Naar de inhoud

Supportersnieuwsbrief 16

Bron: Anker

Supportersnieuwsbrief 16
Terwijl de winter, met al zijn regen, traag aan ons voorbij lijkt te gaan, gaan de ontwikkelingen bij CRN Het Anker en Het Supportproject gewoon door. Dus is het weer hoog tijd jullie op de hoogte te stellen van de actuele stand van zaken. Op de kerstborrel is er een ‘update’ uitgedeeld met de laatste nieuwtjes. Omdat niet iedereen op de kerstborrel aanwezig was zullen deze nieuwtjes, als ze nog actueel zijn, ook weer terug te vinden zijn in deze nieuwsbrief.

Het boekje de Skrauw
De kerstborrel was erg gezellig en we hebben genoten van de lekkere hapjes en drankjes. Ria Kes en Henny Karman hebben verteld over het tot stand komen van het boek ‘De Skrauw’ en staken de supporters nog even een hart onder de riem. Voor diegene die niet op de borrel aanwezig waren en het boek nog niet hebben ontvangen via de coach of mede- supporters; er ligt er nog een exemplaar voor je klaar bij de balie van CRN Het Anker.

Wintersport
De skitrainingen zijn in volle gang. De sfeer in beide groepen is goed en iedereen verheugt zich op de wintersportvakantie. In de volgende nieuwsbrief zullen jullie een verslag kunnen lezen hoe beide vakanties zijn verlopen.

Lars Gustavson
Op 23 en 24 februari a.s. komt Lars Gustavson naar Volendam. Lars is een brandweerman die in 1981 zelf slachtoffer werd van een brand. Hierbij verloor hij zijn beste maat. Met zeer ernstige verwondingen aan gezicht en handen werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Ondanks het uitvallen van verschillende lichaamsfuncties wist hij de ramp te overleven. Lars slaagde erin om na jaren van revalideren een nieuwe invulling aan zijn leven te geven. We hebben Lars ontmoet toen we in september vorig jaar met een aantal jongeren, ouders en nabestaanden op bezoek waren in Zweden. Lars vertelde over de zware worstelingen die hij tijdens zijn herstelperiode had doorgemaakt en hoe hij de kracht had weten te vinden om een nieuw leven op te bouwen. Lars is na zijn herstel gaan studeren. Tijdens zijn studie heeft hij zijn vrouw ontmoet en hebben zij drie kinderen gekregen. Hij heeft inmiddels een eigen bedrijf waar hij motivatietrainingen verzorgt voor bedrijven en managers. Zijn bezoek aan Volendam is echter belangeloos. We waren allemaal diep onder de indruk van de ontmoeting met Lars.  De worstelingen met zichzelf tijdens zijn herstelperiode en de wijze waarop hij de kracht heeft weten te vinden om een nieuw leven op te bouwen wist Lars op een dermate indrukwekkende manier te verwoorden dat wij ook jullie in de gelegenheid wilden stellen Lars te ontmoeten. Lars geeft  een drietal lezingen:
- Maandagavond 23 februari om 19.30 uur
- Dinsdagmiddag 24 februari van 16.30 tot  18.00 uur
- Dinsdagavond van 24 februari om 19.30 uur.
Als je een van deze lezingen bij wil wonen kan je jezelf opgeven door naar Het Anker te bellen: 411222. Of mail naar: karin.hoogeveen@crnhetanker.nl

Project interactieve psychosociale begeleiding
Op dit moment hebben we nog geen goedkeuring om met het project te starten.
Op 2 maart valt hopelijk de uiteindelijke beslissing binnen het beleidsoverleg voor dit project. Inmiddels hebben 6 supporters zich opgegeven voor dit project. Als het project wordt goedgekeurd zullen zij een training krijgen bestaande uit twee dagdelen. In de training zal aandacht worden besteed aan:
· het onderscheiden van hoofd / bijzaken bij hulpverleningsvraag en hoe dit te verwoorden
· hoe valkuilen te herkennen en daar goed op te reageren
· hoe je motiverende gesprekstechnieken schriftelijk kunt toepassen
· hoe mensen op het juiste moment verwijzen naar hulpverlenende/professionele instanties

