Gemeente Waterland: 'Oostelijk Purmer deel hoort in nationaal landschap'
Gemeente Waterland: 'Oostelijk Purmer deel hoort in nationaal landschap'
De begrenzing van Nationaal Landschap Laag Holland ligt nog niet voor de volle honderd procent vast. De oostelijke Purmer zit er als toekomstig woningbouwgebied voor Purmerend en Edam-Volendam niet in. In de laatste raadsvergadering van de gemeente Waterland kwam Groen Links met een motie om het oostelijke deel van de droogmakerij wel binnen het nationaal landschap te laten vallen. Die motie is met algemene stemmen aangenomen. Aan burgemeester en wethouders is daarmee doopdracht gegeven om die wens kenbaar te maken bij gedeputeerde P Poelmann. En dat betekent dat de gemeente Waterland nu iets heel anders wil dan Edam-Volendam en Purmerend.
Begrenzing
De begrenzing van Nationaal Landschap Laag Holland is nog een voorlopige. Het omvat Beemster, Zeevang, Waterland; Landsmeer, het landelijk gebied van Amsterdam-Noord, Oostzaan, Schermer, Graft-De Rijp, Castricum en delen van Uitgeest en Zaanstad. Purmerend en Edam Volendam zijn als groeikernen nadrukkelijk uit het nationaal landschap gehouden. En dat geldt dus ook voor het oostelijk deel van De Purmer. Het westelijke deel van de droogmakerij is al grotendeels bebouwd: twee wijken, De Purmer-Noord en -Zuid en twee bedrijventerreinen: De BaansteeWest en -Oost. De rest is of golfbaan of bos. Purmerend claimt het noordwestelijke stuk voor de aanleg van bedrijventerrein De Baanstee-Noord.
Provinciale Staten moeten nog een besluit nemen over de definitieve begrenzing van Laag Holland. Dat gebeurt 18 december als onderdeel van een streekplanherziening. Het gebied omvat 51.400 hectare en telt zo'n 110.000 duizend inwoners. Daarnaast maken ruim één miljoen inwoners uit omliggende stedelijke gebieden gebruik van het open cultuurlandschap en de recreatieve voorzieningen.
Natuurgebied
Daarmee is Laag Holland een belangrijk natuur- en recreatiegebied voor de inwoners van het noordelijk deel van de Noordvleugel. Dat staat in het in het uitvoeringsprogramma Nationaal Landschap Laag Holland 2007-2013 van de provincie. In dat programma is er voor gekozen om te investeren op plekken met de meeste urgentie. Dat zijn de veenweidegebieden. In de veenweidegebieden zijn de agrariërs in samenwerking met de natuurbeheerders de belangrijkste beheerders. Vanwege de weinig rendabele omstandigheden in deze gebieden neemt het aantal agrariërs sterk af. Zonder agrariërs verruigen deze gebieden en verdwijnen de kernkwaliteiten, zoals onder meer (het behoud van) het open landschap. In droogmakerijen als De Purmer zijn de omstandigheden aanzienlijk gunstiger.
Veenweide
Om de unieke veenweidegebieden open te houden en daardoor geschikt te houden voor weidevogels is het van groot belang dat er maatregelen en projecten worden uitgevoerd die de agrariërs en natuurbeheerders bij dit beheer ondersteunen. Bijvoorbeeld de begeleiding van agrariërs bij bedrijfsaanpassingen, zodat er op voldoende bedrijven blijven voor het beheer. De provincie heeft voor de periode 2007 tot en met 2013 een aantal 'operationele doelen' vastgesteld. Een van die doelen is het mede financieren van tien integrale gebiedsplannen. In gebiedsplannen worden afspraken gemaakt tussen natuurbeheerders en agrariërs over duurzaam beheer van het veenweidegebied. En worden maatregelen uit het gebiedsplan uitgevoerd.
Daarnaast wordt op 10.000 vierkante meter veenweidegebied de omstandigheden verbeterd door het verwijderen van bosjes en opslag en op 350 hectare veenweiden de ecologische condities hersteld voor weidevogels door het verwijderen van pitrus, bekalken. en aanwenden van ruige mest. Een ander voornemen is het organiseren van veertien bijeenkomsten om de deskundigheid van agrariërs over weidevogelbeheer te vergroten.
Belangrijk aandachtspunt daarbij is een optimale samenstelling en aanwending van ruige mest die wordt geproduceerd in potstallen. Het behoud van de veenweidegebieden is de hoofddoelstelling. Zo wordt onderzocht waar maatregelen nodig en wat dat betekent voor het beheer door agrariërs en natuurbeheerders. Daarop sluit aan het ontwikkelen van een vergoedingensysteem dat beheerders van de veenweiden stimuleert om het veenpakket te behouden. Doelstelling drie is het behoud en de ontwikkeling van ecologisch belangrijke gebieden, met name die onder de Habitatrichtlijnvallen: Nummer vier: het behoud van het cultuurhistorische karakter van Laag Holland.
En zo gaat het nog even door: tien gemeenten krijgen een stimuleringsbijdrage voor het opstellen van beeldkwaliteitsplannen. In er wordt jaarlijks een prestatieovereenkomst gesloten met de Agrarische Natuurvereniging Waterland met het doel het aantal boekingen van agrotoeristische arrangementen aanzienlijk toe te laten nemen.
Dorpslinten
Verderop in de nota staat dat binnen het veengebied de fraaiste dorpslinten van Noord-Holland voorkomen. Durgerdam, Kansdorp, Holysloot, Zuiderwoude, Broek in Waterland, Edam, Monnickendam, Marken, De Rijp, Zaandijk, Westzaan en Haaldersbroek zijn rijksbeschermde dorpskernen. Watergang is een nog aan te wijzen beschermd dorpsgezicht.
Verder wil de provincie de geometrische structuur van de Beemster, de Schermer, de Wijde- en Enge Wormer, Starnmeer en Kamerhop, de Monnikenmeer, de Noordmeer en de Broekermeer versterken.