Naar de inhoud

Informatieve stuk voor de gemeenteraad 2 februari inzake Zuidpolder-Oost

Bron: Gemeente

Informatieve stuk voor de gemeenteraad 2 februari inzake Zuidpolder-Oost
Hierbij doe ik u toekomen het document dat wethouder W.J.J. Mooijer heeft opgesteld in verband met de extra bijeenkomst van de gemeenteraad op donderdag 2 februari a.s. om 19.30 uur in het gebouw van het Hoogheemraadschap aan de Schepenmakersdijk 16 te Edam.

Inleiding

Op 27 januari 2005 heeft de Gemeenteraad het bestemmingsplan Zuidpolder-Oost vastgesteld. Op 23 augustus 2005 volgde de goedkeuring van GS van de Provincie Noord-Holland.

Op 22 december 2005 heeft de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Voorzitter), het goedkeuringsbesluit voorlopig geschorst. Dit laatste betekent dat de gemeente, in ieder geval voorlopig, niet kan overgaan tot het bouwrijp maken van het plangebied als eerste fase in de realisering van de woningen in de Dijkwijk en van het Woon-Zorg-Complex.

De uitspraak van de Voorzitter is gemotiveerd met een drietal gronden:


  1. Ontsluiting van het plangebied
    De Voorzitter is in de schorsingsprocedure niet overtuigd door de standpunten van één van beide partijen en vindt voor een zorgvuldige beoordeling nader onderzoek noodzakelijk. De schorsingsprocedure leent zich hier niet voor, zodat dit nader onderzoek in de bodemprocedure aan de orde zal moeten komen.

  2. Luchtkwaliteit
    De Voorzitter stelt hier dat het onzeker is of is voldaan aan de eisen van het Blk 2005.

  3. Vogel- en Habitatrichtlijn
    Ook hier stelt de Voorzitter dat in de bodemprocedure de vraag beantwoord moet worden of het plan significante gevolgen kan hebben voor de in de Speciale Beschermingszone (SBZ) het Markermeer, voorkomende vogelsoorten.
Nadere bespreking schorsingsgronden

Ad. 1: Verkeersontsluiting
Aangezien de Voorzitter niet meteen overtuigd was door de argumenten van één van beide partijen, ligt het hier voor de hand dit punt in het formele verweer bij de bodemprocedure, nader te onderbouwen. Dat kan.

Wij hebben getracht duidelijk te maken, dat de wijk zelf voldoende ontsloten wordt door een hoofdontsluiting, t.w. langs het zwembad De Waterdam en twee secundaire ontsluitingen, via de dijk danwel het volkstuinencomplex en langs het WoZoCo via de Keetzijde. Het bestemmingsplan laat daarover geen onduidelijkheid bestaan. Vervolgens kan gekozen worden voor gemeentelijke ontsluitingen, via de Singelweg in Edam of de Julianaweg in Volendam.
Wat wij moeten onderbouwen is, dat de capaciteit van al deze ontsluitingen voldoende is in het licht van het feit dat de nieuwe wijk voor het overgrote deel bevolkt zal worden door mensen die nu al ergens anders in de gemeente wonen. De toename van het aantal verkeersbewegingen zal dus relatief beperkt zijn.

Dit punt wordt meegenomen in het verweer tijdens de bodemprocedure.

Daarnaast is inmiddels opdracht gegeven aan het bureau Goudappel Coffeng BV om een uitgebreid onderzoek te doen naar de verkeerssituatie binnen de gehele gemeente, met Dijkwijk en zonder Dijkwijk en met een derde gemeentelijke ontsluiting en zonder derde ontsluiting. Het onderzoek zal zowel verkeer als milieu (fijnstof) omvatten. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat de resultaten van dit onderzoek meegenomen mogen worden in de lopende bodemprocedure, zullen ze door ons in ieder geval worden ingediend.

Ad 2: Luchtkwaliteit
Dit is een lastig punt. Het is reëel te veronderstellen dat de beschikbare en meegestuurde onderzoeken op dit punt ontoereikend zijn. Desalniettemin zullen we proberen de zaak op die basis verder te onderbouwen. Nieuw onderzoek wordt geïnitieerd en uitgevoerd, in combinatie met het verkeersvraagstuk, door Goudappel Coffeng. Ook hier geldt dat het maar de vraag is of de aanvullende onderzoeken nog in de lopende procedure mogen worden meegewogen. Wij zullen ze daartoe wel aanbieden.

