SOOP?
SOOP?
Pastoor Berkhout schreef vorige week een interessant artikel in de Nivo over de populariteit van soaps. Waarom zijn soaps zo succesvol? Jaren geleden, zo betoogde hij, had de KRO een serie `Bonanza'. Een cowboyverhaal over een gezin van vier personen, vader Ben en zoons Joe, Adam en Hoss. Onze eerste TV-helden. Je vraagt jezelf af, zo stelde meneer Berkhout, waarom vier ongetrouwde mannen? De filosofie was dat dit bedoeld was om zoveel mogelijk vrouwen aan de serie te binden. Elke vrouw kan zich indenken iets met een van hen te hebben. En dat had geen andere bedoeling dan de kassa te laten rinkelen. Vader Ben Cartwright, zo degelijk als wijwater, met een normen- en waardenbesef waar het hele kabinet Balkenende niet aan kan tippen, een manipulator? Dat kan en wil er bij mij niet. Bovendien: zouden er nog producers zijn die een zo'n slecht mogelijke serie willen maken, die bedoeld is om zo weinig mogelijk kijkers te trekken, de kassa te laten voor wat hij is? Je moet er niet aan denken dat iemand dat vergelijk doortrekt en Jezus en de twaalf apostelen, allen ongetrouwd, te betitelen als soapacteurs, en het evangelie als meest succesvolle soapserie aller tijden te bestempelen. Dit met geen andere bedoeling dan zo veel mogelijk vrouwen aan zich te binden en de kassa te laten rinkelen. Oordeelt niet, opdat U...
Het feit dat soap zo negatief maakt is dat het een appèl is op de grote hang naar beklag en bewondering die met name veel vrouwen eigen is. Beklag en bewondering maken een mens geen steek wijzer in zijn leven. Daar komt nog bij dat een gemiddelde familie uit een soap in een aflevering meer bedakt dan het halve Munnikenveld in een jaar, dus daar kijk je met je volle verstand wel doorheen.
Een soap is zo wie zo niet aan mij besteed, omdat ik de soap die zich hier in het dorp afspeelt veel interessanter vind. Hier gebeurt meer vóór de TV dan op de TV. Deze week was het ook weer raak. Minister Brinkhorst had enige weken geleden een campagne in het leven geroepen, om allochtone academici beter te integreren in de Nederlandse samenleving. Dit onder het motto: "Beter een goed opgeleide Indiër, dan een domme Volendammer". Ik verdenk deze minister ervan dat hij stiekem een weekje heeft rondgestruind in het dorp en zijn oor te luisteren heeft gelegd. Als je dan als buitenstaander een avondje doorbrengt in een kroeg en verneemt hoe Volendammers elkaar betitelen, is zo'n oordeel in no time geveld. Uitdrukkingen als achterlijke debielen, domme lullen, halve gare zus, halve gare zo, zijn de fatsoenlijkste bewoordingen. Want wij kennen mekaar. Voor een buitenstaander moet dit alles tot de- conclusie leiden dat de enige drie wijzen in Volendam in het kribbetje staan. Kat in het bakkie, moet Brinkhorst gedacht hebben. Resultaat? Heel Volendam op zijn achterste poten. Hij had het gewaagd om het maagdelijke imago van het dorp te betasten. Zelfs Anita Kroon liet zich van haar "draaierigste" kant zien om de volksgunst te winnen.
Foei en nogmaals foei, want er zijn immers alleen maar heel intelligente Volendammers? Minister Brinkhorst had natuurlijk niet gerekend op de bijzondere hang naar bewondering die veel Volendammers eigen is en liet zich van zijn meest meegaande kant zien door deze week doodleuk te verklaren, dat Volendammers eigenlijk heel intelligente mensen zijn: politieke draaikonterij van heb ik jou daar. Mijn dunk van dit kabinet zakt met de week. Nu de goede naam van het dorp in het geweer is, lijkt het mij de hoogste tijd om eens een goede evaluatie te maken over wat wij nu eigenlijk aan kwaliteiten en beperkingen hebben, en liefst vanuit een nuchter, maar kritisch standpunt bezien. Dit om te voorkomen dat als er door bijvoorbeeld de BZN een real life-serie over Volendam wordt gemaakt, er hele pijnlijke conclusies moeten worden getrokken. Vooral omdat negatieve kritiek nu eenmaal meer aandacht krijgt dan positieve. Tijd voor een spiegeltje.:...?