Nederlandse verslaafden zweren drugs af in Schots psychiatrisch ziekenhuis (foto's)
Nederlandse verslaafden zweren drugs af in Schots psychiatrisch ziekenhuis
De schreeuw om hulp van verslaafde jongeren is groot in ons land. Na een reeks verhalen over cocaïnemisbruik werd onze krant veelvuldig gebeld door ouders die ten einde raad zijn, ondanks tientallen opvangklinieken. De hulpverlening in ons land zou te soft en niet effectief zijn. „Dan hebben we het nog niet eens over de ellenlange wachtlijsten van soms acht maanden. Mijn kind zou nog leven als hij direct was geholpen.” Eén ouder keek verder dan ’s lands grenzen en vond de oplossing in Schotland. Daar staat in een sprookjesachtige omgeving het psychiatrische ziekenhuis Castle Graig met een vlag en wimpel op het majestueuze dak. Hoe steeds meer Nederlanders van hun verslaving genezen tussen Chesterfield-banken en opgezette herten. „Wachtlijsten? Nooit van gehoord.”
De Volendamse voorvechtster Gary Kok, die met haar organisatie ’Moedige Moeders’ een vuist maakt tegen het buitensporige cocaïnegebruik in het vissersdorpje, vond haar oplossing via internet. Uit onvrede met de bestaande klinieken in eigen land zocht ze voor haar eigen zoon een antwoord ’buitengaats’ en kwam in het ruige Schotland terecht. „Ik hoor dat het goed met hem gaat. Hij moest hier weg. Te veel verleidingen. Wat ik niet had verwacht: de behandeling wordt door de verzekering volledig vergoed. Zo brengt de Europese eenwording toch nog iets goeds.” Castle Graig hospital is inderdaad het enige buitenlandse afkickinstituut dat is omarmd door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. En die kosten zijn niet gering. Voor de eerste fase van het programma, die zo’n vier tot zes weken duurt, moet dagelijks een slordige 600 euro worden neergeteld.
Voor hardnekkige gevallen is er een aanvullend programma dat vaak vier tot zes maanden duurt. De bedragen die dan gelden zijn 815 euro per week, ook niet echt een koopje. Volgens kenners vergelijkbaar met de kosten van opvang in Nederland. Maar zeker goedkoper dan mensen jarenlang blijven volstoppen met methadon en de nadelige effecten voor de samenleving. „Bovendien kunnen mensen met een dubbele diagnose – een patiënt kan bijvoorbeeld én borderline én drugsverslaafd zijn – bij ons terecht, niet echt een vanzelfsprekendheid”, aldus Frances Beek, coördinator Zorg Castle Graig, residerend in Den Haag. De ogenschijnlijk mysterieuze club probeert hier haar programma van de grond te krijgen en werkt sinds kort nauw samen met de befaamde Nederlandse afkickkliniek Parnassia, die de oplossing uit Schotland wel ziet zitten.
Nederland verzorgingsland, aan hulpverleners geen gebrek. Je kunt er op tientallen manieren proberen van de alcohol, cocaïne of xtc af te komen. De Hoop in Dordrecht met zijn harde lijn schijnt goed te zijn. „Maar vervolgens willen ze dat je verslaafd raakt aan God. Ammehoela”, aldus de 42-jarige junk Diederik uit Harderwijk, die na twee weken De Hoop de kuierlatten nam. Dan heb je nog bekende instellingen als de Jellinek, Novadic en Maliebaan. In het kleurrijke bos van prachtige poeders en alchemistische alcohol viel ons vlak voor vertrek naar Schotland het centrum Miroya op.
De 31-jarige Simon uit Raalte zweert bij de behandeling onder narcose. „Ik was tien jaar verslaafd aan de heroïne en coke, snoof dagelijks voor driehonderd gulden weg en bij Miroya was ik binnen zes uur van de shit af. Kosten? Twaalfduizend gulden, maar die heb ik er allang weer uit… Ik heb daarvoor misschien wel twintig klinieken van binnen gezien. Allemaal slap gezwets van welzijnswerkers die je zo om je vinger wond, want dat kun je als geen ander als cocaineverslaafde. Boekjeswijsheid was wat ik ervoer. Uiteindelijk vond mijn vrouw de narcosetechniek.” Zijn wederhelft werd verliefd op een junk en heeft nooit het vertrouwen in hem opgezegd. Ingetogen legt ze het principe uit: „Je kickt eigenlijk af onder volledige narcose, zodat de moeilijkste fase erop zit als je bijkomt. Het stofje Naltrexon, waarvan je enige tijd pilletjes moet slikken, heeft een belangrijke functie. Dat maakt dat je receptoren ongevoelig zijn voor cocaïne en heroïne.”
