Nieuws uit het Museumjaarboek 2007: De schat van Jaap van Ginneken (deel I)
Nieuws uit het Museumjaarboek 2007: De schat van Jaap van Ginneken (deel I)
Ter inleiding
U heeft eerder al kunnen lezen dat het bestuur van het Volendams Museum verheugd is dat aan de speciale editie van het Museumjaarboek is meegewerkt door de Volendammer boeken- schrijvers Piet Koning en Jan Kes. Zo heeft Jan Kes ons met zijn bijdrage in het Museumjaar- boek weer eens getrakteerd op een vrachtlading aan geheel onbekende geschiedkundige feiten over de geschiedenis van de eendenhouderij. Maar we beginnen vandaag met de publicatie van het zeer interessante artikel van Piet Koning over het Volendams dialect. Uit het artikel van Piet over het dialect-onderzoek blijkt dat het Volendams een van de best onderzochte en beschreven dialecten is. De uitgebreide verzameling gegevens en de fonetische schrijfwijze vormen dan ook een goede basis voor toekomstig onderzoek. Overigens mocht u aanvullende feiten kunnen aandragen met betrekking tot de schat van de Lutine houden wij ons vanzelfsprekend aanbevolen. Wilt u het Museumjaarboek aanschaffen voor € 5 kunt u contact opnemen met onze administrateur, tel. 320325 of met de Museumbalie. Vergeet ook niet de jubileumtentoonstelling “Volendam in Wintertijd” met uw bezoek te vereren.
1. Geld, goud en zilver
Bij het woord ‘schatten’ denken en dromen wij die ook de materie liefhebben, toch in de eerste plaats aan geld, goud en zilver: sprookjes over kabouters die er mensen mee belonen, verhalen over zeerovers die er op een ‘Schateiland’ op woeste wijze met elkaar om vechten. De bewoners van ons dorp hebben zeker driemaal met zo’n schat te maken gehad. Van twee vondsten weet ik nog te weinig om er over te berichten, van één, de machtige goud- en zilvervondst in de 19de eeuw door schipper Sinte Pieter Salomons, later Snoek, en zijn knecht neef Pieter Keuken op de Terschellinger Gronden, heb ik u het verhaal (met de bronnen) in het boek ‘Schipper op, schipper af’ mogen vertellen.
Een onvoorstelbaar kapitaal ging verloren en 200 mensenlevens bij de Lutine-schipbreuk
In 1799 liep het schip de Lutine in een vliegende storm op een zandbank. Er kwamen 200 passagiers en bemanningsleden om en er verdween een voor die tijd onvoorstelbaar kapitaal aan gouden en zilveren munten van 7,5 miljoen euro in de golven. De doden werden begraven in een massagraf in een duinvallei bij de vuurtoren Brandaris: een plek die sindsdien ‘Dodemanskiste’ wordt genoemd. En het geld? Officieel is daarvan nooit meer dan een miljoen gevonden. De rest, zo luidt de romantische slotzin, ligt voor eeuwig in de bodem der zee. De werkelijkheid was dat de Schellinger schipper Kees Doeksen, beter bekend als Blanke Nelis, nog op zee was, toen het Engelse schip de Lutine verging. Hij zag het gebeuren en wist daarom precies waar het wrak lag. Hij werd goudvisser en haalde zo veel naar boven dat hij een goud- en zilverwinkel kon beginnen in Leeuwarden. Van de Volendammer vissers die ook vanuit West-Terschelling boven de eilanden visten, heeft ook Pieter Salomons ontdekt waar hij moest wezen en hoe hij een en ander boven water kon krijgen: met een met lood verzwaard balkje, dat van weerhaken en een netje was voorzien.
Ook deze schipper en zijn knecht hielden het voor gezien op zee, toen de buit binnen was. Pieter Keuken kocht landerijen en huizen en begon een tagrijn annex bank van lening voor wie een botter wilde kopen. Piet Salomons ging stilleven en werd een gulle beschermheer van het weeshuis in Edam waar hij was opgevoed. Wat hij niet direct nodig had, begroef hij op het erf achter zijn huis (achter nu café Centraal). Na zijn dood, toen zijn huisje werd afgebroken, vonden de slopers Buissie en Jaap van Wouter de vergeten goudpot, die - na het samen delen - ook hun leven ingrijpend -veranderde. Ook zij gingen in zaken en openden ieder een Tagrijn.
