Waterschudding

Waterschudding
In de inleiding van Rampen en plagen in Nederland 1400-1940 schrijft Cor van der Heijden naar aanleiding van de verslaggeving over de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam: 'Er werden nauwelijks pogingen gedaan om deze tragische gebeurtenissen tot hun ware proporties terug te brengen en ze in hun historische context te plaatsen.' Van der Heijden heeft zich daaraan gestoord, maar maatgevoel en historisch besef lijken nu eenmaal niet te behoren tot de journalistieke prioriteiten bij actuele drama's.
In de eerste dagen na de recente zeebeving in Zuidoost-Azië bijvoorbeeld was er maar een enkel medium dat een vergelijking maakte met de uitbarsting van de vulkaan Krakatau in 1883. Ook die ramp hing samen met het bewegen van de aardschollen, en de 35 duizend doden die toen alleen al op Java en Sumatra te betreuren waren, vielen eveneens door tsunami's.
In zijn boek heeft Van der Heijden zich waarschijnlijk willen beperken tot de grenzen van het moederland, maar in het eerste hoofdstuk wijkt hij wel uit naar de aardbeving die in 1755 vrijwel geheel Lissabon verwoestte, en die blijkbaar ook met één of meer tsunami's gepaard ging: 'Door de kracht van de beving kwam de haven tijdelijk geheel droog te liggen, maar twintig minuten later werd de stad door een reeks vloedgolven van tientallen meters hoogte volkomen overspoeld.'
Merkwaardig genoeg werd die aardbeving in Nederland nauwelijks te land waargenomen, maar des te beter te water. Een ooggetuige schreef: 'Op sommige plaatsen rees het water tot de regtstandige hoogte van drie en vier voeten.' Slachtoffers waren er niet . Het gevolg van de 'waterschudding' was wel dat op de markt van Hoorn de prijs van kaas binnen twee weken met 20 procent daalde, omdat de export naar het Iberisch schiereiland direct werd stopgezet; liever minder winst, blijkbaar, dan voedselhulp. Uit angst voor naschokken sliepen Brabanders in 1932 nog enige tijd in 'houten schuurtjes en kippenhokken'.
De charme van Van der Heijdens rampengalerie is de menselijke maat. Hij heeft die ook genomen bij rampen die zouden kunnen doorgaan voor incidenten. Zoals de ramp in Staatsmijn Hendrik (1928), met veel publiciteit omgeven. Van der Heijden legt de vinger op de ware ramp in mijnwerkend Limburg: 'Naar schatting liep het totaal aantal ongevallen in de tienduizenden per jaar.' Zulke rampen gebeuren niet, ze sluipen, of het nu klimaatwisselingen zijn (strenge winters), arbeidsomstandigheden (ontploffende stoomketels), of epidemieën (cholera, Spaanse griep).
Cor van der Heijden: Rampen en plagen in Nederland - 1400-1940,
Kempen Uitgevers; 200 pagina's; € 19,50, ISBN 90 6657 232 9
Recensie door Ed Schilders