Het feit dat dit een landelijk probleem is en dat het Besluit luchtkwaliteit (BLK) 2005 net vóór het goedkeuringsbesluit van de provincie is ingevoerd (op 5 augustus 2005, het goedkeuringsbesluit was van 23 augustus), doet hier voor ons belang en voor onze zaak niets aan af. We zitten ermee en zullen dus aan deze regels moeten voldoen. Bij nader inzien had de provincie het plan hierop al moeten toetsen, omdat het Blk met terugwerkende kracht vanaf mei 2005 is ingevoerd. Dat is echter niet gebeurd en dus moeten we het nu oplossen.

Ad 3: Vogel- en habitatrichtlijn.
Voor dit punt geldt dat er feitelijk meer onderzocht is dan de Voorzitter in zijn uitspraak heeft meegenomen. In het externe onderzoek naar deze zaak is door het desbetreffende bureau wel degelijk aandacht besteed aan de externe werking van de SBZ het Markermeer. Op basis van dit onderzoek is vervolgens geconcludeerd, dat er geen significante schadelijke gevolgen zijn voor de vogels in dit gebied. We zullen dit punt in de bodemprocedure nog eens duidelijk onder de aandacht brengen en beter verwoorden. Of dat voldoende is weten we niet en daarom zal ook hier aanvullend wetenschappelijk onderzoek worden verricht teneinde uiteindelijk beter beslagen ten ijs te komen.

Vervolg formele procedure

Voor de formele vervolgprocedure is het zo dat de provincie voor eind januari, formeel schriftelijk verweer moet indienen, waarbij op hoofdlijnen op de verschillende punten wordt ingegaan. Ook de gemeente is uitgenodigd te reageren op de bezwaren en heeft dat gedaan, middels een nadere uiteenzetting.
De gemeentelijke reactie ontvangt u separaat.

De verwachting is nu dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (Stab) zal inschakelen om ten behoeve van de behandeling in de bodemprocedure alle gegevens te verzamelen, met partijen te praten en de Afdeling uiteindelijk te adviseren. Vanwege het voor ons grote belang van de zaak zullen wij vanuit de gemeente schriftelijk aandringen op een spoedige behandeling ervan. Of dit enig effect heeft is van tevoren bijna niet in te schatten, maar we zullen het in ieder geval proberen.

Aangezien in het bestemmingsplan Zuidpolder-oost gronden zijn aangewezen “waarvan de verwerkelijking van het plan in de naaste toekomst nodig wordt geacht”, krijgt het bestemmingsplan op grond van artikel 54 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in principe voorrang qua behandeling. Op grond van artikel 54, lid 3 van genoemde wet beslist de Afdeling bestuursrechtspraak binnen 12 maanden na afloop van de beroepstermijn, d.i. voor 21 oktober 2006.

Vervolgens zal de zaak op een zitting inhoudelijk behandeld worden en zal de Afdeling Bestuursrechtspraak een uitspraak doen. De inschatting is dat deze uitspraak in de tweede helft van dit jaar zal plaatsvinden.

Is deze uitspraak (voor ons) positief, dan is de procedure afgelopen en kunnen we beginnen met realisatie van de plannen.

Is de uitspraak voor ons negatief, dan wordt het goedkeuringsbesluit van de provincie vernietigd. Als dit laatste gebeurt, dan hoeft (als de gronden daarvoor gelijk zijn aan die van de Voorzitter in het schorsingsbesluit) overigens slechts een deel van de procedure opnieuw te worden gevoerd. De provincie kan namelijk na vernietiging van het goedkeuringsbesluit, feitelijk onmiddellijk een nieuw goedkeuringsbesluit nemen. Formeel heeft zij hiervoor 6 maanden maar in de praktijk kan dat aanzienlijk sneller (binnen enkele maanden). Dat kan en zal zij alleen doen als er op dat moment een betere onderbouwing is dan die ten grondslag lag aan het eerder besluit. Ook hiervoor geldt dus dat wij als gemeente zo snel mogelijk nieuwe, betere en meer uitgebreide onderzoeken en motivering zullen moeten maken om deze lijn te kunnen volgen. Zoals eerder gezegd wordt daar al aan gewerkt.

Overigens zal na een nieuw goedkeuringsbesluit van de provincie wel weer hetzelfde RvS- traject moeten worden gevolgd, maar in tijd is dat te overzien.