Bij dit alles zal worden uitgegaan van een klantgerichte basishouding waarbij de eigen verantwoordelijkheid van de klant uitgangspunt is. Hoewel we natuurlijk niet weten hoeveel mensen gebruik gaan maken van dit project, vragen we nogmaals aan belangstellenden zich op te geven. Mocht je de training interessant vinden maar nog sceptisch staan ten opzichte van het project, dan kan je jezelf even goed opgeven. Het maximaal aantal deelnemers voor deze training is 15 personen. Op de kerstborrel gaven een aantal mensen aan interesse te hebben. Zij hebben zich echter tot nu toe nog niet officieel aangemeld. Je kunt je aanmelden door te bellen met het Anker 411222 of te mailen naar: karin.hoogeveen@crnhetanker.nl

Sportcommissie
In januari is de sportcommissie bij elkaar geweest en is er gekeken op welke wijze de getroffen jongeren gestimuleerd kunnen worden tot duurzame deelname aan sportactiviteiten. Sport is belangrijk voor de gezondheid en voor het revalidatieproces. Naast genoemde zaken als conditieverbetering zorgt sport ook voor een betere doorbloeding. Maar sporten zorgt er ook voor dat je hersenen bepaalde stoffen aanmaken die er voor zorgen dat je jezelf een stuk beter voelt. Als er in groepsverband gesport wordt heeft dat als bijkomend voordeel dat daar op sociaal vlak ook inzet van de jongere gevraagd wordt.
In de puberteit maar vooral in de adolescentiefase stoppen veel jongeren met sport. De prioriteiten komen veelal anders te liggen. Opleiding en uitgaan  worden vaak als belangrijker ervaren. Dus wat is de beste weg om jongeren te stimuleren deel te nemen aan sport?
Eigenlijk waren de leden van de commissie het al snel met elkaar eens. Allerlei activiteiten als kennismakings- projecten en survivaltochten leveren naar alle waarschijnlijkheid geen bijdrage aan langdurige deelname aan sport. De conclusie is dat het gewone sporten, d.w.z het langdurige deelnemen aan een sportactiviteit, een toch individuelere aanpak vergt.

De revalidatiearts en de zorgbegeleiders zouden een belangrijke rol moeten spelen in het stimuleren van jongeren aan sportdeelname. Eigenlijk zouden ze een standaard vragenlijstje moeten hebben met vragen als: hoe gaat het met je? Hoe is je conditie vergeleken met voor de brand? Wat deed je vroeger aan sport? Waarom ben je gestopt?  Als de zorgbegeleider of revalidatiearts merkt dat er interesse is bij de jongere dan zouden zij de kans moeten benutten de cliënt aan te sporen te gaan sporten. Elke sportvereniging heeft trainers die de jongeren, als het nodig is, op een wat individueler niveau kan begeleiden. De contactpersonen zullen bij individuele aanvragen van de getroffen jongeren worden ingeschakeld. Dat het niet heel slecht gaat met de deelname aan sportactiviteiten mag blijken uit de gegevens van de handbalvereniging. Daar zijn nog steeds 50 jongeren, die gewond zijn geraakt door de brand, lid van de vereniging.

Daarnaast kunnen we natuurlijk altijd recreatieve sportactiviteiten organiseren zoals de wintersport en survivaltochten. Uit beide wintersportvakanties vloeien mogelijk weer andere sportactiviteiten. Maar deze staan los van het stimuleren van duurzame deelname aan sport. Als er nieuwe initiatieven ontstaan wordt de sportcommissie op de hoogte gesteld. Afgesproken is dat er voorlopig geen nieuwe bijeenkomst is van de sportcommissie.

