Naar de inhoud

Hoe lang mag het verdriet van Volendam duren?

Bron: NHD

Hoe lang mag het verdriet van Volendam duren?
Tekst: RIEN FLORIS
Foto en digitale bewerking: LOUIS EGBERTO MONSANTO

Voor sommige Volendammers duurt het verdriet 'te lang'. Al bij de eerste herdenking klonken geluiden dat Volendam het boek moet dichtgooien en het leven weer oppakken. Een mentaliteit van niet zeuren en doorgaan. Maar die mensen staan zelf meestal aan de zijlijn. Zij zullen er toch, aan moeten wennen dat de ramp Volendam heeft veranderd. Dat je niet moet vergeten, maar wel herdenken. Dat zeggen deskundigen en betrokkenen zelf. Zoals pastoor Jan Berkhout, barkeeper John Veerman, psychologe Gerda Buijs en de ouders van Anja Kok.


Pastoor Jan Berkhout stond na de ramp direct klaar. Al werd dat niet door iedereen in dank afgenomen. Want de pastoor kwam op televisie en in de krant. BZN mag dat wel, maar een pastoor noemen ze in Volendam dan publiciteitsgeil. Om al die aandacht heeft Jan Berkkout zelf nooit gevraagd. Ongewild werd hij ambassadeur van Volendam. En is beroepshalve specialist in rouwen en verwerken. Leed moet worden herkend en erkend. Met dat herkennen zit het wel goed. Maar het erkennen van liet leed van ouders die een kind hebben verloren, ligt soms heel gevoelig. Nu is 'samen op weg naar toekomst, zonder te vergeten' - het thema van de herdenkings dienst op 1 januari. Dat is goed noor de getroffenen die er nog zijn. Maar pijnlijk voor ouders die hun kind zijn verloren. Die zagen daarin hun toekomst.” De aandacht voor rampslachtoffers stemt slachtoffers van ander verdriet in Volendam wel eens bitter. “Ieder heeft natuurlijk zijn eigen pijn. Rond Allerzielen heb ik wel brieven gekregen van mensen die vreesden dat de dienst alleen over de brandslachtoffers zou gaan, terwijl ze zelf ook hun man, vrouw of kind zijn verloren." Berkhout ziet na overlijden vier groepen bezoekers bij de rouwenden. „De eerste groep zegt 'op mij kun je rekenen'. Maar daar hoor je niks meer van. De tweede groep komt later nog wel eens langs, maar praat dan alleen maar over koetjes en kalfjes. De derde groep zegt dat je een jaar na het overlijden niet meer in de put moet zitten. Die mensen zie je liever weer vertrekken. De vierde groep is trouw. Soms zijn dat mensen die je pas veel later ontmoet. Mensen die luisteren en begrip hebben voor jouw leed."

Rouwgrafieken
Over het rouwverloop heeft Berkhout voor de ouders van overleden kinderen, grafieken getekend. „De eerste piek staat voor het sterven, de volgende piek krijg je als dat echt bij je binnenkomt. Een van de moeders drukte dat uit als het gevoel dat er een stukje van je eigen ziel is afgestorven. Dat kan een lang traject zijn van driejaar of van tien jaar. Iedereen heeft zijn eigen rouwtraject" Als je terugkijkt zie je de mooie en de vervelende dingen. Maar in de rouwperiode zie je alleen de nare dingen. De rouw is pas voorbij als je bij het terugkijken ook mooie dingen ziet. De momenten dat je van je kind of man hebt kunnen genieten. Dat is niet het verdriet ontkennen, maar het een plek in je leven geven. Mensen kunnen blijven steken in de rouw. Dan neemt de rouw in hun levensvervulling de plaats in van de verloren persoon."
Berkhout merkte het eerste jaar al dat Volendammers vooral wilden vergeten. Maar je kunt nu niet zeggen dat je na vijf jaar geen herdenkingsdiensten meer houdt. De komende vijftig jaar zal de eerste januari een dag blijven van gedenken. Kijk naar de Bijlmer daar is nog iedere jaar een moment van gedenken."

