Jan Brak: Van voetbaldier tot handbalfan
Bron: NHD
Jan Brak: Van voetbaldier tot handbalfan
Bij elke sportvereniging lopen ze rond: supervrijwilligers die vaker 'op de club' zijn dan in hun eigen huis. Onmisbare krachten. Clubkanjers. Deze week Jan 'Brak' Kwakman, manusje van alles bij handbalvereniging Kras/Volendam. Twee keer per week verzorgt Jan 'Brak' Kwakman de maaltijden voor de handballers van Kras/Volendam. Het is slechts een van zijn vele bezigheden voor de club.
,,Een jaar of vier geleden vroeg Klaas Veerman me of ik hem daarmee wilde helpen'', legt Jan uit. ,,Klaas heeft daarna door ziekte moeten afhaken en nu doe ik het alleen.'' Donderdagmiddag om kwart voor drie stapt hij sporthal De Seinpaal binnen met een blikje Franse uiensoep in de hand. Die hebben ze niet bij de Deen, waar hij de boodschappen doet. ,,Heeft mijn vrouw meegenomen voor Sven Hemmes. Die vindt dit lekker.'' Om drie uur begint de training en Jan controleert de vloer, of die nog geveegd moet worden. Dat hoeft deze keer niet. Vervolgens telt hij de koppen. ,,Het zijn er niet zoveel deze keer. Rob Duin (de fysiotherapeut van de club) heeft in overleg met dokter Johan Molenaar besloten dat de spelers van het eerste team voorlopig de middagtrainingen moeten laten schieten in verband met de vele blessures binnen de groep.''
Zeven man zijn er slechts, waaronder de fitte Duitser Felix Janssen en Herman Tol, die terugkomt van een blessure. ,,We hebben niet veel nodig'', stelt Jan Kwakman. ,,Wat wil je Peter?'', vraagt hij aan trainer Portengen. ,,Snert of kippensoep?'' Het wordt kippensoep. ,,Een gouwe voor de club'', laat Peter Portengen weten. ,,Vorige keer had hij voor mij een portie kibbeling meegenomen.''
Vervolgens worden de boodschappen gehaald. Brood, melk, vruchtensap en twee potjes worst bij de Deen. Bij slagerij Runderkamp de kippensoep en wat worst voor op brood. ,,Normaal gesproken hebben we achttien man aan tafel, maar dat is nu wat minder. Met een volle bak is het leuk en dankbaar werk. Ik heb er niet om gevraagd, je rolt er vanzelf in.''
Terwijl de handballers bezig zijn worden de boodschappen naar de keuken gebracht. ,,Ik heb nog een bruin brood in de vriezer, die moet er uit om te ontdooien.'' De tafels worden gedekt. ,,Peter zit altijd aan het hoofd en hij wil graag een speciale lepel. Die andere vindt hij te scherp.'' Als het werk gedaan is heeft hij even rust. ,,Meestal geeft Peter een seintje en dan gaan de pannen met soep en de worstjes op het vuur.''
Zelf was Jan Kwakman een voetbaldier en stond hij als keeper negen seizoenen lang onder contract bij de plaatselijke voetbaltrots. ,,Daarnaast ging ik op judo om mijn valtechniek te verbeteren en op tafeltennis voor de reflexen. Na mijn voetballoopbaan ben ik drie jaar keeperstrainer geweest bij EVC en drie jaar bij de amateurs van Volendam.''
Hij ging een eigen huis bouwen en daardoor werd het trainen op een laag pitje gezet. ,,Mijn vrouw trainde op vrijdagavond bij de handbal en ik heb toen gevraagd of ik mee kon trainen, dan deed ik toch nog wat. Na een jaar vroegen ze of ik trainer wilde worden. Dat ik geen bal verstand van het spelletje had, maakte ze niet uit. Ik trainde alle teams mannen, vrouwen en jeugd. Ik heb daar ook mijn diploma voor gehaald. De club ging omhoog en op een gegeven moment stonden we tegenover teams met trainers, die een echt handbalverleden hadden. Tactisch ging dat boven mijn pet en toen hebben ze Hennie Quint gehaald, die is in 1979 met Volendam kampioen van Nederland op het veld geworden. Ik trainde nog wel de vrouwen en later alleen nog de dames 3, want die wilden niet meer met het eerste trainen.''
Het vuur onder de soep en worst staat op een laag pitje. ,,Zijn ze nog bezig'', wil Jan weten als na een tijdje de damp boven de pannen hangt. ,,We zetten de pannen even op tafel.''
Herman Tol is de eerste die boven komt. ,,Zeg, Brak, wat is dat gadverdamme'', wil hij weten wijzend naar de uiensoep van Sven. Zijn gezicht klaart op wanneer Jan met de kippensoep binnenkomt.
