VVD: vecht Dijkwijk-schorsing aan! - Dijk van een Wijk gáát er komen!
VVD: vecht Dijkwijk-schorsing aan! - Dijk van een Wijk gáát er komen!
De rechter heeft helaas besloten dat er voorlopig nog niet mag worden begonnen met het opspuiten van zand in de Zuidpolder. Een donkere mededeling tijdens feestelijke dagen. Maar… er is nog hoop! Sinds jaar en dag heeft de VVD het vuur uit de sloffen gelopen om woningbouw in de Zuidpolder mogelijk te maken. Alle tegenwinden trotserend is dat uiteindelijk gelukt en nu dit… Deze druiven zijn erg zuur.
Het is zéér vervelend en frustrerend als de landelijke richtlijnen (bijv. over luchtvervuiling met 'fijnstof') tussentijds veranderen, terwijl je als gemeente het bestemmingsplan al hebt vastgesteld. Bebouwing in de Zuidpolder is met stip de hoogste prioriteit van de gemeente en heeft een zeer breed draagvlak. Bij de capabele ambtenaren is dat niet anders. De gemeente kan echter niet verhelpen dat landelijk regels worden ingevoerd die ook gelden als je als gemeente je besluit al hebt genomen, hoe zuur dat ook is. De VVD is niet voor niets voor mínder regels en meer vrijheid.
De VVD kijkt naar oplossingen! Wat nu?
De eerste vraag is welke problemen de rechter precies heeft gezien. De minstens zo belangrijke tweede vraag is hoe de problemen zo snél mogelijk opgelost kunnen worden. De VVD heeft de uitspraak van de rechter geanalyseerd. De rechter noemt 3 punten: luchtvervuiling, verkeersafwikkeling en de effecten op het Markermeer. De rechter twijfelt of de motivering van het bestemmingsplan op deze gebieden voldoende is en concludeert dat hij meer de diepte in wil in de bodemprocedure. Dan en daar zal de rechter de motivering diepgaand onderzoeken. In afwachting daarvan heeft de rechter geschorst. Omdat de rechter twijfels had over de motivering op deze 3 punten, heeft hij de overige bezwaren niet meer behandeld. Een 4e punt dat wel van belang kan worden in de bodemprocedure, is de aanwezigheid van beschermde diersoorten.
Luchtvervuiling
De gewone achtergrondvervuiling is in de wijde omgeving her en der al hoger dan het toegestane niveau. Maar dat betekent níet dat de ontwikkeling van een woongebied geen doorgang kan vinden. Als blijkt dat de situatie (per saldo) verslechtert, dan moeten compenserende maatregelen getroffen worden. Kortom, onderzoek is nodig en op grond van dat onderzoek moeten (eventueel) maatregelen gekozen worden zodat woningbouw door kan gaan.
Verkeersafwikkeling
De verkeersafwikkeling zou problemen geven als er gelijk met de Zuidpolder geen nieuwe ontsluiting zou komen, was eerder door de gemeente geconstateerd. In het bestemmingsplan is daar volgens de rechter onvoldoende aandacht aan besteed. Ook over dit onderwerp moet uitdrukkelijker en beter onderbouwd een standpunt worden ingenomen, eventueel na extra onderzoek.
Effecten op het Markermeer
Dat er geen schadelijk effect is van de woningbouw op het beschermde Markermeer, is volgens de rechter niet wetenschappelijk bewezen terwijl dat wel had gemoeten. De rechter stelt dat ook ter zitting niet is gebleken van nieuwe onderzoeksgegevens. Daarmee geeft hij eigenlijk aan dat hij het graag meegenomen had en in feite zet de rechter daarmee de deur op een kier. Inhoudelijk zijn geen problemen te verwachten, omdat een ruime afstand tot de dijk in acht wordt genomen, maar dat moet wel wetenschappelijk onderbouwd worden.
Beschermde diersoorten
In het gebied schijnen beschermde diersoorten voor te komen, denk aan bepaalde padden, vissen en vogels. En die mogen alleen verstoord worden als je daar speciaal toestemming voor krijgt. Die toestemming zál worden verleend vanwege het grote belang van woningbouw, maar alleen op basis van goed, ecologisch onderzoek en eventueel maatregelen om de effecten te beperken (bijvoorbeeld niet in het broedseizoen bouwen en het wegvangen van beschermde vissen).
Conclusie
De rechter heeft tijdelijk het opspuiten van zand in de ijskast gezet. De VVD concludeert dat dit uitsluitend is gebaseerd op een gebrekkige motivering. Op alle gebieden is dat te herstellen door extra te motiveren en extra onderzoek te doen. Woningbouw gaat wat de VVD betreft dan ook door! Het leidt helaas wel tot uitstel, maar in geen geval tot afstel.
De lokale VVD zal als dat nodig is haar goede contacten bij de provincie en in de Tweede Kamer gebruiken om de zaak zo snel mogelijk vlot te trekken. Degenen die het naadje van de kous willen weten, kunnen nu doorlezen.
Hoe kan het uitstel worden beperkt?
