Verslaving 'hoort erbij', of toch niet?
Verslaving 'hoort erbij', of toch niet?
Na de opening van MeerZorg, een verpleegkliniek van het Leger des Heils voor zwaarverslaafde dak- en thuislozen, vond gisteren een levendig debat plaats over de verslavingszorg. Lt.-kolonel mw. C.A. Voorham van het Leger kreeg met haar stelling 'Heb de verslaafde lief en verfoei iedere vorm van verslaving' echter niet alle handen op elkaar.
De „domheid van onze tijd neemt toe" kritiseerde gistermiddag lt.-kolonel mw. dr. C.A. Voorham „de stilzwijgende acceptatie" in de maatschappij van de verslaafdenproblematiek. Velen letten volgens haar slechts op „het genot van het moment", zonder zich daarbij te bekommeren om de schadelijke gevolgen op de langere termijn. De directeur van stichting Leger des Heils, afdeling welzijns- en gezondheidszorg, sprak gedeeltelijk voor eigen parochie, op het terrein van ontwenningscentrum De Wending in Ugchelen. Daar beijvert het Leger zich al 25 jaar om drank- en drugsverslaafden weer op de rails te krijgen, oftewel een zinvol leven terug te geven. Hoogtepunt was gisteren de opening van een nieuwe verpleegkliniek. De vijf miljoen aan bouwkosten is betaald door de overheid.
Zestien verslaafden kunnen er verpleegd worden, zieken die in de reguliere ziekenhuizen als „storend" worden ervaren, weet De Wending uit eigen onderzoek. Na de acute zorg aan hen verleend, worden verslaafden vaak zo snel mogelijk weer de straat opgestuurd, met alle gevolgen van dien: terugval in hun verslaving, met niet zelden een dodelijke afloop. De stelling van dr. Voorham, 'Heb de verslaafde lief en verfoei iedere vorm van verslaving', geponeerd in een grote circustent op het terrein, had er in moeten gaan als koek. Maar een genodigde in de zaal, werkzaam in de verslavingszorg, liet weten dat verslaving er nu eenmaal „bij hoort". Een andere deskundige onder het publiek bekende ook zelf niet vrijuit te gaan: „Ik ben verslaafd geweest aan m'n werk en aan koffie."
Zit verslaving dus eigenlijk in ieder mens? vroeg discussieleider Leo Fijen, ook bekend als KRO-presentator. Ofwel, is de stelling wel realistisch? Voorham gaf toe dat het geobsedeerd raken door iets, in ieder mens wel zit. „Maar het leven zoals een verslaafde dat leidt, is niet zoals God dat bedoeld heeft", had ze in haar bijdrage gezegd. Verder stelde ze een groot geloof te hebben in de levensveranderende kracht van Gods liefde. Daarom komt 'hopeloos geval' niet voor in het woordenboek van haar verslaafden-werkers, zei ze. „We hebben prachtige dingen gezien."
Maar Wil Vos, betrokken bij het verslaafdenwerk van de Paulus-kerk in Rotterdam, reageerde dat verslaving nooit over gaat. „Verslaafde blijf je levenslang. Dat wordt wetenschappelijk bevestigd." Fijen: „Maar waarom verslaving dan toch niet verfoeien?"
Vos : „We kunnen iemand alleen aanspreken op verkeerd gedrag, als gevolg van verslaving." Bijvoorbeeld diefstal. In de zaal deed iemand er nog een schepje bovenop: „Ik ken verslaafden voor wie het levens-waardiger is dat ze zo blijven, dan dat ze zouden stoppen." Gary Kok van de werkgroep Moedige Moeders uit Volendam vond dat te gemakkelijk gezegd. Als moeder van een aan coke verslaafde 26-jarige jongen noemde ze het een verschrikking wat verslaving aanricht.
Joggen
Eerder in het debat, lag ze ook in de clinch met oud-minister Donner van Justitie. Donner legde de rol uit van de overheid op het punt van de verslavingszorg. Die is niet groot, viel uit zijn woorden op te maken. „We kunnen niet iedere verslaving verbieden." Op z'n hoogst kan er wat gedaan worden aan preventie, zoals het verbieden van bepaalde (tabaks)reclame. Opsluiten in een cel werkt niet, poneerde hij verder. „Regelmatig joggen is beter." Van hieruit kwam hij met de stelling 'Straf kan helpen bij de aanpak van verslaving'. „Je moet het in de eerste plaats zelf willen om ervan af te komen", kritiseerde iemand de stelling.
Maar „een klein beetje dwang" helpt wel terdege, benadrukte mevrouw Kok uit Volendam. „Na drie maanden dwangbehandeling van mijn zoon was hij clean en begon toen pas zelf gemotiveerd te raken." Ze moest niets hebben van de legale mogelijkheid dat op medicatie gedoseerd drugs worden verstrekt. Alle coffeeshops, plaatsen waar gecontroleerd mag worden geëxperimenteerd met drugs, moeten sluiten, riep ze op. Want zeer jonge mensen, „kinderen soms", komen daar op het drugspad terecht. Donner liet weten dat niet van de ene op de andere dag de coffeeshops de wereld uit kunnen. „Een halfslachtig beleid", kritiseerde Gary Kok. „Het duurt allemaal te lang."