Naar de inhoud

Een bericht uit de hemel

Bron: NIVO

Een bericht uit de hemel
Lisa liet haar ogen over de inhoud van het kerstpakket gaan. Geen Japanse etherische badolie en liflafjes uit Zuid Spanje deze keer, maar Hollandse koffie en zalm in blik. Bruikbare spullen zonder poespas. `Vind je het wat?' Ze draaide haar hoofd opzij en keek in het glimlachende gezicht van Peter, haar chef. 'Zeer zeker,' antwoordde ze. `Ga je nog iets leuks doen met de Kerst?' Hij bood haar het glas rode wijn aan dat hij voor haar had meegebracht. Ze pakte het aan en zei: 'Ik blijf gewoon thuis, onder de kerstboom met man en kinderen, dreaming of a white Christmas.' Ze dronk van haar wijn. 'En jij?' 'Ik ga met mijn vriendin Kerstmis vieren in Parijs.' Hij begon een enthousiast verhaal over zijn verwachtingen van een vakantie in de stad van de liefde, maar het drong niet tot Lisa's bewustzijn door. Hij praatte, zij luisterde zogenaamd, en dat was goed, zo lang ze het onvermijdelijke "eindejaarsonderwerp" - zoals ze het zelf noemde - maar kon vermijden. Ze keek naar Peters bewegende lippen en glanzende ogen en stelde vast dat hij een aantrekkelijke man was. Een gelukkige man, `... dus we kijken er echt naar uit,' besloot hij. Ze knikte hem toe en zei: 'Geweldig... Ik wens je veel plezier.'

Er viel een korte stilte die geen van beiden wist op te vullen. Lisa liet haar blik even langs haar roezemoezende collega's dwalen. In deze gezellige drukte zou haar plotselinge vertrek waarschijnlijk onopgemerkt blijven. Voor de vorm nam ze nog een slokje. Toen haalde ze diep adem en zei: 'Ik ga maar eens op huis aan.' Haar chef knikte. Ze zag dat hij haar met bezorgde ogen stond op te nemen. `Let goed op jezelf, Lisa. Zo'n gouden kracht als jij kunnen we in het nieuwe jaar niet missen, hoor.’ Met een glimlach nam ze het compliment in ontvangst. 'Prettige feestdagen, Peter,' zei ze eenvoudig. Met een niet al te opvallend opgestoken hand nam ze afscheid en vertrok geruisloos. Achter het stuur, nadat ze het portier van de auto had dichtgetrokken en het sleuteltje in het contact had geduwd, vielen haar handen stil. Ze staarde door de voorruit naar de betonnen muur van de helverlichte parkeergarage en vroeg zich af of het doffe gevoel van uitputting haar ooit nog zou verlaten. Deze baan, hoe leuk ook, was niet het antwoord.

'Je moet je leven weer oppakken,' hadden Kees en de kinderen haar voorgehouden, 'je losmaken van die allesvernietigende rouw.' Ze moest weer gaan werken, ze was toch nog jong? En dus had ze een cursus steno gedaan en gesolliciteerd. Ze was aangenomen en had zich als een bezetene op haar werk gestort. Een gouden kracht, jazeker. En een ideale moeder, zoals haar kinderen haar vorige week nog hadden verzekerd. Als je het ten minste ideaal vond dat je moeder je op bijna maniakale wijze in de watten legde, bang om ook maar één seconde te kort te schieten. Wat ze ook probeerde, het was zinloos. Het gemis werd met de dag groter, als een parasiet die zich voedde met haar gedachten aan Mark. Het moment kwam naderbij dat zijzelf als mens, moeder en echtgenote er niet meer toe deed, eigenlijk niet meer bestond, en doodgaan de enige optie was. En ze liet het gebeuren. Waarom eigenlijk?