Wie weet nog meer details over de Lutine?
Ik ben ervan overtuigd dat er nog steeds kennis in het dorp aanwezig is over details van deze reality-story, die wij nog niet kennen. Dat blijkt bij voorbeeld uit wat er zich afspeelde, toen Paul de Boer, de eigenaar van cafetaria-restaurant de Luns, enkele jaren geleden een verbouwinkje pleegde. Paul had het huisje, dat vroeger aan het erf van Sinte Pieter Salomons grensde, gekocht en wilde het bij de Luns trekken. De nacht na de sloop werden hij en zijn vrouw Wendy wakker van vreemde geluiden. Door het achterraam zagen zij dat mensen bezig waren de grond af te tasten met een metaaldetector: misschien had Sinte Pieter nog zo’n pot laten staan!
Prof. Dr. Jaap van Ginniken die in 1943 onderzoek deed naar taal en volk van Marken, Volendam en Monnickendam en het Volendams van die tijd op uitgebreide en unieke wijze beschreef.
2. Een wetenschappelijk boek over het Volendams
Ook ík heb onlangs een kleine schat ontdekt. Niet van goud en zilver, slechts van papier en inkt, maar toch even opwindend als de goud- en zilverstukken van de Lutine: het boek Drie Waterlandse dialecten van Jac. Van Ginneken. In twee forse delen uitgegeven in Alphen aan de Rijn in 1954 met, schrik niet, samen 887 bladzijden tekst. Ja, ik kende het boek van naam, had het echter nooit echt goed gelezen: professor doctor Jac. van Ginneken was immers de man die zonder enig wetenschappelijk bewijs de afkomst van de Volendammers in verband had gebracht met een paar in Waterland achtergebleven Spaanse soldaten uit Baskenland! Toen echter het bestuur van het Volendams Museum een werkgroep samenstelde om het dialect anno nu vast te leggen en ik daar ook een bescheiden rol in kreeg, kon ik er niet buiten om het antiquarisch aan te schaffen en het voor de algemene uitgangspunten en voor het Volendamse deel eens goed te bekijken.
Van Ginniken was als katholiek priester op Marken even welkom als in Volendam.
3. Professor doctor Jac. van Ginniken
De levensberichten over de schrijver, je moet toch eerst weten wie er schrijft, waren op het internet aanwezig. Jaap van Ginneken werd in 1877 geboren in Oudenbosch. Hij volgde eerst de handelschool, omdat hij zijn vroeg overleden vader als bierbrouwer zou opvolgen. Studie en priesterschap trokken hem echter meer. In 1910 werd hij priester in de orde van de Jezuïeten. Hij was toen al na zijn -studie filosofie en Nederlands in 1907 cum laude gepromoveerd met het proefschrift ‘Beginselen van taalpsychologie’. Dat was zo indrukwekkend, dat hij in 1916 gekozen werd tot lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Drie jaar later werd hij voorgedragen als hoogleraar op de universiteit van Amsterdam. Hij werd het niet, omdat de rode gemeenteraad om politieke redenen de goedkeuring weigerde. De nieuw opgerichte katholieke universiteit van Nijmegen benoemde hem in 1923 wel: hoogleraar Nederlandse taal- en letterkunde, vergelijkende Germaanse taalwetenschap en Sanskriet.
Jaap van Ginneken werd nationaal en internationaal alom geprezen:
- Hij was visionair: door zijn geniale intuïtie zijn tijd vooruit. De keren dat hij daarbij de plank missloeg of slordig en onnauwkeurig was in zijn bewijsvoering, nam men daarbij voor lief. Hij was meer de man van de grote streek dan van het fijne penseelwerk.
- Zijn werkterrein bestreek vele velden: hij schreef over taal- en letterkunde, fonologie, dialectologie, psychologie, pedagogie en religie.
- Hij liet het daarbij zeker niet bij woorden. Met behulp van psychologie, sociologie en biologie blies hij de taalkunde nieuw leven in. Samen met A.W. de Groot introduceerde hij de fonologie als een nieuwe tak van wetenschap en was medeoprichter van het dialectbureau in Amsterdam. Als psycholoog richtte hij in Utrecht het centraal zielkundig beroepskantoor op en in Nijmegen het wetenschappelijk bureau voor beroepskeuze. Hij stichtte drie moderne kloosterorden (de kruisvaarders van St Jan, de vrouwen van Bethanië en de vrouwen van Nazareth) en was de bedenker van de Graalbeweging ter ontwikkeling van meisjes en jonge vrouwen (De Graalbeweging was in de jaren 30 ook in Volendam actief).