Juridisch zit de procedure zo in elkaar dat de gemeenteraad een bestemmingsplan vaststelt en daarna naar de provincie stuurt voor goedkeuring. Pas daarna starten rechterlijke procedures. In die fase zitten we inmiddels. De gemeenteraad is ná vaststelling van het bestemmingsplan niet meer bevoegd om haar motivering te verbeteren of aan te vullen. Er kunnen ná vaststelling nog allerlei onderzoeken worden gedaan en standpunten worden ingenomen, maar juridisch mag de rechter daar in principe geen rekening mee houden. Daarom is de gemeente in principe genoodzaakt om de definitieve uitspraak van de Raad van State af te wachten. Pas daarna kan - afhankelijk van de uitspraak - nader worden gemotiveerd of moet de hele procedure vanaf vaststelling van een beter gemotiveerd bestemmingsplan zelfs opnieuw worden opgestart. In de tussentijd kan de gemeente niet veel meer dan zorgen dat er een dijk van een motivering klaar ligt als er straks een definitief oordeel van de rechter komt. Nader onderzoek kan in de tussentijd alvast worden verricht.
Uitzonderingen!
Er zijn 3 uitzonderingen waarbij de rechter wel rekening kan houden met nieuwe informatie.
- In het eerste geval wordt ingezet op een hoge uitzondering. Soms is er in het bestemmingplan wel iets "gesteld" over bepaalde onderwerpen, maar is dat niet echt onderbouwd. Normaal gesproken vindt de rechter dat te kort door de bocht. Dit blijkt ook uit de schorsingsuitspraak. Sóms - als uit nader onderzoek blijkt dat de ongemotiveerde stelling wel klopte - wil de rechter de redenering volgen in de lijn van: recent onderzoek bevestigt dat niet getwijfeld had hoeven worden aan de stelling. De kans dat de rechter dit zal doen is zeer klein, temeer omdat de landelijke media deze onderwerpen in de gaten houden. Eén geval schept dan meteen een precedent. Het risico is ook groot. Als het mislukt, moet de hele procedure opnieuw en heb je extra uitstel te pakken.
- De tweede uitzondering is een soort truc om tijdverlies zoveel mogelijk te beperken. Als de gemeente, eventueel na extra onderzoek, de motivering rond heeft, hoeft de definitieve uitspraak van de rechter niet afgewacht te worden. De gemeente kan dan proberen om de schorsing van tafel te krijgen door zelf naar de rechter te stappen voor een nieuw voorlopig oordeel. Als de rechter zijn voorlopige oordeel herziet, dan kan alsnog worden gestart met het opspuiten van zand. Dit is niet kansloos als overduidelijk blijkt dat alle motiveringsgebreken te herstellen zijn en de raad bij voorbaat heeft besloten om dat ook te doen. Het risico is klein. Je kunt er alleen tijd mee winnen.
- In het derde geval stelt de gemeente zich kwetsbaar op. Als de gemeente, na extra onderzoek, de motivering rond heeft, dan kan de gemeenteraad bepalen dát woningbouw door zal gaan gelet op de nieuwe motivering. Met dit besluit in de hand kan in de bodemprocedure aan de rechter worden meegedeeld dat de gemeente de onvoldoende motivering onderschrijft, maar dat er een inmiddels een dijk van een motivering is en een intentiebesluit dat woningbouw door zal gaan na herstel van de motivering. De gemeente kan de rechter dan vragen om de bezwaren gegrond te verklaren (zodat het bestemmingsplan opnieuw en goed gemotiveerd kan worden vastgesteld), waarbij "de rechtsgevolgen" in stand worden gelaten.
Dit betekent dat de rechter - als hij tot de conclusie komt dat het herstel van de motivering een formaliteit is - het bestemmingsplan ondanks gegrondverklaring van het beroep tóch in werking laat treden. Dit zal niet snel gebeuren, maar bij te herstellen motiveringsgebreken en gelet op het grote belang, is dit de inspanningen waard. Als het lukt, dan doet de definitieve uitspraak feitelijk geen pijn, al moet de procedure voor de vorm opnieuw. Niet geschoten is altijd mis.
Inschatting
Kortom, optie 1 is niet realistisch. Opties 2 en 3 wel, mits er snel een dijk van een motivering tot stand komt, op grond van extra onderzoek. Beide wegen kunnen naast elkaar worden ingezet. Als optie 2 succes heeft, kan vast worden gestart met zand opspuiten. Als optie 3 succes heeft, geldt hetzelfde en kan ook met vergunningverlening worden doorgegaan.
Naar verwachting is er via optie 2 eerder een uitspraak dan via optie 3. De vraag of optie 2 nog zin heeft, hangt vooral samen met de tijd die nodig is om een dijk van een motivering op te stellen.
De VVD is van mening dat er met een beetje geluk, een hoop goede wil en een grote krachtinspanning via optie 2 binnen een halfjaar een nieuwe uitspraak van de rechter moet kunnen zijn. Via optie 3 kan het als het tegenzit ook een jaar duren.
Als het VVD-voorstel niet wordt gevolgd, is het aannemelijk dat het nog 1,5 á 2 jaar duurt voor er een definitieve uitspraak van de rechter is en het bestemmingsplan opnieuw de procedure heeft doorlopen.
Inzet
De VVD wil dat de gemeente zo snel mogelijk een dijk van een motivering opstelt, met nader onderzoek waar dat nodig is. Vervolgens moet zo snel mogelijk de schorsing worden aangevochten en moet worden gevraagd om "de rechtsgevolgen" in stand te laten.
De VVD heeft het college hier inmiddels om gevraagd en blijft zich hard maken voor woningbouw (in Hollandse stijl) op zo kórt mogelijk termijn.
VVD Edam-Volendam,
mr. Wim Runderkamp
Jurist Bestuursrecht
(Runderkamp@PubliekXL.nl)