opnieuw zouden invullen.

Reijneveld: ''Dat was vijf maanden na de ramp. Natuurlijk hebben we getwijfeld of we ermee verder zouden gaan. Van het Don Bosco College waren 31 leerlingen direct betrokken bij de brand. Er zijn daar leerlingen en oud leerlingen overleden. In overleg met de school hebben we besloten het onderzoek toch voort te zetten en er een vragenlijst aan te koppelen waar ook de school direct baat bij zou hebben. Via die toegevoegde enquête vroegen we de leerlingen naar hun tevredenheid over de opvang na de brand, wat anders had gemoeten, en waar ze nog behoefte aan hadden.''

Eenennegentig Volendamse jongeren en 643 jongeren van de twee andere scholen vulden de vervolglijst van het oorspronkelijke onderzoek in. De leerlingen van de twee andere scholengemeenschappen vormden na de ramp de controlegroep voor die van het Don Bosco College. Volgens de onderzoeker bevestigt het TNO-onderzoek de noodzaak van goede nazorg, ook aan de vrienden en kennissen van de slachtoffers. ''Dat geldt zeker als het een hechte groep betreft zoals in Volendam.''

TNO heeft zo lang gewacht met publicatie uit piëteit met de Volendamse bevolking.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.