Zwemjeugd verdacht van vernielingen: 'Jongens zaten niet in de cel’
Zwemjeugd verdacht van vernielingen: 'Jongens zaten niet in de cel’
In ieder geval één ouder van de dertien zwemmende jongens, die vorige week woensdagavond zijn aangehouden bij het in aanbouw zijnde Marinapark in Volendam, heeft een officiële klacht ingediend tegen het politieoptreden. Maar berichten als zouden de jongeren ‘als beesten in een stinkende cel zijn vastgezet' berusten volgens woordvoerster Marike Boersma van de politie ZaanstreekWaterland niet op feiten.
De jongens worden ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij vernielingen op de bouwplaats aan het slobbeland. „Ze zijn overgebracht naar het politiebureau in Purmerend, maar ze hebben niet in een cel gezeten'; aldus Boersma. „In afwachting van hun verhoor hebben ze de tijd doorgebracht in de grote luchtruimte van het bureau." Wél bevestigt ze dat de meeste jongens, van wie de laatste even na middernacht weer aan zijn ouders werd meegegeven, slechts in zwemkleding waren gehuld. „Maar het was die avond wel dertig graden." Verder is het volgens Boersma zo dat de ouders wel degelijk zijn ingeseind dat hun kinderen waren aangehouden'. „Zo snel mogelijk nadat ze in Purmerend waren gearriveerd."
De jongens, tussen de 13 en 16 jaar en allen afkomstig uit Volendam, waren 's avonds gaan zwemmen in het water achter de dijk tegenover ijsboerderij Honingh in Katwoude. Hun zwemtochtje bracht ze bij het Marinapark, waar momenteel een recreatiepark en een grote jachthaven worden gebouwd. Personeel van het baggerschip alarmeerde de opzichter van de bouwer die op zijn beurt om 21 uur de politie inschakelde. Boersma: „Eerder die dag zou diezelfde groep op het bouwterrein al met piketpalen hebben gegooid. Ook zouden ze een aluminiumboot tot zinken hebben gebracht. Ze mochten daar helemaal niet komen. Het is daar verboden terrein.”
Zowel Boersma als Bernard Out van Projectontwikkeling Edam-Volendam (PVE) benadrukken dat het erg risicovol is om je op het bouwterrein op te houden of om in de directe omgeving te zwemmen. Out: „Er wordt daar zand gestort in verband met de aanleg van de havendammen. Dat lijkt een leuk speelobject, maar het is levensgevaarlijk.” Boersma: „De veiligheid van de kinderen is in het geding. Het is ook in hun eigen belang dat er is opgetreden." Beiden maken bovendien melding van het feit dat er de laatste tijd wel meer vernielingen op de bouwplaats zijn aangericht. Maar volgens de politiewoordvoerster is het allerminst zeker dat het aan dezelfde groep jongeren kan worden toegeschreven.
Het wijkteam Edam-Volendam heeft tesamen met de afdeling jeugdrecherche de zaak verder in onderzoek. De jongens worden binnenkort, als het wat rustiger is, nog een keer op het bureau uitgenodigd om te worden verhoord.