Als de spelers klaar zijn brengen ze zelf hun bord naar de keuken. ,,Dat doen ze in opdracht van Peter, nadat ik mijn schouder had gebroken. Daarvoor deed ik dat zelf, maar dat hoeft nu niet meer.''
,,Een jaar of vier geleden vroeg Klaas Veerman me of ik hem daarmee wilde helpen'', legt Jan uit. ,,Klaas heeft daarna door ziekte moeten afhaken en nu doe ik het alleen.'' Donderdagmiddag om kwart voor drie stapt hij sporthal De Seinpaal binnen met een blikje Franse uiensoep in de hand. Die hebben ze niet bij de Deen, waar hij de boodschappen doet. ,,Heeft mijn vrouw meegenomen voor Sven Hemmes. Die vindt dit lekker.'' Om drie uur begint de training en Jan controleert de vloer, of die nog geveegd moet worden. Dat hoeft deze keer niet. Vervolgens telt hij de koppen. ,,Het zijn er niet zoveel deze keer. Rob Duin (de fysiotherapeut van de club) heeft in overleg met dokter Johan Molenaar besloten dat de spelers van het eerste team voorlopig de middagtrainingen moeten laten schieten in verband met de vele blessures binnen de groep.''
Zeven man zijn er slechts, waaronder de fitte Duitser Felix Janssen en Herman Tol, die terugkomt van een blessure. ,,We hebben niet veel nodig'', stelt Jan Kwakman. ,,Wat wil je Peter?'', vraagt hij aan trainer Portengen. ,,Snert of kippensoep?'' Het wordt kippensoep. ,,Een gouwe voor de club'', laat Peter Portengen weten. ,,Vorige keer had hij voor mij een portie kibbeling meegenomen.''
Vervolgens worden de boodschappen gehaald. Brood, melk, vruchtensap en twee potjes worst bij de Deen. Bij slagerij Runderkamp de kippensoep en wat worst voor op brood. ,,Normaal gesproken hebben we achttien man aan tafel, maar dat is nu wat minder. Met een volle bak is het leuk en dankbaar werk. Ik heb er niet om gevraagd, je rolt er vanzelf in.''
Terwijl de handballers bezig zijn worden de boodschappen naar de keuken gebracht. ,,Ik heb nog een bruin brood in de vriezer, die moet er uit om te ontdooien.'' De tafels worden gedekt. ,,Peter zit altijd aan het hoofd en hij wil graag een speciale lepel. Die andere vindt hij te scherp.'' Als het werk gedaan is heeft hij even rust. ,,Meestal geeft Peter een seintje en dan gaan de pannen met soep en de worstjes op het vuur.''
Zelf was Jan Kwakman een voetbaldier en stond hij als keeper negen seizoenen lang onder contract bij de plaatselijke voetbaltrots. ,,Daarnaast ging ik op judo om mijn valtechniek te verbeteren en op tafeltennis voor de reflexen. Na mijn voetballoopbaan ben ik drie jaar keeperstrainer geweest bij EVC en drie jaar bij de amateurs van Volendam.''
Hij ging een eigen huis bouwen en daardoor werd het trainen op een laag pitje gezet. ,,Mijn vrouw trainde op vrijdagavond bij de handbal en ik heb toen gevraagd of ik mee kon trainen, dan deed ik toch nog wat. Na een jaar vroegen ze of ik trainer wilde worden. Dat ik geen bal verstand van het spelletje had, maakte ze niet uit. Ik trainde alle teams mannen, vrouwen en jeugd. Ik heb daar ook mijn diploma voor gehaald. De club ging omhoog en op een gegeven moment stonden we tegenover teams met trainers, die een echt handbalverleden hadden. Tactisch ging dat boven mijn pet en toen hebben ze Hennie Quint gehaald, die is in 1979 met Volendam kampioen van Nederland op het veld geworden. Ik trainde nog wel de vrouwen en later alleen nog de dames 3, want die wilden niet meer met het eerste trainen.''
Het vuur onder de soep en worst staat op een laag pitje. ,,Zijn ze nog bezig'', wil Jan weten als na een tijdje de damp boven de pannen hangt. ,,We zetten de pannen even op tafel.''
Herman Tol is de eerste die boven komt. ,,Zeg, Brak, wat is dat gadverdamme'', wil hij weten wijzend naar de uiensoep van Sven. Zijn gezicht klaart op wanneer Jan met de kippensoep binnenkomt.
Als de spelers klaar zijn brengen ze zelf hun bord naar de keuken. ,,Dat doen ze in opdracht van Peter, nadat ik mijn schouder had gebroken. Daarvoor deed ik dat zelf, maar dat hoeft nu niet meer.''