Simon, met een licht demonische lach en gevoel voor understatement: „Ik was natuurlijk een echte hardliner en heb nog wel eens stiekem een snuifje genomen. Geen enkel effect. Natuurlijk is nazorg wel belangrijk. Ik ben jarenlang iedere week naar een gespreksgroep geweest. Ik geloof dat Miroya met sluiting wordt bedreigd. Waar verslaafden nu moeten aankloppen? Ik zou het niet weten. Nee, van Castle Graig heb ik nooit gehoord. Buitenlandse oplossingen stonden al helemaal niet op het lijstje van crisisartsen.”
Het kasteeltje Castle Graig ligt op de grens van Engeland en Schotland, een half uurtje rijden van Edinburgh. Een lange oprijlaan, met eeuwenoude eiken als wachters, doorkruist het twintig hectare grote landgoed. Een grote, bijna niet in beweging te krijgen voordeur geeft toegang tot de hal. Rechts een open haard met daarboven de kop van een hert. Oude lederen bankstellen, afgetrapte perzen op de vloer. Veel hout. Kortom: een inrichting die teruggaat tot koningin Victoria. Oprichter en voorzitter van de kliniek, Peter McCann (64), maakt in krijtpak zijn opwachting. Meer een bankkier dan hulpverlener. „Klopt ook”, zegt de aimabele man. „Ik was ooit een toonaangevende beursman. De alcohol maakte alles kapot.” 
Foto: Oprichters Peter en Margaret McCann gaan uit van het principe dat verslaving een ziekte is en dat het bovendien veelal genetisch is bepaald. Zelf ging Peter bijna aan de drank kapot.
McCann kreeg zijn leven weer op de rails via het bekende twaalfstappenplan van de Anonieme Alcoholisten. „Dat waren goedbedoelde zelfhulpgroepen, maar het zogenoemde Hazelden-model was nog niet geprofessionaliseerd.” Dat lukt McCann samen met zijn vrouw Margaret, van huis uit anesthesist, maar zij werd verslavingsarts. „Voor Peter. Hij had een droom”, zal ze later toegeven.
Volgens de Brit is verslaving een ziekte en vooral erfelijk. „We zien verslaving niet als een gebrek aan doorzettingsvermogen of zwakte. Die visie is voor heel veel patiënten nieuw. Opeens valt er een enorme schuld van hun schouders. Dat is belangrijk voor het effect van behandeling. Ik wil niet pretenderen dat onze manier beter is dan een andere. Wel geven cijfers aan dat zeker vijftig procent van de mensen van hun verslavingsgedrag afkomt, een zeer goede score. Maar verslaafd blijven we in essentie uiteindelijk altijd.”
Margaret is inmiddels binnengekomen. Wit sereen Engels gelaat met ingehouden bewegingen en een verfijnde glimlach. Every inch a lady. „Ook de rustige omgeving hier, het mooie gebouw en meubels leveren een positieve bijdrage”, zegt ze. „Veel beter dan een wit klinisch crisiscentrum. Patiënten krijgen onbewust toch het idee dat ze de moeite waard zijn en hun eigenwaarde groeit. Dat is een start.” Dan snel tussendoor: „Vaak zijn jongeren moeilijker te behandelen dan mensen van middelbare leeftijd. Ze hebben namelijk minder te verliezen, zoals een goede baan of een huwelijk.” 
Foto: Ruud (24) uit Volendam, die jarenlang cocaïne gebruikte, is er naar eigen zeggen nog lang niet. Toch is hij aan de beterende hand in het fraai gelegen Castle Craig hospitaal in Schotland.
