Het boek is dicht
Het boek is dicht
Door Ellen de Visser
Volendam is, vijf jaar na de nieuwjaarsbrand in café De Hemel, weer overgegaan tot de orde van de dag. Scholing en werk eisen de aandacht op van de overlevenden, met wie het vaak wonderlijk goed gaat. Maar het vlies van de verwerking is dun.
De test die Volendammer Jack Groot (21) twee jaar na de brand deed, wees uit dat hij het beste beddenschoonmaker in een ziekenhuis kon worden, een baan waarbij hij zijn geschonden handen weinig zou hoeven te belasten. De bouw was altijd zijn droom geweest, zijn opleiding tot timmerman halverwege, toen hij in de nieuwjaarsnacht van 2001 zijn gezicht probeerde te beschermen tegen de verzengende hitte en zijn handen derdegraads, tot op de pezen, verbrandde. De WAO dreigde.
Maar Jack Groot werd geen beddenschoonmaker. Jachtwerf Hakvoort in Monnickendam bood hem een baan als computertekenaar: de interieurontwerpen van de architect zet hij met een speciaal programma om in tekeningen voor de meubelmaker. Hij heeft nu 'een wereldbaan'.
De foto's die hij vlak na thuiskomst uit het ziekenhuis liet zien, van een ingepakte mummie op de intensive care, liggen ergens in de kast. Hij is wel eens bij een psycholoog geweest, maar die zei dat hij de ramp had verwerkt. 'We zijn er erg goed afgekomen', concludeert zijn moeder. Zij gaat nog steeds naar de moedermiddagen voor ouders van slachtoffers, maar de laatste keer hebben ze het niet eens meer over de kinderen gehad. 'Je praat er in principe niet meer over', zegt zoon Jack.
Op het Don Bosco College zal op 9 januari, de eerste dag na de kerstvakantie, geen speciale herdenkingsbijeenkomst meer worden gehouden. Van de ruim tweehonderd leerlingen die bij de brand waren betrokken, hebben de laatste afgelopen zomer de school verlaten. Rector Gerard Dekkers: 'We kunnen het nu minder aandacht geven. Dat wordt tijd, hoe beroerd dat ook klinkt. We moeten leerlingen er niet mee blijven confronteren.' In de aula van de school is begin vorige maand een gedenkplek onthuld. Tegen de halfronde ramen aan de straatkant is een fel getint glazen kunstwerk aangebracht, onderaan zijn de namen gegraveerd van de veertien dorpsgenoten die de brand in café De Hemel niet overleefden.
Op de dag van de onthulling, zegt Dekkers, sloot hij gevoelsmatig een zware periode af. 'Het was een sombere dag, maar op het moment dat we de schermen langzaam omhoog lieten gaan en het glaswerk zichtbaar werd, brak opeens de zon door. Toen kon ik er een punt achter zetten.' Alles moest snel weer 'normaal' worden in Volendam. De jongeren zeiden het toen ze uit de ziekenhuizen terug keerden. Ze zeiden het toen later dat jaar de kermis niet doorging. En toen in de nieuwjaarsnacht van 2002 een emotionele herdenking werd gehouden. Het werd zelfs de titel van het boek dat het Instituut voor Psychotrauma over het leven na de brand publiceerde: Was alles maar weer normaal. Maar Volendam bleef jaren in de schijnwerpers staan, mede door de slepende financiële en juridische afwikkeling van de ramp.
Vijf jaar na de fatale brand op de Dijk is het dorp tot rust gekomen, zegt Piet Reijers, hulpverlener van het eerste uur. De 'leedhiërarchie' tussen wel en niet-verbrande jongeren die het dorp lang in zijn greep hield, is voorbij. De onderlinge ruzies over de schuldvraag en de houding van café-eigenaar Jan Veerman zijn verstomd. 'De sfeer is milder geworden', erkent Aaltje Veerman, de moeder van John, ooit bedrijfsleider van De Hemel. Haar zoon werd door de rechtbank in Haarlem vrijgesproken en verliet daarna zijn baas om niet steeds aan de brand te worden herinnerd. 'Voor zichzelf heeft hij het boek gesloten.' Ook de andere jongeren hebben na jaren van media-aandacht genoeg van gesprekken over de Nieuwjaarsnacht van 2001. 'Dit is echt het laatste interview dat ik geef', bezweert Jack Groot, zittend aan de hoge eettafel.