Zwemactiviteit
De zwemgroep geeft aan op de dinsdagavond te trainen van 20.00 uur tot 21.00 uur. Ze hadden gehoopt op een groepje van minimaal vijf mensen. Er  trainen nu twee mensen. Die twee jongeren zijn erg enthousiast. De zwemtraining leidt tot een conditie verbetering van 30 % binnen één jaar. De zwemgroep vraagt of Het Anker er nog wat extra aandacht aan wil geven. Bij deze dus. Tevens is deze zwemactiviteit in de activiteitenladder opgenomen.

Directeur
Directeur Klaas Bond beëindigd zijn werkzaamheden voor Het Anker per 1 juli 2004. Op die datum loopt de detacheringsovereenkomst van Klaas af en zal hij weer terug gaan naar het Ministerie van Onderwijs. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor het invullen van deze vacature gestart.

Brief gericht aan supporters van Maria Klein Beernink.

Beste mensen,
Zoals jullie misschien gehoord hebben, ga ik een casestudy doen naar het Supportproject in Volendam. Casestudy is nogal een woord. Enige toelichting hierop lijkt mij handig. Dat stelt mij ook in de gelegenheid mijzelf aan jullie voor te stellen. Ik ben 51 jaar en woon sinds kort half in Gorssel en half in Portugal. Na afronding van het onderzoek naar het Supportproject hoop ik voornamelijk in Portugal te gaan wonen. Mijn man en moeder (die bij ons in huis woont) wonen daar al. Ik heb een zoon van 29 in Groningen en een dochter van 26 in Australië. Je ziet dat de familie verspreid is. Dat is anders dan de meeste gezinnen in Volendam, denk ik. Toch zijn we een hechte familie.

Ik heb een schrijfbedrijfje voor overheid en maatschappelijke organisaties. Ik schrijf nota's, rapporten, beleidsplannen en dergelijke. Voor die tijd heb ik verschillende banen bij gemeenten gehad, vooral op het terrein van financiën. Mijn opleiding ligt in een hele andere richting: ik heb niet-westerse sociologie gestudeerd, met als specialisatie onderzoeks-methoden. Antropologie maakte onderdeel uit van de studie. Antropologisch onderzoek verloopt meestal via casestudies. Een casestudy is een onderzoek naar één speciaal geval, in tegenstelling tot onderzoeken die zich erop richten om juist zoveel mogelijk gevallen in beeld te brengen. Een casestudy kan tot een uitgebreide, diepgaande beschrijving leiden. De beschrijving vindt van binnenuit plaats, dat wil zeggen dat de beleving van mensen zelf belangrijk is voor het onderzoek. De onderzoeker maakt daarom niet alleen maar gebruik van interviews, maar neemt ook deel aan activiteiten en dergelijke.

Eén van mijn werkactiviteiten was het schrijven van het rapport van de commissie Financiële Afwikkeling Nieuwjaarsbrand Volendam, die onder leiding stond van de burgemeester van Deventer James van Lidth de Jeude. Op de afsluitende bijeenkomst van deze commissie kregen wij voorlichting over de activiteiten van CRN Het Anker. Ook getroffenen waren bij deze middag betrokken. Op deze manier maakten wij kennis met het Supportproject en is het idee voor een casestudy ontstaan. Het bijzondere van het Supportproject is dat het gewone sociale steun (dus steun vanuit de eigen omgeving) organiseert op een manier die misschien ook na andere rampen toepasbaar is. Dat hangt natuurlijk af van wat betrokkenen binnen en buiten het project van het project vinden. Het heeft even geduurd voor alles rond was, maar ik ben onlangs gestart met mijn activiteiten. Het karakter van een casestudy maakt dat ik een aantal activiteiten, vergaderingen en dergelijke zou willen bijwonen en met veel mensen zou willen spreken en hun ervaringen horen. Via Karin Hoogeveen van het Supportproject en de klankbordgroep uit Volendam kom ik aan veel namen en suggesties. U kunt mij dus op de een of andere manier tegenkomen. Sommigen mensen wil ik graag apart spreken, soms wil ik graag bij een vergadering of activiteit zijn. Ik hoop dat u daar geen bezwaar tegen heeft. Als dat wel zo is, moet u dat laten weten.

