Naar de inhoud

Idealist op De Toekomst: Wim Jonk gedijt in zijn rol als individueel trainer van jeugd Ajax (foto)

Bron: NIVO

Idealist op De Toekomst: Wim Jonk gedijt in zijn rol als individueel trainer van jeugd Ajax



Foto: Wim Jonk traint twee Ajax-talenten: ,,Als ik in mijn tijd een individuele trainer had gehad, die met de ‘tweebenigheid’ aan de slag was gegaan, was ik nog veel beter geworden.”

Koud en mistig, op het achterste veldje van sportpark De Toekomst, onderwerpt een idealist twee Ajax-talenten aan trainingsvormen. Zijn vormen. Want Wim Jonk traint op de manier zoals hij het liefst zelf getraind had willen worden. In Amsterdam kan de Volendammer zijn geloofsbrieven neerleggen. ,,Vernieuwing en verandering krijgen niet altijd ruimte.” Als dat de oud-international gegund blijft, moet dat op termijn leiden tot de opwaardering van het Nederlandse voetbalproduct. ,,Je moet het zelfbewustzijn trainen van jongeren. Als je daar nu geen aandacht aan besteed, vloeien er heel veel talentjes af.”

Ook Jonk miste enige vorm van lijn in het voetbal van Ajax in de laatste wedstrijd tegen Volendam. ,,Je zoekt naar automatismen. Maar vandaag de dag leunt Ajax op individualisten. Dan moet je dat zien te bundelen en dat vergt tijd. Je ziet het bij meerdere clubs en dat is bedenkelijk. Ik denk dat iedereen het wel kon zien tijdens Volendam-Ajax. Ik kijk vooral vanuit mijn ‘voetballer zijn’ en hoe je spelers als het ware in hun kracht kan laten komen. Als je dat voor elkaar hebt als staf en groep, dan komen de resultaten vanzelf en valt de puzzel in elkaar. Bij AZ heeft dat ook tijd gekost.”

Kundigheid
In november 2007, nadat hij gebrouilleerd raakte met de leiding van FC Volendam, liep Jonk op verzoek binnen op sportpark De Toekomst, waar Ajax sindsdien dankbaar gebruik maakt van zijn kundigheid. Na het eerste half jaar ondertekenden beide partijen een contract voor een seizoen. Hij gedijt op de achtergrond. ,,Tuurlijk is het mooi om de samenstelling van een ploeg en de uiteindelijke uitvoering te beïnvloeden. En uiteraard wordt de prikkel om trainer te worden van een team regelmatig getriggerd. Met alle teams heb ik de eerste maand meegelopen, om een goed beeld te krijgen. Met de B1 van Ajax ben ik bijvoorbeeld mee geweest naar het internationale toernooi van Chelsea in Londen. En bij de A2 assisteer ik regelmatig tijdens de training. Maar ik wil dit eerst goed neerzetten. En geef mezelf voorlopig ook niet op voor de Cursus Coach Betaald Voetbal.”

,,Ik zie zoveel kwaliteit om me heen. Maar die talenten moeten wel de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Meestal krijg ik de toptalenten en contractspelers van de jeugdopleiding bij mij op de individuele training, op drie middagen in de week. Dat gaat in samenspraak met de staf van de teams. Soms pak ik bij Ajax wel eens een jongen zonder contract. Omdat ik denk te zien dat we een enorme vooruitgang kunnen bewerkstelligen als we iets specifieks met hem doen.”

Marvin Zegelaar, die in de bekerwedstrijd van de Amsterdamse hoofdmacht tegen de FC zijn debuut maakte, was het eerste talent waarmee Jonk aan de slag ging. ,,Je krijgt ook talenten die niet gemaakt zijn voor het keurslijf. Dat vind ik juist het boeiende stukje van het trainer zijn. Waarbij je steeds het goede probeert te benadrukken, niet het slechte. Telkens op zoek gaand naar wat het idee achter een bepaalde handeling is. Opdat ze dingen gaan zien en voelen.”