Scholing en werk eisen hun aandacht op. Praktisch allemaal haalden ze hun middelbareschooldiploma en niet een van de slachtoffers, hoe ernstig verbrand ook, zit thuis. Dat zoveel jonge Volendammers, met een voorbestemde carrière in de bouw, de schoonmaak of de visserij in het verschiet, juist hun handen verbrandden, was een extra tegenslag, zegt Henny Karman, adviseur scholing bij Het Anker, het na de brand opgerichte centrum voor reïntegratie en nazorg. Het vergde omscholing, loopbaanonderzoek en veel individuele begeleiding. Zo kwam een jonge schilder bij de Belastingdienst terecht, vond de metselaar die al zijn vingers mist werk als bode op het gemeentehuis en studeert de jongen die driekwart van zijn lichaam verbrandde volgende maand aan de HTS af als ingenieur.
Onderzoek van Het Anker bij de onderwijsinstellingen waar de jongeren nu studeren, wees uit dat ze allemaal perfectionistisch zijn ingesteld. 'Ze willen per se slagen in wat ze doen', zegt Karman. 'Alsof ze een deel van hun toekomst verloren hebben zien gaan.' De uitkering die ze ontvingen. moet die toekomst veilig stellen. De afgelopen jaren is aan 371 slachtoffers bijna 22,5 miljoen euro betaald. Van alle jongeren werd de mate van invaliditeit vastgesteld; hoe hoger het percentage, hoe meer geld. Jack Groot viel in de hoogste categorie, omdat hij zijn handen en zijn luchtpijp ernstig had verbrand en zijn vak niet meer kon uitoefenen.
Het geld is een gevoelig onderwerp in het dorp. 'We vragen niet aan elkaar wat de ander heeft gekregen, maar we weten het wel zo ongeveer', zegt Groot. Het leidt soms tot scheve gezichten. De eerste brandslachtoffers hebben een huis gekocht en beschikken over een grotere bankrekening dan andere starters op de woningmarkt. Groot: 'Ik hoor mensen weleens zeggen: jij hebt toch geld zat. Daar probeer ik maar boven te staan.'
Met de verkoop van De Hemel aan de gemeente is de laatste strijd gestreden. Een werkgroep met jongeren en ouders buigt zich de komende maanden over de bestemming van het café. Daarbij wordt onder meer advies gevraagd aan de organisatie die het Anne Frank Huis exploiteert.
Een memorial room moet het worden, net als de discotheek in Göteborg waar zeven jaar geleden 63 jongeren stierven na een brand en waar Volendamse afvaardigingen meer dan eens gingen kijken. De Hemel moet er weer uit komen te zien als op de oudejaarsavond ten tijde van de brand, zegt Erik Tuijp, voorzitter van de Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (SSNV). Jongeren, zegt hij, moeten kunnen gaan zitten op de plek waar ze toen zaten, ouders moeten kunnen terugkeren naar de plek waar hun kinderen stierven.
Henny Karman bezocht De Hemel twee maanden geleden met een groep ouders. Het café is na het onderzoek van justitie onaangeroerd gebleven, vertelt hij: de muren zijn zwartgeblakerd, glazen staan nog op de bar, de geluidsinstallatie is gesmolten.
Dat beeld was zo indrukwekkend, zegt hij, dat hij eens temeer besefte dat het in Volendam nooit meer normaal zal worden, hoe graag de jongeren dat ook willen. Begin deze maand werd een bijeenkomst georganiseerd voor de hulpverleners en omstanders van toen, dorpsbewoners die zo de Dijk waren opgelopen en alles hadden gezien. Toen de oude beelden werden vertoond, liepen bezoekers de zaal uit, zegt Reijers.