Jullie hanteren gigantische bedragen. Peter McCann: „Vergeet niet: we zijn een psychiatrisch ziekenhuis met een complete medische staf, onder wie een fulltime psychiater, wat uitzonderlijk is voor dit soort klinieken. Dit jaar hebben we ruim honderd bedden, volgend jaar gok ik op honderdvijftig. De groei is enorm.” Nederlanders hebben jullie blijkbaar ook gevonden. „Ja, sinds een paar jaar. Twintig procent komt nu uit Nederland. In tegenstelling tot onze Britse patiënten, die vaak een alcoholverslaving hebben, krijg ik jouw landgenoten met een cocaïneverslaving. Maar een verslaving is een verslaving en wordt hier op dezelfde manier behandeld. De meeste Nederlanders zijn met instemming van een verzekeringsmaatschappij gestuurd.”
Dan verschijnt er een diepe frons vanaf de neusbrug naar boven. „Ik ben momenteel in gevecht met een Nederlandse verzekeraar. Ze weigeren de behandeling hier te vergoeden, terwijl het Europese Hof in twee uitspraken heeft bepaald dat patiënten mogen uitwijken naar een niet gecontracteerde instelling in het buitenland. Daarbij moet worden voldaan aan drie criteria: de behandeling in het buitenland is internationaal medisch erkend, de behandeling in het buitenland is even effectief of effectiever en de behandeling kan in eigen land niet tijdig worden aangeboden.”
We lopen over het landgoed naar de zes huisjes waar patiënten een verlengde behandeling krijgen. De sfeer is er relaxter dan in het hoofdgebouw, waar iedere minuut door de leiding wordt gedicteerd. Rens (48) en Remi (34) uit Dordrecht en Annemiek (51) uit Utrecht willen hun verhalen kwijt. Veel gaat over slap ouwehoerende hulpverleners in eigen land en de merkwaardige situatie dat je wel op medische gronden naar het buitenland vertrekt, maar dat de sociale dienst na vier weken je uitkering intrekt omdat je in het buitenland zit en je een sollicitatieplicht hebt. Rens: „Ben je afgekickt en klaar om maatschappelijk nuttig te zijn, heb je bij thuiskomst geen huis meer omdat de huur niet is betaald.” De andere twee zitten er hoofdschuddend bij. Groot voordeel vindt het drietal dat stafleden en begeleiders weten waar ze het over hebben omdat ze zonder uitzondering zelf verslaafd zijn geweest. Je maakt ze niets wijs, ze kennen alle trucs. 
Foto: Pieter, Rens en Remi (v.l.n.r.) hebben hun buik vol van ’softe’ Nederlandse hulpverleners.
Die scherpzinnigheid heeft ook Ruud bijna zijn kop gekost, in ieder geval zijn verblijf. Schuldbewust legt de 24-jarige Volendammer uit dat hij tijdens een uitstapje in het nabijgelegen plaatsje Peebles uit liefde voor een oogverblindende patiënte twee waterflessen met wodka had gevuld en deze het kasteel had binnengesmokkeld. „Stom, stom, stom. Ik mocht blijven omdat ik direct voor mijn vergrijp uitkwam, heel uitzonderlijk. Mijn partner in crime moest vertrekken.” Ruud heeft het zwaar en hij is er nog lang niet, laat hij weten. „Ik heb al gehoord dat er in het dorp een man rondloopt met een daklozenkrant. Die zou spul hebben. Onbewust zoek je toch naar zo’n vent.” Zoals bij veel verslaafden die aan de beterende hand zijn, hoort ook Ruud weer vogels fluiten en heeft hij zijn emoties hervonden. „Want die waren volledig weg. Vergeet niet dat ik al vanaf mijn veertiende gebruik, de laatste jaren iedere dag.”
„Volendam is een vreselijke plek. Laatst lag ik eens te denken hoeveel leeftijdgenoten ik ken die geen cocaïne gebruiken. Ik kwam op twaalf mensen uit, terwijl ik er honderden ken. Dat tachtig procent aan het spul zit, is een juiste inschatting en ik kan het weten. Ze denken dat ze hun gebruik onder controle hebben. Fout dus.” Uit de mond van Ruud ook weer positieve verhalen over Castle Graig. „Dat de Noordzee ertussen zit is een extra stok achter de deur. Kijk, een kliniek in Brabant schiet niet op. Dan vind je altijd wel weer een weggetje om te vluchten. In de situatie waarin ik nu zit, is cocaïne zover weg. Je zwemt niet even naar je dealers toe.”