Grote geld
,,Het is tegenwoordig moeilijk spelers voor langere tijd aan je te binden. Vroeger had je een mix van jong en oud en kon je zorgen voor vastigheden binnen een elftal. Nu gaan ze al wat sneller voor het grote geld in het buitenland. Hoewel ze hier ook goed geld kunnen verdienen. Of het eigen talent verwaarloosd wordt door het aanstellen van veel buitenlandse spelers? Ik zet er soms ook mijn vraagtekens bij. Maar voor een club als Heerenveen was het weer een goede insteek; die verkoopt spelers door en voer er de laatste jaren in prestatief en financieel opzicht wel bij. Maar het is moeilijker om meer jonge talenten voor de leeuwen te gooien. Voorheen kon dat gemakkelijker. Daarom kon een Dennis Bergkamp al snel excelleren in een ploeg met vastigheden. Nu is dat moeilijker voor jongeren, maar toch worden ze beoordeeld alsof ze moeten weten wat er van hen gevraagd wordt.”

,,Vanaf de dag dat ik gestopt ben met voetbal, ben ik gaan trainen zoals ik zelf getraind wilde worden. In dat opzicht is er nog een stuk braak terrein. Je kunt dingen samen gaan doen op één en dezelfde manier, maar elke speler vergt een verschillende benadering, een ander soort aandacht. Je moet op het gevoelsniveau zien te komen.” In het hedendaagse voetbal, waar de waan van de dag regeert, lijkt daar weinig tijd en ruimte voor. ,,Je hebt bepaalde methodes, zoals van Wiel Coerver, en techniektrainers. Ik ga er nog dieper op in. Zoiets was er nog niet. En laat het maar broeien…”

,,Ik kan onderbouwen wat ik doe. Je moet zorgen dat spelers zich vrij voelen en niet hun creatieve gedachten en intuïtie verliezen. En het is niet zo dat er niet gelachen wordt tijdens trainingen. Een dolletje hoort erbij. Plezier hebben is nodig bij ontwikkeling. En als je steeds kritiek krijgt en het slechte wordt benadrukt, ga je als speler in je veilige zone zitten.”

,,Natuurlijk wil ik er iets mee bereiken. Je wilt bewijzen dat dit belangrijk is voor de toekomst van het voetbal. En ik besef heel goed dat ik dit mág doen bij een grote club in Nederland. Ik besef ook dat de resultaten niet direct meetbaar zijn. Zelf zie ik, in het weekeinde tijdens de wedstrijden, al regelmatig het verschil. Bovendien moet je het aan spelers zelf vragen, maar die zijn nu nog jong en kunnen pas over een jaar of vijf zeggen wat hun daadwerkelijk gevormd heeft. Dan is het besef bij hen er. Nu zijn het nog pubers. Moet je ze soms ook even laten. Dat is het leukste, ik speel er mee. Tast regelmatig af. Soms een dolletje, soms even kwaad maken, alles om het gevoel te creëren dat ‘we doen’ en weten waarvoor we het doen.”

Spiegel
,,Jeugdspelers krijgen al zoveel opgelegd. Ze bepalen bij mij zelf hun keuzes. Maar ik houd ze wel een spiegel voor. Wat had je in je hoofd en wat werd het? Ik geloof in die aanpak. Film jongens ook op, zodat het visueel wordt hoe het was en hoe het wordt. Het is jammer dat ik niet vanaf de eerste week ben begonnen met filmen. Beelden vertellen alles. Dat is echt superinteressant. Zie je jongens bijvoorbeeld na de aanname meteen opkijken om te zien wat er verder om hen heen gebeurt. De wedstrijd is tevens een spiegel. Van wat je op de training kan leren. Als ze het zien, gaan ze het voelen, daar draait het steeds om. Ik heb de jongens ook gevraagd om eens dingen op te schrijven. Van wat ze nog meer zouden willen leren. Op die manier dwing je ze bezig te zijn met hun proces van zelfbewustzijn.”