- Hij had een wereldwijde blik: studeerde Keltisch, Georgisch, Abchaz. en Baskisch, schreef zowel in het Nederlands, Frans en Duits en wist wat er in de daarbij horende landen op zijn studieterreinen speelde.
- Van Ginneken geloofde dat elk volk, elk ras zijn specifieke kenmerken heeft, die ook in zijn taal zijn terug te vinden en was er daarom van overtuigd dat in elke taal, in elk dialect resten van vroegere bewoners aanwezig moesten zijn. Wetenschappelijk genoot hij Europese faam.
3. Taal en volk van Marken, Volendam en Monnickendam onderzocht
Deze man, dit taalkundig en volkskundig zwaargewicht, toog in 1943 met zijn (Nijmeegse) studenten naar Waterland en verbleef vijf volle maanden, van 1 juni tot eind november, in hotel Spaander om van daaruit het veldwerk te verrichten voor een onderzoek naar taal en volk op Marken, Volendam en Monnickendam. De regeringsopdracht aan de dialectcommissie der Koninklijke academie, waarvan Jaap van Ginneken de voorzitter was, luidde aanvankelijk: een onderzoek naar taal en volk van alleen Marken. Van Ginneken bepleitte bij zijn opdrachtgever de opdracht te verbreden tot ook Volendam en Monnickendam: ‘want Marken was pas rond 1200 door de watervloeden van de vaste wal gescheiden, en men mag aannemen, dat het oude Waterlandse volk hier langs de hele Zuiderzeekust te Monnickendam, Marken en Volendam nog geheel en al hetzelfde was en éénzelfde dialect sprak’. Men stemde ermee in en zo werd Van Ginneken in de gelegenheid gesteld voor het eerst in de geschiedenis een vergelijkende dialectstudie te doen: de ontwikkeling van drie thans zo verschillende tongvallen uit één grondtaal, het oud-Waterlands.
In Volendam was meer voedsel te krijgen dan in Nijmegen tijdens de oorlog
Het onderzoek zou, net als dat voor Urk, gedaan worden door werknemers van het dialectbureau. Toen dat niet mogelijk bleek (het was oorlogstijd), besloot de professor het zelf ter hand te nemen en het hoofdzakelijk met zijn eigen leerlingen uit te voeren. De dorpsroddel ging dat deze keuze om de studenten voor het onderzoek in te zetten ook werd ingegeven door het feit dat hij ze gemakkelijker in Volendam dan in Nijmegen van voedsel kon voorzien. De werkgroep bestond uit negen vrouwelijke en drie mannelijke studenten. De vrouwen waren derhalve fors vertegenwoordigd in de werkgroep. Was Van Ginneken zo emancipatie gericht? Misschien wel gezien zijn inspanningen voor de Graalbeweging, maar de reden van de ongelijke verdeling in deze werkgroep lag aan de oorlogstoestand: de meeste mannelijke studenten waren voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland weggevoerd. In de volgende aflevering wordt ingegaan op de inhoud en opzet van onderzoek naar het Volendams dialect.
Personeel van de zusterschool met v.l.n.r. juffrouw Jo Boom, Annie Zwaan, Geertje Hansen, Grietje Buijs, Jo Vos, Jansje Koning (van Klaas - Kakie - Koning en Eva Goosen), Riek Bakker en Grarda van Baar.
Museumjaarboek met Premiefoto nog steeds verkrijgbaar aan balie van Volendams Museum
Het Museumjaarboek 2007 met schitterende Premiefoto is nog steeds verkrijgbaar aan de balie van het Volendams Museum. Als gewone afnemer betaalt u slechts € 5,- voor zo iets moois. Wilt u het Volendams Museum extra steunen dan kunt u begunstiger van het Volendams Museum worden voor € 12,- of meer. Behalve het Museumjaarboek 2007 met de schitterende Premiefoto ontvangt u een toegangsbewijs voor alle exposities in het Volendams Museum inclusief het Sigarenbandjeshuisje.
Het Volendams Museum en het Sigarenbandjeshuisje is iedere dag open van 10.00 – 17.00 uur. U bent van harte welkom.