Dit is ook het traject dat de gemeente voorstaat. Wij zullen aandringen op spoedige behandeling in de bodemprocedure en zullen daarvoor alle mogelijk aanvullende informatie en onderzoeken indienen. Het is waarschijnlijk dat de rechter nieuwe informatie van onze kant niet zal laten meewegen en dan hangt het er dus vanaf of de oude onderbouwingen sterk genoeg zullen blijken. Nogmaals: als dat wel zo is zijn we klaar en kunnen we verder. Als het niet zo is, dan krijgen we in ieder geval een uitspraak die ingaat op alle ingebrachte bezwaren. Het is redelijk te verwachten dat een aantal ongegrond zullen worden verklaard. Voor deze bezwaren betekent dat, dat ze niet meer in een nieuwe procedure bij de RvS kunnen worden ingebracht. Er is namelijk al in laatste instantie over besloten. Blijft over datgene wat wel is toegewezen zodat we ons in de nieuwe procedure alleen daarop hoeven te richten.

Mogelijke alternatieven

Op verschillende wijzen en via verschillende media zijn ideeën aangedragen om de zaak anders aan te pakken dan wel te versnellen. Ik zal er een aantal bespreken:

Intrekken goedkeuringsbesluit Provincie
Er is geopperd om de provincie nu al vast, op grond van de uitspraak in de schorsingsprocedure, hun goedkeuringsbesluit te laten intrekken om zo snel mogelijk een deel van de procedure opnieuw te kunnen voeren. Gebleken is dat dit formeel juridisch niet mogelijk is, de AWB verzet zich hiertegen.

Vragen om opheffing van de schorsing
Op zich is het mogelijk om de Voorzitter te vragen de schorsing op te heffen. Dit kan alleen als hard gemaakt kan worden dat de beoordeling in eerste instantie niet goed is geweest. Dit kan niet op basis van nieuwe onderzoeksgegevens. Deze optie is daarmee heilloos geworden.

Onderschrijven van (de gronden van) het schorsingsbesluit en vragen om een gelijkluidend definitief oordeel
Dit is een mogelijkheid waar echter ook een groot nadeel aan zit. Als we dit doen en de rechter gaat erin mee, dan betekent dit, dat we alleen weten hoe om te gaan met de genoemde schorsingsgronden. Over alle overige ingebrachte bezwaren laat de rechter zich dan niet uit. Dat betekent weer dat deze in een nieuwe procedure alsnog een rol kunnen gaan spelen die niet was voorzien. Bij de voorgestelde strategie is dit risico afgedekt.

Het plan nu al terugtrekken en opnieuw beginnen
Betwijfeld wordt of dit kan (omdat het neerkomt op intrekking, waartegen de Awb zich verzet), maar het zal geen duidelijkheid geven over hoe de rechter alle ingediende bezwaren beoordeelt en een heel nieuw traject starten levert in ieder geval meerdere jaren vertraging op. Het zou ook betekenen, dat we bij de eerste serieuze tegenwind meteen de handdoek in de ring gooien en voor iets waar we in grote meerderheid zo achter staan is dat wat mij betreft te snel.

Splitsing van het plan
Dit idee is geopperd, omdat werd gedacht dat de grootste problemen zich voordeden rondom het WoZoCo. Twee dingen daarover: splitsing van het huidige plan is ook een vorm van herziening, met de nadelen zoals ze hiervoor zijn genoemd. Daarbij: de bezwaren aangevoerd tegen de woonwijk zijn zeker zo veel en ernstig dat het voor dat onderdeel ook geen soelaas zou bieden.

Tenslotte

Ter afsluiting van dit informatieve stuk voor de gemeenteraad wil ik nog twee zaken vermelden:


  1. het hele (juridische) vervolgtraject inclusief de verschillende opties en (on)mogelijkheden zal worden getoetst bij een externe juridisch deskundige op dit gebied (Houthoff Buruma Advocaten) om te weten wat wel en niet kan, waar we rekening mee moeten houden en hoe we te werk moeten gaan voor het beste resultaat.


  2. het college heeft besloten opdracht te geven tot een extern onderzoek naar de totstandkoming van de besluitvorming tot op heden als evaluatie en om te bezien of er leermomenten zijn voor de vervolgprocedure en toekomstige projecten. Een tweede belangrijk doel van het uit te voeren onderzoek is om openheid en transparantie te bieden naar de raad en de bevolking m.b.t. alles wat tot op heden gebeurd is en wat er nog gaat en moet gebeuren in dit verband.Het pHet plan terugtrekken
Willem Mooijer
Wethouder RO

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.