Ontslag conciërge Nohol was onterecht
Ontslag conciërge Nohol was onterecht
De Stichting Welzijn Edam had beheerder/conciërge Karin Weel van jongerencentrum Nohol in de zomer van 2002 niet op staande voet moeten ontslaan. Het vonnis van de kantonrechter dat die ontslagprocedure bevestigde, is in hoger beroep door het gerechtshof in Amsterdam vernietigd. Dat betekend dat Weel nu een loonvordering van twee maanden op de Stichting Welzijn heeft.Dat geld moet met rente aan haar worden betaald.De kantonrechter had in 2002 rekening gehouden met deze uitkomst en vastgesteld dat het arbeidscontract mocht worden ontbonden op 12 september van dat jaar als het ’op staande voet’ geen stand zou houden.
Ongegrond
Omdat voor zo’n spoedontslag inderdaad geen grond was, is de Stichting door het gerechtshof veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, die € 676,41 bedragen. Weel heeft twee maanden loon tegoed omdat dat de periode van het opzegtermijn is bij een normale ontslagprocedure. Zij vloog er twee maanden voor 12 september 2002 uit. De beheerder van Nohol kreeg op staande voet ontslag na een slepend conflict met de Stichting Welzijn Edam over de door haar uit te voeren werkzaamheden. In het jongerencentrum, de verantwoordelijkheden die ze droeg en de tijdstippen waarop ze in het gebouw aanwezig moest zijn. Dat leidde uiteindelijk tot ziekmelding van Weel, gevolgd door verschillende lijmpogingen die nergens op uit liepen.
Verstoord
De jongeren werker bij Nohol overkwam kort voordat Weel werd gewipt hetzelfde. Ook zij wist het ontslag op staande voet met succes aan te vechten.Het ontslag volgens de ‘normale’ procedure is voor beiden wel een feit omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en er geen uitzicht meer is op een normale terugkeer op de werkvloer bij Stichting Welzijn Edam.
De activiteiten van het jongerencentrum Nohol en jeugdvereniging Bosvolk stonden enige tijd op een laag pitje door het vrijwel gelijktijdige ontslag van jongerenwerker en beheerder bij de Stichting Welzijn Edam.