Het toont aan hoe dun het vlies van de verwerking nog is. De condoleanceregisters op internet staan vijf jaar na de dood van veertien dorpsgenoten nog vol met boodschappen. Toen vorig jaar een meisje zelfmoord pleegde, nam de vraag naar psychologische hulp fors toe. 'Met veel jongeren gaat het goed, maar als er wat gebeurt, vallen ze meteen terug', zegt psychologe Gerda Buijs. 'Nu de herdenking nadert, wordt dat weer duidelijk.'
Buijs noemt het 'zorgwekkend' dat ze nog steeds nieuwe aanmeldingen krijgt van Volendammers die vijf jaar lang andere dingen aan hun hoofd hadden. Jongeren die druk waren met operaties en met school. Ouders die alleen maar bezig waren met de zorg voor hun verminkte kind. Antidepressiva worden veel geslikt, weet ze, ook door jongeren.
Bij de niet aflatende aandacht voor de slachtoffers van de brand voelen de ouders van de overleden jongeren zich een vergeten groep. 'Ons kind is ook verbrand', zeggen ze, maar voor hen was er geen uitkering. Dat voelde als een ontkenning van het bestaan van hun kinderen en van het verdriet dat zij nog altijd hebben. Een half jaar geleden hebben ze zich afgescheiden van de belangenvereniging van slachtoffers en de Stichting Nabestaanden Nieuwjaarsramp (SNN) opgericht. Voorzitter is begrafenisondernemer Johan Schokker.
Juridisch gezien bleek het onmogelijk om de uitkeringen ook voor hen te bestemmen, zegt Tuijp van de SSNV. Het geld was louter bedoeld voor de toekomst van de jong getroffenen. Zijn stichting heeft de veertien ouders een eenmalige tegemoetkoming gegeven. Daarnaast zijn de begrafeniskosten vergoed. 'Ze voelen zich niet gesteund, dat gevoel is niet bij ze weg te nemen. Ik vind het heel spijtig.'
Karman heeft de indruk dat veel Volendammers rond de jaarwisseling het dorp ontvluchten. Dit jaar worden na de mis in de Vincentiuskerk veertien duiven losgelaten, bij de graven van de jongeren die nog altijd worden bedolven onder de bloemen, kaartjes, beeldjes en kaarsjes.
Jack Groot zit op oudejaarsavond in verenigingsgebouw De Jozef, om de hoek van de plek waar hij vijf jaar geleden bijna het leven liet. De laatste longtest die hij onderging was prima. Artsen hebben met een camera zijn luchtpijp geïnspecteerd: de verwondingen bleken hersteld, althans voor dit moment.
Op het Don Bosco College zitten nog veertig leerlingen die indirect bij de brand betrokken zijn, broers en zussen van slachtoffers. 'We zullen nog een aantal jaren alert moeten blijven', zegt rector Dekkers. Afgelopen zomer, toen de laatste direct getroffenen van de brand de school verlieten, heeft hij het stiltecentrum gesloten. De schriften die er lagen werden de eerste jaren volgeschreven maar de laatste tijd nauwelijks nog beroerd. Een aantal heeft hij er aan de ouders van de overleden jongeren gegeven. De rest kan wellicht ooit in De Hemel worden neergelegd.
Als de zon nu 's middags in de aula schijnt, straalt gekleurd licht over de hoofden van de scholieren. Het kunstwerk op de ramen verbeeldt een oneindige sterrenhemel, symbool van de hoop in de toekomst. 's Avonds is het glas verlicht zodat iedereen die Volendam in- of uitrijdt en de school aan de rand van het dorp passeert die boodschap meekrijgt. In de mediatheek van de school zijn alle krantenknipsels over de ramp bewaard voor de komende generaties scholieren. Dekkers: 'De brand blijft onderdeel van het dorp. We kunnen nooit zeggen: het is over.'