Als u vragen heeft of mij uw ervaringen met het project wil laten weten, kunt u ook zelf contact met mij opnemen. Het makkelijkste is dat u dat doet via de mail: mariakb@planet.nl. U kunt mij ook bellen op 06-19 358 324. Karin Hoogeveen is uiteraard op de hoogte. Zij kan ook eventuele vragen beantwoorden. Ik ga mijn best doen om niet alleen goed onderzoek te doen, maar er ook een mooi en leesbaar boekje van te maken. Niet alleen beleidsmakers moeten er wat aan hebben. Ook de mensen in Volendam die niet via hun beroep betrokken zijn, moeten het kunnen lezen.

Maria Klein Beernink

Visiedocument van CRN Het Anker
Klaas Bond heeft een Visiedocument geschreven. In het Visiedocument heeft Klaas hoofdstukken gewijd aan:
- de doelstelling visie en bereik van CRN Het Anker.
-werkwijze, organisatie en communicatie  CRN Het Anker
-lichamelijke(somatische ) nazorg
-de psychosociale nazorg,
-arbeid en scholing,
-financiën en voorzieningen
-ontmoetingspunt en activiteiten

Dit visiedocument zal een leidraad zijn voor de komende 3 jaar en zal periodiek worden geëvalueerd en geactualiseerd. Het document zal worden vastgesteld zodra de opvolger van Klaas is aangetreden en zijn / haar eigen accenten heeft kunnen aanbrengen. De horizon voor het CRN ligt thans in het jaar 2006. In dat jaar zal de beslissing vallen of het CRN, al dan niet in afgeslankte vorm, zal worden voortgezet. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van een evaluatie die zal worden gestart in 2004 en in 2006 zal worden afgesloten. Bij de evaluatie zullen de behoeften van de doelgroepen opnieuw in beeld worden gebracht. Voor deze nieuwsbrief kopieer ik stukken die betrekking hebben op het Supportproject alsmede stukken die een beschrijving geven van de terreinen waar CRN Het Anker zich allemaal mee bezig houdt.

Doelstelling
Bij het bepalen van de doelstelling  van de nazorg voor de slachtoffers van de Nieuwjaarbrand moet de kwaliteit van leven centraal staan. De kwaliteit is niet alleen in het geding voor de brandwondenpatiënten, maar ook voor de jongeren die geen brandwonden maar wel psychisch letsel hebben opgelopen, voor de familieleden, vrienden en partners van getroffen jongeren, voor de nabestaanden van overleden jongeren, voor hulpverleners en voor vele andere betrokkenen. Missie: Het (doen) leveren van een samenhangend en optimaal zorg- en dienstverleningsaanbod voor een ieder die getroffen is door de Nieuwjaarsbrand.

  • Het CRN vervult een coördinerende rol ten opzichte van de vele instellingen die betrokken zijn bij de nazorg voor getroffenen.
  • Het CRN is ervoor bedoeld om deze instellingen te adviseren en te informeren over de zorgvraag, en de zorg die zij aanbieden samenhangend te laten zijn en af te stemmen op de behoeften van de getroffenen.
  • Gezien de omvang van de doelgroep van het CRN (ruim 3.700 personen), de beperkte beschikbaarheid van mensen en middelen en de (on)mogelijkheden van de instellingen die de nazorg feitelijk moeten leveren, zullen voorts prioriteiten moeten worden gesteld. Deze prioriteiten zullen van jaar tot jaar worden vastgelegd in het werkplan van het CRN.
  • In dat plan zullen ook de mijlpalen worden beschreven die het CRN in enig jaar wil bereiken. Mede gelet op de beperkte beschikbaarheid van mensen en middelen zal de dienstverlening van het CRN in principe beperkt dienen te blijven tot rampgerelateerde (hulp)vragen .