Vijf minuten wilde ze hem terug, daarom, vijf minuien maar.' Zijn gezicht zien, zijn handen voelen, zijn geur ruiken, zijn stem horen. Al die tijd had ze geprobeerd hem met haar gedachten terug te halen, wat kon ze anders? Het zou nooit lukken, wist ze nu, ze zou die vijf minuten nooit krijgen. Het eerste jaar na Marks dood had het verdriet haar totaal verlamd en had ze nergens oog voor gehad. Daarna had ze haar heil gezocht bij paragnosten, spiritisten en andere makelaars van het hiernamaals, totdat ze erachter kwam dat die alleen in luchtkastelen deden. Vervolgens was ze gevlucht in te veel eten. Toen in mooie kleren. En sinds anderhalf jaar had ze dus verlossing proberen te vinden in een baan. Nu, op deze vrijdagmiddag achter het stuur van haar auto, was ze definitief op aarde beland met het besef dat er voor haar nog maar twee waarheden bestonden: het langzaam verdwijnende, koude lichaam van Mark in de zwarte grond van het kerkhof, en haar warme herinneringen aan hem in de bioscoop van haar geest. Ze draaide het sleuteltje om en reed de garage uit. Ver kwam ze niet. Zoals altijd op dit tijdstip schoven onafzienbare rijen auto's als slierten mieren door de binnenstad. Lisa sloot zich aan, keek naar de lichtversieringen aan de langzaam voorbijschuivende winkelpuien en luisterde naar de radio, die nieuws had over stakingen, oorlogen en natuurrampen. De wereld draaide door. Zonder jou Mark, dacht ze, hoe is het mogelijk? Zelfs na drie jaar was het nog steeds een absurde gedachte dat hij er niet meer was. Hoe verder ze zich in de tijd van hem verwijderde, hoe onbegrijpelijker zijn afwezigheid werd. Na die fatale nacht was haar leven veranderd in een bizar toneelstuk waarin ze gedwongen was haar oude ik te spelen, wat haar al slechter afging.

'Waar ben je, Mark?' De vraag kwam prevelend over haar lippen, als een regel uit een gebed, een zinnetje dat inhoudelijk geen waarde meer had, omdat ze het te vaak had uitgesproken. Door de kerstdrukte waren de files langer dan gewoonlijk, drie kwartier lang schoot ze maar stapvoets op. Toen ze de bushalte bij het centraal station passeerde, wierp ze onwillekeurig, een blik opzij. Daar stond Tom! Ze drukte op het knopje in het portier en het raampje te
tegenover haar ging zoemend omlaag. `Tom!' Hij keek in haar richting. Op zijn gezicht brak een brede glimlach door. `Stap in!' Met een korte spurt stak hij de weg over en hij zwaaide de autodeur open. Nadat hij de doos die hij onder zijn arm geklemd hield op de achterbank had gelegd, schoof hij naast haar. Zijn lachende gezicht bloosde van de decemberkou. `Dag mevrouw Jongeneel!' 'Tom... Dat is een tijd geleden, zeg! Studeer je nog steeds bedrijfskunde? En woon je nog steeds op kamers?' 'Jazeker.' 'Bevalt het?' Hij knikte. 'Het op kamers wonen wel. Vooral de feestjes met mijn medestudentes zijn top. De studie is lang niet zo leerzaam.' Zijn volle lach vulde de auto.

Lisa schudde goedmoedig haar hoofd. Van Marks vrienden' was Tom degene die haar het meest aan haar overleden zoon deed denken: dezelfde, levenslust, dezelfde onbezorgde vrolijkheid. Mark, en hij waren, niet voor niets boezemvrienden geweest. Het ging goed met Tom, ze kon het aan hem zien. Aan de geestelijke veerkracht van de jongen die Mark voor zijn ogen had zien sterven, mankeerde gelukkig niets. 'Maar hoe gaat het met ' u?' 'O, z'n gangetje...' Lisa zag dat de auto vóór haar vaart meerderde, gaf ook gas, en stuurde het gesprek weer in Toms richting. 'Maar met de feestdagen toch maar naar huis?' `Ja... Eén week per jaar moet ik me onderdompelen in ons prachtige dialect, anders ben ik bang dat ik het verleer.' Hij lachte kort en vervolgde toen serieus: `Nee, zonder gekheid. Veel van mijn studievrienden blijven in Amsterdam om de vakantie in de kroegen door te brengen, en eigenlijk had ik met ze mee willen doen.

