Bouwprojecten ten onrechte gestopt door Fijnstof?
Bouwprojecten ten onrechte gestopt door Fijnstof?
Veel nieuwbouwprojecten in Nederland staan op losse schroeven. De fijnstofnormeringen zijn streng en als metingen uitwijzen dat de luchtkwaliteit in een bepaald gebied te slecht is, kan de rechter besluiten de hele bouw daar stil te leggen. “Onterecht”, vindt professor Priemus. “De normeringen kloppen niet en de regelgeving ook niet.” Kort gezegd: de hele fijnstofregelgeving is een rommeltje. Er zijn te weinig huizen in Nederland. Daarom moet er veel bijgebouwd worden. Dat is ook precies wat minister Dekker van VROM van plan is: het bouwen van 445.000 huizen in de komende vijf jaar. De kans dat ze dat aantal gaat halen en daarmee de woningmarkt een broodnodige impuls geeft, is discutabel. Oorzaak: de luchtkwaliteit in Nederland, ofwel: de hoge concentraties fijnstof.
Professor Hugo Priemus* maakt deel uit van de commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid, die adviezen van de Sociaal- Economische Raad (SER) voorbereidt. Daardoor ziet hij regelmatig beleidsplannen voorbijkomen, zoals de Nota Ruimte, met alle bouwplannen van minister Sybilla Dekker en de Nota Mobiliteit van de minister van Verkeer en Waterstaat, Karla Peijs. Over beide nota’s valt veel goeds te zeggen, meent Priemus. Dat ze gedwarsboomd worden door de rechter, die met grote regelmaat bepaalt dat huizenbouw of wegenaanleg niet door kan gaan vanwege hoge concentraties fijnstof, verbaasde hem dan ook. Een reden voor onderzoek. Priemus: “Ik heb mij in het fijnstof vastgebeten. Het Nederlandse beleid wordt mede bepaald door Europese regels. Ik wilde weten hoe die regels in elkaar steken, en ook waarom Nederland deze regels zo anders interpreteert dan de andere Europese landen. Ik viel van de ene verbazing in de andere.”
FIJN EN GROF
Een ding lijkt zeker: fijnstof is schadelijk. Priemus: “Medici die zich hierover gebogen hebben, beweren dat het de allerkleinste stofdeeltjes zijn, die doordringen in de longen. Daar kunnen ze irritaties veroorzaken en zo zorgen voor een verminderde longcapaciteit. Als je statistisch kijkt, kun je zeggen dat er in Nederland per jaar twee- à drieduizend mensen eerder overlijden als gevolg van de ingeademde fijnstof.”
Maar niet al het fijnstof is even schadelijk. “De Europese normen gaan uit van een bepaalde grootte van de stofdeeltjes”, zegt Priemus. “Dat is 10PM, dat wil zeggen 10 micron per kubieke meter. Onderzoek heeft uitgewezen dat stofdeeltjes van die grootte niet de grote boosdoeners zijn! De veel kleinere stofjes, 2,5PM en kleiner, dát zijn de gemene stofdeeltjes! De Amerikanen hebben er zelfs twee aparte woorden voor: fine PM en coarse PM (fijn en grof stof).”