Het CRN biedt de getroffenen:

  • ondersteuning bij het zoeken van mogelijkheden op maat voor (bij)scholing 
      en (her)intreding op de arbeidsmarkt,
  • begeleiding bij het zoeken van de juiste lichamelijke en psychosociale nazorg,
  • verlaging van drempels van instellingen en coördinatie van hun aanbod,
  • hulp bij het vinden van oplossingen via regelingen,
  • praktische en emotionele ondersteuning dicht bij huis,
  • een ontmoetingsplaats.

Sectie Zorgbegeleiding en sociale ondersteuning
De sectie Zorgbegeleiding en Sociale Ondersteuning herbergt de zorgbegeleiders van het CRN die zijn belast met de coördinatie van de nazorg voor de verschillende groepen getroffenen. De zorgbegeleiders vervullen deze taak in nauwe samenwerking met de instellingen en hulpverleners die de benodigde nazorg kunnen leveren. Tot de nazorg behoort ook de sociale ondersteuning door de vrijwilligers van het Supportproject. De projectleider Sociale Ondersteuning is belast met de inhoudelijke coördinatie van het Supportproject. De sectie is de plaats waar kennis en vaardigheden worden opgebouwd om de benodigde nazorg zo effectief en efficiënt mogelijk te kunnen (doen) leveren.

Wat doet een zorgbegeleider?
Thans (januari 2004) telt het CRN in totaal 8 zorgbegeleiders. Desgewenst stellen de zorgbegeleiders samen met de individuele getroffene een zorgplan vast waarin de zorg en diensten zijn opgenomen waaraan die getroffene behoefte heeft. De zorgbegeleider legt vervolgens de contacten met de instellingen die deze zorg en diensten kunnen leveren. De zorgbegeleider let erop dat de instellingen niet langs elkaar heen werken en hun
dienstverlening zo goed mogelijk afstemmen op de behoeften van de getroffene. Ook ziet de zorgbegeleider toe op de goede voortgang en afwikkeling van de dienstverlening.

Supportproject
Aan het CRN is een vrijwilligersproject verbonden dat “Supportproject” wordt genoemd en dat ten doel heeft persoonlijke sociale netwerken te ondersteunen. Het project is in 2001 gestart en geïnspireerd door hulpverleners die betrokken waren bij de nazorg ten behoeve van de getroffenen van de Zweedse discobrand. Het Supportproject heeft de volgende doelstellingen:
· getroffenen sociale ondersteuning bieden;
· de reïntegratie van getroffenen in de Volendamse gemeenschap vergemakkelijken.

Daarnaast heeft het supportproject doelstellingen die aansluiten bij de algemene doelstellingen van het CRN, te weten:

  • getroffenen ondersteunen om stap naar professionele psychosociale hulpverlening te zetten (schakelfunctie);
  • overdragen van kennis en informatie aan de Volendamse gemeenschap over de gevolgen van de ramp en hoe hiermee om te gaan.

Het Supportproject is uniek in de zin dat een werkwijze is ontwikkeld waarbij bestaande netwerken van sociale steun worden versterkt door de vrijwilligers in die netwerken deskundigheidsbevordering en begeleiding door coaches aan te bieden. Thans zijn 100 tot 125 supporters actief: ongeveer 70 supporters zijn gekoppeld aan gezinnen en de overige supporters hebben hun diensten aangeboden bij de verschillende groepsactiviteiten die het CRN organiseert en begeleidt. Verder zijn supporters betrokken bij activiteiten ten behoeve van getroffen jongeren, zoals (begeleide) wintersportreizen en sportprojecten.