Maar ja, mijn ouders...` Hij keek peinzend, door de voorruit en voegde eraan toe: `Vooral mijn moeder vindt het maar niks dat ik op kamers woon. Ze was er vanaf het begin af aan op tegen. Soms denk ik dat ze me nog steeds ziet als haar jongetje van vroeger. Ze mist me elke dag, zegt ze, en ze wil me bij haar in de buurt. Hoewel ik haar houding overdreven vind, snap ik haar gevoelens wel. Het had niet veel gescheeld of ik was ook...' Het drong kennelijk tot hem door op welk onderwerp hij was gestuit, want hij zweeg abrupt en staarde naar buiten. Lisa draaide haar ogen naar hem toe. Stroken lantaarnlicht en duisternis wisselden elkaar af op zijn gezicht.

'Tom... Mis jij Mark nog wel eens?' Zodra de woorden haar mond hadden verlaten, voelde ze spijt. De vraag was wreed en zinloos. Er was slechts één antwoord het juiste en zo dwong ze Tom dat te geven, ook als hij het niet meende. Net toen ze zich ervoor wilde verontschuldigen, antwoordde hij zacht: `Mark is mijn beste vriend, mevrouw Jongeneel, en hij zal dat altijd blijven.' Zijn gebruik van de tegenwoordige tijd was haar te veel. Ze klemde haar kaken op elkaar, en huilde geluidloos en zonder tranen, iets wat ze de afgelopen jaren van lieverlee geleerd had. Haar tranen waren op. Nooit meer zouden mensen aan haar kunnen zien dat ze een gat in haar hart had. Ze vond het niet erg. Ze wilde er niet meer over praten. Het onzegbare kon nu eenmaal niet onder woorden worden gebracht, dat had ze de afgelopen jaren ervaren. Om hun zwijgen te doorbreken begon ze over de kou, de mogelijkheid van een witte Kerst en over Toms toekomstplannen. Ze wist het luchtige gesprek te rekken tot ze Tom voor zijn ouderlijk huis afzette. Nadat ze hem had laten beloven dat hij weer eens bij haar langs zou komen, ("Net als vroeger, Tofnrnie"), reed ze door de donkere straten van het dorp naar huis. Ze parkeerde de auto op het pleintje dat grensde aan haar achtererf en doofde de lichten. De blauwe lampjes' van de kerstboom wierpen hun gloed door de schuifdeuren. Kees was al thuis zag ze, en de kinderen ook. Karin riep iets naar Thomas, die lachend een wegwerpgebaar maakte.

Lisa bleef een poosje zwijgend toekijken. Haar man, haar kinderen, haar gezin. Ze wist dat ze de moeilijkste week van het jaar tegemoet gingen, en ook dat ze na drie jaar weer moesten proberen er echte feestdagen van te maken. Maar waar haalde ze in godsnaam de kracht vandaan om dat op te kunnen brengen? Ze draaide zich half opzij om haar tas van de achterbank te pakken en zag in het donker de contouren van iets vierkants. O jé, Tom was zijn doos vergeten. Ze trok hem naar zich toe en zette hem op schoot. Een witte doos, niet ingepakt. Even aarzelde ze, maar haar nieuwsgierigheid won het. Voorzichtig lichtte ze het deksel op. Ze keek neer op het mooiste kerststuk dat ze ooit gezien had. Uit de takjes stak een kaart. Lisa vouwde hem open en las:

“Mam zie het zo:
als je me mist, dan denk je aan me.
Als je aan me denkt, dan zijn we samen,
waar ik ook ben.

Prettige kerstdagen.”

Lisa glimlachte in het donker. Haar eerste echte glimlach in drie jaar. Een gevoel van warmte dat ze kende van lang geleden tintelde in haar binnenste. Ja, ze was vastbesloten er mooie feestdagen van te maken.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.