SOORTEN
Er zijn dus grote en kleine stukjes fijnstof, waarvan volgens Priemus vooral de écht kleine stukjes schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Als dat zo is, zouden de overheden hun normeringen aanzienlijk moeten aanpassen. Maar er is meer. Want, zo stelt Priemus, het hangt niet alleen van de grootte van de stofdeeltjes af, maar ook van de sóórt stof: “Er is een grote variëteit aan fijnstof. Juist in Nederland is er heel veel natuurlijk fijnstof dat vanaf de zee komt aangewaaid: zand- en zoutdeeltjes. Bovendien is er vrij veel bodemstof. Ongeveer 55% van al het fijnstof in Nederland bestaat uit deze natuurlijke stoffen. En de geleerden zijn het erover eens: dat fijnstof is helemaal niet schadelijk! Het schadelijke fijnstof wordt door de mensen voortgebracht en niet door de zee. Dus over meer dan de helft van het fijnstof hoeven we ons geen zorgen te maken. Van de overige 45% komt 30% aangewaaid vanuit industriegebieden in België en Duitsland. Dus als je daar wat aan wilt doen, moet je in díe landen zijn en niet in Nederland. Er blijft uiteindelijk dus verrekt weinig fijnstof over dat echt een Nederlands probleem vormt. Hiervan wordt ongeveer 6% veroorzaakt door verkeer, en de rest door industrie, landbouw en een klein beetje door open haarden en dat soort zaken. Dus ik zou zeggen: als je normen opstelt rondom fijnstof, moet je je richten op 2,5PM en kleiner, en binnen deze categorie ook nog onderscheid maken tussen goedaardige en kwaadaardige fijnstof. De regels zijn nu dus volkomen misplaatst en vermoedelijk onnodig streng, want alles wordt op één hoop gegooid.”
CURIEUZE REGELGEVING
Europese lidstaten hebben de vrijheid om Europese regels binnen bepaalde kaders zelf in te vullen. Dat geldt dus ook voor de regelgeving rondom fijnstof. In diverse publicaties is Nederland inmiddels afgeschilderd als het braafste jongetje van de klas, omdat wij als enige land een erg strenge interpretatie aan deze regels hebben gegeven. In Nederland is namelijk – en dat gebeurt nergens anders in Europa op een zo nadrukkelijke wijze – een koppeling aangebracht tussen fijnstofconcentraties en het bouwen van huizen en wegen. Kortweg: als de lucht te vies is, mag er niet gebouwd worden. Priemus: “In bepaalde delen van Nederland – vooral in het midden en het zuiden – is geen plek te vinden waar aan de normen voldaan wordt. Blijkbaar leeft de gedachte dat het bouwen van huizen – of de aanwezigheid van huizen – vervuilend werkt. Maar je kunt de luchtvervuiling alleen aanpakken als je iets aan de echte oorzaak doet: bronbeleid dus. En dat heeft met bouwen allemaal niets te maken. Het bouwen van huizen werkt niet vervuilend. Je kunt wel zeggen: er staan huizen, dus er rijden auto’s heen en weer, maar die auto’s rijden tóch wel. Door het bouwen te beperken, doe je niets tegen het fijnstof. Ik zou willen pleiten voor bronbeleid: pak het probleem bij de bron aan. Dus begin bij de auto’s, industrie en landbouw én de vervuiling vanuit België en Duitsland. En laat die koppeling tussen luchtvervuiling en bouwen los.”
NAAR BRUSSEL
Priemus pleit voor daadkrachtige actie vanuit de Nederlandse regering. “Ten eerste zouden we richting Brussel moeten gaan, om daar te proberen de fijnstofregelgeving veranderd te krijgen. Dat is echt nodig, want het gaat nu helemaal mis. In Brussel weten ze inmiddels ook van het feit dat 2,5PM schadelijk is, en nu willen ze in verband daarmee nog een extra normering stellen. Bovenop de al bestaande 10PM! Daarmee maken ze het nog erger. De regelgeving zou zich uitsluitend moeten richten op het schadelijke fijnstof van 2,5PM en kleiner. Daarnaast zou Nederland binnen de grenzen van de Europese regelgeving versoepeling moeten aanbrengen in de eigen regels, waarbij het belangrijkste is dat de koppeling tussen de luchtkwaliteit en bouw- en ontwikkelingsplannen losgelaten wordt. Dan ontstaat er weer een werkbare situatie.”
* Prof. dr. ir. Hugo Priemus is wetenschappelijk directeur van het Habiforum Programma Vernieuwend Ruimtegebruik, en hoogleraar aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management aan de Technische Universiteit Delft.