Adviseurs scholing en arbeid
De adviseur Scholing verricht de volgende werkzaamheden:

  • Het (doen) organiseren van bijlessen en huiswerkcursussen in geval van achterstand in scholing, resp. concentratieproblemen.
  • Het (doen) bieden van begeleiding bij:
    • inschakeling van een loopbaanadviseur, dekaan, studiebegeleider of (test)psycholoog dan wel het vinden van een alternatieve opleiding, indien een getroffene door zijn/haar lichamelijke of psychische beperkingen niet in staat is het gangbare tempo te volgen en als gevolg daarvan de opleiding niet kan voortzetten;
    • het aandacht geven aan en (doen) oplossen van leerproblemen van broers en zusters van getroffen jongeren die het gevolg kunnen zijn van onvoldoende aandacht of secundaire PTSS;
    • bij- of omscholing van getroffenen die als gevolg van het opgelopen letsel het beroep dat ze uitoefenen of waarvoor ze zijn opgeleid niet meer kunnen uitoefenen of, naar verwachting, op latere leeftijd niet meer zullen kunnen uitoefenen.

De adviseur Arbeid biedt ondersteuning en bemiddeling bij:

  • het verkrijgen van een baan, waaronder vakantiebanen;
  • het (doen) realiseren van aanpassingen van de werkplek;
  • het aanvragen van voorzieningen die een werkgever compenseren voor de financiële risico’s die vast kunnen zitten aan de indienstneming van een getroffene;
  • het oplossen van problemen in een arbeidsrelatie;
  • het bieden van begeleiding/coaching op de werkplek.

Beide adviseurs verrichten hun werkzaamheden in nauwe samenwerking met de zorgbegeleiders van het CRN en de partners in het Netwerk Arbeid en Scholing Getroffenen.

Psychosociale nazorg
Verwijzingen naar psychosociale nazorg vanuit het CRN en sociale ondersteuning:
In het kader van de vaststelling van zorgplannen voor de jongeren die zich op het moment van de ramp in het rampcafé bevonden, zijn in 2003 in totaal 75 jongeren verwezen naar de psychosociale nazorg. De psychosociale begeleiding van deze jongeren verloopt goed. Tot nu toe hebben zich slechts 2 knelpunten voorgedaan. Voor de sociale ondersteuning van getroffenen maakt het CRN gebruik van getrainde vrijwilligers (“supporters”). Tot die vrijwilligers behoren ook vrienden en familieleden van getroffenen die zich bij het CRN hebben aangemeld als supporter en die van het CRN training en begeleiding ontvangen.

Nieuw speerpunt Supportproject
In 2002 is het Supportproject geëvalueerd. Uit die evaluatie kwam naar voren dat de supporters hun vrijwilligerswerk in het algemeen als zeer waardevol ervaren. Uit de evaluatie kwam verder naar voren dat de aandacht voor de ramp en de getroffenen binnen de Volendamse gemeenschap geleidelijk aan afneemt. Voor de getroffenen en andere betrokkenen heeft dat tot gevolg dat er minder ruimte is om hun emoties te uiten en hun verhalen te vertellen. Deze ontwikkeling sluit het risico in dat psychisch leed minder snel herkend zal worden. Dit is zorgelijk omdat supporters hebben waargenomen dat de situatie binnen getroffen gezinnen vanuit psychosociale optiek steeds complexer wordt. Met het oog hierop is voor het supportproject een nieuw speerpunt vastgesteld, inhoudende dat contacten tussen lotgenoten zullen worden bevorderd en dat de inwoners van de gemeente Edam-Volendam zullen worden geïnformeerd over de psychische problematiek

Knelpunt: Volendamse cultuur en psychosociale nazorg
Het is een gedeelde waarneming van de hulpverleners in de psychosociale nazorg dat de Volendamse cultuur niet veel ruimte laat om emoties te uiten die in verband staan met een verwerkingsproces. En dat zeker niet als die emoties geen duidelijk herkenbare oorzaak hebben, zoals het (recente) verlies van een geliefde of een levensbedreigende lichamelijke aandoening. "Nu weer normaal doen”, is zo’n beetje de minst beladen reactie die je verwachten kunt als je in Volendam aandacht vraagt voor emoties die niet zijn terug te voeren op een recent en concreet persoonlijk drama. Deze houding laat weinig ruimte voor de erkenning van langdurig psychisch leed. Het psychisch leed van jongeren die geen zichtbaar letsel aan de ramp hebben overgehouden, ontmoet zelfs onbegrip.

