Volendam zingt voluit en ook een beetje 'daaierig'
Volendam zingt voluit en ook een beetje 'daaierig'
Uitzending: Zondag 7 december 2003, NPS Nederland 3, 13.00 uur.
Er is vast geen dorp in Nederland waar zo veel wordt gezongen als in Volendam. Van meisjes met vlechtjes tot en met dames met grijze permanentjes en van Jan Smit tot Klaas Mooijer. En allemaal zingen ze een beetje 'daaierig'. Ofwel: 'klef'. En juist die 'kleverige' klank blijkt het geheim te zijn van de zo beroemde Volendammer 'palingsound', ontwikkeld door The Cats en BZN. Het is een even onderhoudend als verrassend verhaal dat Jan Kelder laat zien in de NPS-documentaire 'Volendam zingt'. Hoe het komt dat het dorp zo veel zingt? Misschien omdat de vissers elkaar op grote afstand boodschappen moesten kunnen toeroepen, oppert visserzoon Klaas Mooijer. Uit liefde voor het belcanto richtte hij 52 jaar geleden het Volendams Operakoor op. En hoor eens hoe hij nog altijd stevig fortissimo kan zingen.
Maar eigenlijk zingen alle Volendammers graag voluit. Gustaaf Schulz, dirigent van het Vincentiuskoor: ,,Je hebt handen vol werk om ze te temperen. Die manier van zingen zit in de genen, die zit hier in het bloed.'' Maar het blijkt dat ze daar toch ook houden van 'mooi zingen', van 'daaierig'. Zoals The Cats met als prachtig voorbeeld de wereldhit 'One way wind'. In zijn studio vertelt Arnold Mühren hoe hij het schreef. Maar Schulz kent wellicht Mührens bron van inspiratie: spelend op het kerkorgel laat hij het nummer volkomen logisch overgaan in een Maria-lied, om dan weer over te gaan in 'One way wind'. Conclusie: die jongens van The Cats hebben vroeger tijdens de mis heel goed geluisterd.
Zijn collega Grigori Sarolea, dirigent van het operakoor, weet daar meer van. Hij studeert af op de plaatselijke lied- en zangcultuur. Met opnamen van gewone Volendammers die hun oude door de traditie overgeleverde liederen zingen, bezoekt hij Jan Tuyp, bassist van BZN. Die zegt na het luisteren: ,,Je hoort een gemoedstoestand.'' Maar vooral: ,,De stijl van Piet Veerman''. Veerman zingt als elke Volendammer, met boogjes: kleine zelfgemaakte versierinkjes rond de melodie. Hij legt dan uit dat BZN nu juist probeert zo strak mogelijk te zingen, maar dat het toch jammer is dat de groep daarmee eigenlijk zijn wortels verloochent.
Jan Smit is intussen de jongste exponent van het 'mooie' of met 'boogjes' zingen, ofwel de palingsound. Eenzaam in de kleedmaker van een Duits stadion, waar hij alweer een menigte aan zijn voeten zal vinden, spreekt hij van een sliertje op de stem. Slapend wordt hij daarna naar huis gereden door manager Jaap Buijs. Zingen is voor hem werk geworden, waarbij volgens goed Volendams gebruik alleen de top telt. Zou hij nog net zo veel plezier aan het zingen beleven als al die vele onbekende zingende Volendammers in de film? Toch is voor de vier gezusters Schokker ook het instuderen van een feestelijk gelegenheidslied een kwestie van de allerbeste zijn. Net zoals voor de kinderen van het koor 'De zangertjes van Volendam', dat keihard werkt voor een optreden. Het kan niet lang duren of ook daaruit komt vroeg of laat wel weer een nieuwe Smit, Tuyp, Veerman, of Keizer voort.