,,Soms heb je jongens bij je met bepaalde problemen. Als je dat weet, hou je daar rekening mee in je individuele training. Ga je ze niet nog eens extra druk opleggen. Het is mooi dat sommige jeugdspelers nu zelf op me afkomen met ideeën of vragen, of de bevestiging dat ze er iets mee hebben gedaan en het goed uitpakte. Het gaat erom de sensoriek af te stemmen op de motoriek. Ik ging vroeger ook vaak voor mezelf aan de slag met het trappen van duizend ballen vanaf bepaalde posities waarbij ik voor de goal kon komen. Hoe moet ik de bal raken en welke richting krijgt-ie dan mee? Als de keeper daar of daar staat, hoe trap je dan? Steeds dingen herhalen, het erin slijpen.”

Jonk had voortschrijdend inzicht als voetballer. ,,De ruimtes zien is weer een ander detail. Snel opkijken of al weten waar je heen moet als de bal bij je komt. Als het ware over iemand heen kijken, zodat je de volgende linie al ziet, dat zie je nog niet bij jeugdige spelers. Ook dat moet zich gaandeweg ontwikkelen. Maar als ik in mijn tijd een individuele trainer had gehad, die met de ‘tweebenigheid’ aan de slag was gegaan, was ik nog veel beter geworden.”

Evaluatiegesprek
,,Het is vernieuwend”, weet Jonk. Aanvankelijk begonnen de Ajax-iconen Johan Cruyff en Piet Keizer met het Masterclass-idee, maar daar werd niet op voortgeborduurd. De inbreng van Jonk kan rekenen op steun van het tweetal en die van Jan Olde Riekerink, Hoofd Jeugdopleiding. Op korte termijn volgt een evaluatiegesprek voor Jonk met de Ajax-leiding. ,,Het gaat er om dat je op de juiste waarde wordt geschat. Dat moet ik bij dat gesprek ook voelen. Ik krijg de vrijheid binnen Ajax om het te ontwikkelen. Het zou mooi zijn als we steeds meer één en ander kunnen vertalen naar de groepstraining. Bij FC Volendam heb ik jaren geleden ook een tijdje met de training meegelopen. Die hoofdtrainer bewaakt de hoofdlijnen en daarbinnen moet ruimte zijn voor het individu. Sommige trainers beweren dat er genoeg ruimte voor is, maar neem van mij aan dat dat beperkt is. Je moet het zelfbewustzijn trainen van jongeren. Als je daar nu geen aandacht aan besteed, vloeien er heel veel talentjes af.”

Bij RKAV Volendam heeft Jonk de rol van adviseur op zich genomen, als lid van de technische commissie. ,,Samen met oud-voetballers als Richard Karregat, Hans de Vries, Hans Bond en Martin Tol vormen we een kennisbaak voor het bestuur. We proberen vooral structuur aan te brengen bij de RKAV, iets waar Berry Smit leiding aan geeft. Er zijn voorzichtig stapjes gezet. Maar er valt nog veel aan te schaven. Want aan de ene kant schreeuwt men op lijn, maar anderzijds willen ze rommelen. Afspraken maken is het belangrijkste, met trainers, met ouders. Een goede overlegstructuur is een belangrijke pijler.” Of er dan nog ooit een speler wordt toegevoegd aan de foto met Volendammers (Jonk, Arnold Mühren, Gerrie Mühren, Kéje Molenaar, Pier Tol) in het Oranje van het Nederlands Elftal? In de opleiding van de FC lopen nauwelijks nog spelers van eigen bodem rond? ,,Eén van de belangrijkste aspecten is het mentale aspect. We zitten immers in een andere tijd. Er is veel veranderd rond de instelling, die van het ‘alles eruit willen halen’ om te slagen. Sporten mág, maar soms voelt jeugd het zo dat sporten móet. Ook daar moeten we mee om zien te gaan.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.