Vrijgesproken
John Veerman was bedrijfsleider in het horecacomplex van Wir War bar, en Hemeltje. Hij werd dit jaar door de Haarlemse rechtbank vrijgesproken. John was tijdens de ramp aanwezig en hielp bij de berging en identificatie van: alle slachtoffers. Tot 's morgens half acht was hij in het horecapand. Daarna bezocht hij vrijwel alle ouders om te condoleren en maakte duizenden kilometers voorbezoeken aan de ziekenhuizen waar zijn 'klanten' lagen. “Ik kan me er wel wat bij voorstellen als mensen in het dorp zeggen dat Volendam niet te veel moet omkijken. Maar dat zijn de mensen die er ver van afstaan. Die kunnen dat helemaal niet bepalen en ze hóren het ook niet te bepalen. Voor getroffenen en mensen die iemand bij de ramp zijn verloren, houdt het nooit op. Als het je niet raakt, is het verdriet van anderen een 'ver van je bed show'. Ik ben bij de ouders thuis geweest. Dan proef je het verdriet." Zelf is John sinds kort in rustiger vaarwater terechtgekomen. Hij is weg bij het bedrijf van Jan Veerman en bedrijfsleider geworden bij een sierbestratingbedrijf. „Een nieuwe start. Want ik kon niet meer loskomen van de ramp omdat Jan er ook constant mee bezig is. Maar ik ben er nog altijd voor hem. Van de week hing hij ook om half zeven 's morgens aan de lijn omdat hij gewoon even stukzat." John wordt niet met de nek aangekeken. „Zaterdag heb ik nog vier getroffenen gesproken. Toen ik later wegging, werd er op de ramen van een bar getikt. Twee meiden die ook in het Hemeltje hadden gezeten, zwaaiden lachend naar me." Maar er is ook veel onbegrip in het dorp. „Ik heb er zelf veel last van gehad dat ik niet werd begrepen door burgemeester Bulte en pastoor Berkhout. Dat heeft me pijn gedaan. Nu heeft Jan Veerman het gevoel dat hij niet begrepen wordt door ouders en ouders hebben het gevoel dat ze niet begrepen worden door Jan. Het zou voor iedereen mooi zijn als dat eens doorbroken zou kunnen worden."

Hoe lang het verdriet mag duren? „Het is ieder zijn eigen verdriet en ieder zijn eigen leed. Ik weet nog goed van mijn buurjongen dat is bijna twintig jaar geleden. Die is om het leven gekomen door een tragisch ongeval bij Kras recycling. Die ouders zijn nog steeds kapot van het verdriet. En dat mag niemand een ander ontzeggen." De eerste zorg na de ramp kwam neer op het barpersoneel. Dat hakte er behoorlijk in. „Ik heb lang gezegd dat het goed met me ging. Zelfs in de rechtbank tegen president Toeter. Maar eigenlijk gaat het nu pas weer wat beter. Als ik omkijk, zie ik de onzekerheid en de angst waarin ik heb geleefd. Ook de pijn van het verdacht zijn terwijl je voor jezelf je uiterste best hebt gedaan. Ik weet nog dat ik op het punt stond om naar een jongen te gaan die in Motel Katwoude lag met een ziekenhuisbacterie. Toen ging de telefoon en vertelde de politie me dat ik verdacht was. Ik stond te duizelen. Het was een spookwereld. En dan heb ik eigenlijk nog geen echtleed gehad. Ik ben ongeschonden. Ik heb alleen alles moeten doorstaan en meemaken. Begeleiding heb ik niet gehad. Maar ik heb een vrouw uit duizenden."

Veerkracht
Gerda Buijs is psychologe in Volendam. Sinds de ramp heeft ze in haarpraktijk veel jongeren, ouders en hulpverleners. “Ik verbaas me soms over de veerkracht van de jongeren. Ook al hebben ze het nog zo moeilijk. Soms is het alsof ik er zelf bij was. Alsof ik gezien heb wat zich daar allemaal afspeelde, zonder dat ik het meemaakte. Al die verhalen die ik heb gehoord. Ik weet welk cluppie waar zat, welke muziek er werd gedraaid, wat ze tegen elkaar riepen Het contact is makkelijk, want ik spreek hun eigen taal en dan kunnen ze zich hier makkelijk uiten. Maar we lachen ook veel.” Gerda heeft haar eigen verklaring voor mensen die roepen dat die, ramp nou maar eens voorbij moet zijn. “Dat is pure machteloosheid. Ze hebben gedaan wat ze konden en weten het niet meer. Maar dat is niet omdat mensen niet bereid zijn om de slachtoffers te steunen. Ze weten alleen niet meer hoe ze ze moeten steunen. Na drie jaar is het nog niet over en dan kom je met lege handen te staan. Dan vragen mensen zich af - 'Kan ik ze nog wel helpen?' Dan weten ze het niet meer en roepen ze zoiets. Ze willen in hun hart graag helpen, maar ze weten niet hoe.”

