´Kerken bij rampen betrekken´
´Kerken bij rampen betrekken´
De zwaarte van de aanslag op het World Trade Centre in New York in september 2001 werd in de eerste dagen niet door iedereen begrepen. „Je had mensen die aan de andere kant van Amerika woonden en die zeiden rustig tegen slachtoffers: ´Wel erg hoor die ramp, maar dat was gisteren. Mag ik nu dat rapport waarom ik gevraagd had.´” Dominee Willard Ashley grijnst breed. Het is maar een van de duizenden waanzinnige voorvallen die zich afspeelden direct na de ramp. Ashley is nu in Nederland om ervaringen uit te wisselen met geestelijke-hulpverleners van de rampen in de Bijlmer, Enschede en Volendam. Ook werden mensen die totaal uit het lood waren geslagen door de terroristische aanslag aan het einde van de week bedreigd met ontslag, weet Ashley. „Ze gedroegen zich volgens hun werkgever niet meer normaal. Als mensen van de kerk hebben we hun advocaat gespeeld: wat is normaal, zeiden we dan. ´Normaal´, is een begrip dat we opnieuw hebben moeten construeren, want het bestond niet meer.”
Dat is ook de ervaring van dominee Otto Ruff, die Bijlmerslachtoffers tot op de dag van vandaag begeleidt. „Mensen raken in de war, lopen soms tien kilometer zonder te weten waar ze heen gaan.” Ook geestelijk werkster Mary Ellen Blizzard doorleefde die momenten, maar dan in New York. „Mensen liepen uren rond als een kip zonder kop”, zegt ze. „Ze kwamen zelfs in de Bronx terecht. Het was een enorme chaos. Toen het gebeurde, ben ik er onmiddellijk heengegaan. Ik wist niet wat ik zou gaan doen, maar het was me heel duidelijk dat ik wel móést helpen. Ik ben naar centra gegaan waar familie van de slachtoffers bij elkaar kwamen. Kort daarop openden alle kerken, moskeeën, synagogen en noem maar op hun deuren. Het zag er zwart van de mensen.”
Structuur
En net als in Nederland kwam heel veel van de opvang voor rekening van de geestelijk werkers. Een luisterend oor biedend waar nodig, slaapplaatsen en geld regelend, alles op de bonnefooi. Ashley: Iedereen liep de gaten dicht die waren gevallen. Pas later kwam er wat structuur in. Op de eerste avond riep ik mijn parochie bij elkaar. We keken wie er nog was, en vooral wie niet. Alles ging met vallen en opstaan. Wie had er behoefte aan zijn verhaal te doen, wie had er behoefte aan eten, en noem maar op. Structuur ontstaat pas op het einde, op zo´n moment is het redden wat er te redden valt.” Om als kerk niet elke keer opnieuw het wiel te hoeven uitvinden, organiseert dominee Ruff vandaag een symposium in de Amsterdamse Bijlmermeer. Morgen is het elf jaar geleden dat de Bijlmerramp zich voordeed. Naast pastoraal werkers uit de Bijlmer schuiven ook mensen aan uit Enschede en Volendam. „Wat ik wil bereiken, is dat de kerken zich bewust worden van hun rol bij een ramp”, zegt Ruff. „En vooral hoe die hulp georganiseerd moet worden. Ik streef ernaar dat kerken een eigen rampendraaiboek samenstellen en dat we deel gaan uitmaken van gemeentelijke rampenplannen, net als de ambulancediensten en de brandweer.”
Wat Ruff al heeft kunnen constateren, is dat ze in de Verenigde Staten verder zijn. „Alle verschillende geloven werken daar samen, dat is iets waarop ik jaloers ben. En ze leren de kerkelijk werkers ook hoe ze overeind kunnen blijven in alle ellende. Ik ken Nederlandse pastores die het heel zwaar hebben gekregen na rampen. Zeker als ze in het getroffen gebied zelf wonen. Ook is er een goede overheidsdienst die de opvang financieel regelt en er bij betrokken blijft. Dat is iets wat we hier missen. Na drie jaar gaat de geldkraan dicht en is het vaak met de belangstelling ook gedaan.”