Het rapport staatstoezicht op de volksgezondheid met als titel ”waakzaamheid blijft geboden
IGZ constateerde dat na de ramp naast de reguliere hulpverlening een vorm van categorale rampgerelateerde hulpverlening is ontstaan, bestaande uit het Supportproject en een aantal professionele hulpverleners die veel slachtoffers in zorg hebben en een centrale rol vervullen in de hulpverlening aan de getroffenen. Volgens IGZ lopen hulpverleners die met veel slachtoffers intensief contact hebben het risico zelf ernstige psychische problemen te krijgen, die de kwaliteit van hun werk nadelig kunnen beïnvloeden. Volgens IGZ is dit risico het grootst voor categorale hulpverleners. Hoewel IGZ geen aanwijzingen heeft gevonden voor het bestaan voor psychische problemen bij categorale hulpverleners, acht zij het risico daarop zo groot dat zij aanbeveelt om de categorale hulpverlening in 2004 af te bouwen ten gunste van de reguliere hulpverlening. Met betrekking tot het CRN is in het IGZ-rapport vermeld dat het CRN zijn werkzaamheden moet voortzetten. Aangezien het Supportproject deel uitmaakt van het CRN en niet onderhevig is aan de risico´s die voor IGZ aanleiding vormden voor de aanbeveling de categorale hulpverlening af te bouwen, wordt ervan uitgegaan dat het Supportproject wat IGZ betreft in de huidige vorm kan worden voortgezet. Het CRN en de instellingen voor psychosociale nazorg zullen binnenkort met IGZ in overleg treden over de uitvoering van de aanbevelingen van IGZ. De uitkomsten van dat overleg zullen worden verwerkt in dit visiedocument.

Inventarisatie, signalen, zorgvragen en behoeften op psychosociaal terrein”
In de periode van april tot september 2003 heeft het CRN een inventarisatie gemaakt van signalen, zorgvragen en behoeften op psychosociaal terrein. Daartoe is de supporters, de lotgenotengroepen en de jongeren van de afdeling Jongeren van de BSNV een aantal vragen voorgelegd. Uit de antwoorden spreekt vooral zorg van ouders over (de toekomst) van hun kinderen. De antwoorden zijn verwerkt in een activiteitenwerkplan. In het kader van de bovengenoemde inventarisatie van het CRN klonken signalen dat ouders van overleden slachtoffers zich miskend voelden, omdat zij – anders dan bijv. getroffen jongeren met psychisch letsel - niet in aanmerking zijn gebracht voor een tegemoetkoming van het Rijk. Naar aanleiding hiervan hebben de instellingen voor psychosociale nazorg en het CRN zich in oktober 2003 via de gemeente Edam-Volendam tot het Rijk gewend met het verzoek alsnog een opening bieden voor een tegemoetkomingsregeling voor ouders van overleden slachtoffers. Dit verzoek is echter afgewezen.

Psychosociale nazorg ten behoeve van getroffen jongeren
De behoefte aan psychosociale nazorg onder de getroffen jongeren is vrijwel volledig in kaart gebracht. Dit is gebeurd in het kader van de vaststelling van de zorgplannen voor deze jongeren. Afgaande op de feedback van de jongeren aan hun zorgbegeleiders verloopt de nazorg naar tevredenheid. Hierboven is al meermalen naar voren gekomen dat de behoefte aan psychosociale nazorg in een aantal gevallen pas (vele) jaren na de ramp aan de oppervlakte kan komen. Met het oog daarop is het van belang dat de zorgbegeleiders in hun contacten met de jongeren voortdurend alert zijn op het ontstaan van die behoefte. Ook moet er rekening mee worden gehouden dat jongeren na het afsluiten van een psychosociale hulpverleningsrelatie opnieuw klachten kunnen ontwikkelen die professionele aandacht behoeven. In het voorgaande ligt een belangrijke reden besloten om de (tijds)horizon van de psychosociale nazorg op basis van het Regiobudget, in ieder geval te laten samenvallen met de horizon van de nazorg via het CRN (dus tenminste tot het jaar 2007).