Het 'geroep' is volgens haar ook een wens. “Was het maar over. Want als het over is, heeft niemand meer verdriet. Maar sommige slachtoffers zijn zestien of zeventien. Over tien jaar is het nog niet over. Dan zijn ze nog maar 26. Een van de ouders zei van de week tegen me: 'Het verdriet neemt - kwadratisch toe'. Daar spreekt ook de machteloosheid van ouders uit.” Machteloosheid terwijl de kinderen in een cruciale fase van hun leven zitten. „Die kinderen moeten zich losmaken van het ouderlijk huis en dan moet je maar afwachten hoe het gaat en hoe de toekomst er uitziet. Met de enorme knal van die nieuwjaarsnacht wordt voor veel jongeren de kwetsbaarheid van het bestaan aangegeven. Dan komt dat als een bliksemschicht erdoorheen. Dan valt het niet mee om je identiteit op te bouwen. Het zal dus nog lang niet over zijn met dit verdriet." Verdriet dat alle jongeren in Volendam raakt. “Het gaat om jongelui die helemaal niet moeten tobben over doodgaan, maar over een onvoldoende of een puist op hun neus. Die worden keihard geconfronteerd. Met de dood die een vriend of vriendin treft, met een vriend die zijn handen niet meer kan gebruiken. Maar ook hun gevoel van veiligheid krijgt een knauw. Het is helemaal niet zo vanzelfsprekend dat je maar doorleeft. En dat soort gedachten hoort helemaal niet bij hun leeftijd. Dat denk je pas als je ouder wordt. Dat je op die leeftijd dood kunt gaan zit nog niet in het repertoire.”

Medische missers
Evert en Ida Kok verloren hun vijftienjarige dochter Anja aan de brand. Een half jaar ná de brand, want Anja overleed, na medische missers aan een ontstoken hartklep. Medische missers waar binnenkort het medisch tuchtcollege zich over mag buigen. “Want dat zijn we wel aan Anja verplicht.” In de huiskamer branden kaarsjes voor haar portret. Ook bij het graf is licht, want Ida kan er moeilijk tegen dat Anja in het donker ligt. 's Morgens bezoekt ze haar dochter en Evert gaat altijd even na zijn werk langs. Het onmetelijke verdriet van het verlies van hun levenslustige prachtdochter nemen ze mee hun graf in. „Het gaat er niet om hoe lang het verdriet nog duurt. De vraag is: Hoe lang mógen wij dit verdriet - nog hebben. In het herdenkingsprogramma op Nieuwjaarsdag was aanvankelijk geen ruimte voor een bezoek aan het graf. Zijn ze nu al vergeten...?", zegt Evert. Ida: „Zes weken na de ramp riepen ze me al na op straat: 'je moete wel verder wantje hewwe d'r nag twei'. Maar ik ga nu nog iedere dag naar het graf. Ik moet mensen uitleggen waarom ik niet op die Dijk kan lopen waar het allemaal is gebeurd. Soms is het alsof ze ons het verdriet niet gunnen."

Het leven is vlak geworden in huize Kok. Vlak en mat. Geen uitbundige kerstboom, want dat deed Anja altijd. „De normale levensvreugde is er af je gaat nog wil op vakantie, maar ach... Het is geen, olé, olé meer. Als ik meiden voor de kermis nieuwe spijkerbroeken zie passen dan schiet het weer door mijn hoofd. Daar had ze tussen, kunnen staan." En bijna niemand die het begrijpt. “Alleen als Evert en ik elkaar aankijken dan,weten we het. Gelukkig hebben we geweldige familie en vrienden die ons er door hebben gesleept. Die nog steeds over ons inzitten. Een vriend zei: “Ik heb nog nooit eerder twee mensen in één nacht twintig jaar ouder zien worden.” En pastoor Berkhout. Dat is de steun en toeverlaat van de ouders die een kind hebben verloren. „Wij snappen het allemaal van elkaar. Dat het pijn kan doen als je ergens sterretjes op een ijsje ziet, want met sterretjes is het allemaal begonnen. Pastoor begrijpt het ook. Hij heeft alles meegemaakt met Anja. Anja vond hem zo'n lieve man. Zonder pastoor had ik al in een inrichting in Castricum gezeten."

Verhalen
Ze horen de verhalen van Volendammers die vinden dat het maar eens over moet zijn met het verdriet. En dat er ná de ramp ook andere slachtoffers zijn gevallen in het dorp. „Als wij aan de andere kant hadden gezeten hadden we misschien ook anders gereageerd. Maar de ramp is toch iets van de hele gemeenschap in Volendam. Veertien overleden jongeren en bijna driehonderd slachtoffers. Ik hoef toch niet uit te leggen dat dat een ingrijpende gebeurtenis was. Hier zou de gemeenschap wat van moeten leren, maar we gaan gewoon weer verder." Verder gaan. Maar niet met oogkleppen graag. Want er zijn mensen die ‘moeilijk doen’ als er deze dagen wat langer een lamp bij het graf brandt, zodat Evert na zijn werk nog even naar zijn dochter kan. Het is alsof mensen jaloers zijn op je verdriet, maar we willen zo ruilen.

Aan het verdriet komt geen einde: De ramp hoort bij Volendam en bij de ramp hoort verdriet. Verdriet dat een plek moet krijgen. Ook in het hart van Volendam.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.