Psychosociale nazorg ten behoeve van overige categorieën getroffenen
Gezien de bekendheid die – door middel van onderzoeken, voorlichting en kennisoverdracht - in de afgelopen drie jaar is gegeven aan de mogelijkheid van psychosociale nazorg, mag die mogelijkheid genoegzaam bekend worden verondersteld. Als getroffenen eigener beweging geen gebruik maken van die hulp, dan betekent dit dat zij ofwel geen (ernstige) psychosociale problemen hebben, ofwel dat zij drempels ervaren. Gelet hierop heeft een groepsgewijze benadering van overige categorieën getroffenen de voorkeur. Hierbij kan worden gedacht aan de lotgenotenbijeenkomsten die het CRN organiseert en aan de themabijeenkomsten en lezingen die het CRN tezamen met de instellingen voor psychosociale nazorg aanbiedt. Tijdens zulke bijeenkomsten en activiteiten kunnen getroffenen worden voorgelicht en (zonodig) ontvankelijk worden gemaakt voor psychosociale nazorg. Naast een aanbod van (thema)bijeenkomsten en activiteiten, dient ook te (blijven) worden voorzien in - gedoseerde - voorlichting via de beschikbare communicatiekanalen over de psychosociale problemen die zich in het desbetreffende jaar na de ramp kunnen voordoen, resp. over de mogelijkheden hulp te zoeken.

Cliëntenparticipatie
Op beleidsniveau is de participatie van cliënten gezekerd door deelname aan het beleidsoverleg van de BSNV.  Op uitvoerend niveau moet nog worden voorzien in cliëntenparticipatie. Hiertoe zullen op korte termijn kandidaten moeten worden geworven. Cliëntenparticipatie heeft ten doel het zorgaanbod beter aan te laten sluiten op de vraag. Kandidaten zouden dus bij voorkeur moeten worden geworven onder getroffenen die het zorgaanbod uit eigen ondervinding kennen.

Ontmoetingspunt en activiteiten
Zoals hierboven onder 5.1.2  bij de bespreking van het Supportproject al naar voren kwam, organiseert het CRN bijeenkomsten voor 6 groepen van lotgenoten. Het betreft hier de volgende groepen:

  • ouders van overleden jongeren;
  • grootouders van getroffen jongeren;
  • broers en zusters van overleden jongeren
  • moeders van getroffen jongeren met zichtbaar letsel;
  • moeders van getroffen jongeren met niet-zichtbaar letsel;
  • moeders van getroffen jongeren met zichtbaar letsel;
  • vaders van getroffen jongeren.

Al dan niet tezamen met supporters, organiseert het CRN de volgende activiteiten voor andere groepen getroffenen:

  • het sportreïntegratietraject dat duurzame deelname aan sportactiviteiten stimuleert en faciliteert voor alle jongeren die als direct gevolg van de ramp blijvend letsel hebben opgelopen;
  • een foto-expositie van slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand in Amsterdam;
  • een cursus website bouwen;
  • een cursus vergadertechnieken voor de leden van de afdeling Jongeren van de BSNV;
  • handvaardigheidscursussen, zoals kalligraferen, houtbewerken en boetseren;
  • begeleide wintersportvakantie met inbegrip van ski-training die daaraan voorafgaat
  • vakanties in binnen- en buitenland waarvan een helend effect uitgaat;
  • ontmoetingen met lotgenoten in Gotenburg Zweden.

Tot zover deze nieuwsbrief. Als er nieuwe ontwikkelingen zijn dan houden we je natuurlijk op de hoogte!

Met vriendelijke groet,
Karin Hoogeveen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.