Frans Adelaar kan bij FC Volendam weer zichzelf zijn (foto)

Frans Adelaar kan bij FC Volendam weer zichzelf zijn
Het beeld doet mistroostig aan bij het Marinapark. Het lijkt of het geen daglicht wil worden, de wolken kleuren grijs, het regent en de wind geeft een ijzig koude gevoelstemperatuur. Dát en de laatste plaats in de eredivisie voorkomen niet dat FC Volendam-trainer Frans Adelaar een dag na AZ-thuis goed geluimd in het huiskamerachtige hoekje van het restaurant plaatsneemt. Waar hij terugblikt, vooruitkijkt, omhoog tuurt en even achterom. Dat alles heeft ook te maken met de komst van ADO Den Haag, zondag naar het Kras-stadion. Adelaar vertelt over het Volendamse dialect, de periode dat hij niet zichzelf kon zijn, de wedstrijd tegen AZ, de omgang met spelers en de speciale band met zijn overleden ouders.
Geamuseerd hoort hij wat Volendams gepraat aan. Zoals hij dat met de regelmaat van de klok ’s morgens doet als de medewerkers van FC Volendam om half negen aanschuiven voor de koffie, of de kaartploeg met enkele oud-voetballers de gang van zaken doorneemt in de koffiekamer van het stadion.
Die kleine vijfde colonne in de koffiekamer…
,,Dat is overal hetzelfde, alleen geeft iedere regionale ere- en eerstedivisieclub op zijn manier daar invulling aan. Ik ben zelf vrij direct en dat zijn Volendammers ook. Dan riskeer je dat je wel eens een paar kletsen voor je kop krijgt. Maar ik voel dat ik geaccepteerd ben.”
,,Eigenwijs is misschien niet het goede woord, maar ik merk dat de Volendammers altijd heilig overtuigd zijn van hun gelijk. Vind ik mooi. Komt omdat ik zelf ook stronteigenwijs ben.”
Is dat iets wat je jezelf bij binnenkomst afvraagt, of je je in die kamer zal begeven of niet?
,,Het zit in mijn aard om me open te stellen voor anderen en ik interesseer me voor de gebruiken van mensen zoals ik dat had toen ik in Griekenland werkte als trainer. Ik wilde ook die taal leren en vond het jammer dat het om een kort verblijf ging. Als ik ergens anders kom, dien ik mezelf aan te passen.”
,,Maar ik schroom inderdaad niet om om half elf de koffiekamer binnen te wandelen als de kaarters daar zitten, zo van ‘nou, zeg het maar. Valt er nog wat te mopperen?’ Als zij het gevoel krijgen dat je hen ontloopt, ben je een gewillig slachtoffer. Je kunt op z’n minst luisteren. Doorgaans is het: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dus moet je je niet van de mensen weg gaan houden. Dat is gemakkelijker ergens binnenkomen, als dat je het anders doet. ”
,,Als ze echt Volendams gaan praten, moet je heel goed luisteren om te weten wat er gezegd wordt. Ik had voorzitter Henk Kras in de voorbereiding goed tuk. Ik leerde dat één en been in het Volendams ien en bien waren, maar dat teen toon is. Zoals die afwijking ook geldt als je leeuw, schreeuw en dan meeuw in het Volendams vertaalt. Toen ik tijdens een serieus gesprek op het trainingskamp in Vaals in het Volendams zei tegen Kras dat ik er nog geen meeuw gezien had, keek hij raar op zijn neus.”
Je was al een paar keer in Volendam geweest, alvorens je gecontracteerd werd?
,,Zonder de wetenschap dat ik hier trainer zou worden had ik Klaas Schilder inderdaad al een paar keer met de Man of the Match na afloop de boxen zien passeren. Ik heb een aantal wedstrijden bekeken en was gewend met enkele mensen van de club. Ik heb de kampioenswedstrijd bij ADO Den Haag gezien, maar het feest daarna bewust gemeden. Het was niet gepast om daar rond te gaan lopen.”
Juichte je van binnen toen Volendam kampioen werd, of dacht je meteen aan het moeilijke jaar wat komen ging?
,,Of het werd in de top van de eerste divisie meespelen, of met een hele kleine begroting in de eredivisie. Het eerste wat na die titel dan door je hoofd gaat, is dat je weet dat het niet gemakkelijk wordt. Ook omdat ik de denkwijze van Henk Kras en vice-voorzitter Henk Schoorl al kende en wist dat ze in financieel opzicht geen gekke sprongen zouden gaan maken. Anderzijds, als je op een haar na dat kampioenschap zou missen, dan is de druk voor het seizoen daarna ook heel hoog.”
‘Mensen zeiden dat FC Volendam een moeilijke club was’
,,Uiteindelijk wil iedereen op het hoogste niveau werkzaam zijn. De kracht van het huidige Volendam is dat het de doelstelling heel goed heeft verwoord. Dat geeft rust, ook als je langer onderaan staat.”
Veel mensen kennen het beeld van Frans Adelaar als trainer van ADO Den Haag die, nadat supporters uit onvrede het veld hebben bestormd in de wedstrijd tegen Vitesse, in de dug-out zit ‘opgesloten’. Het ergste wat je hebt meegemaakt in je voetbalcarrière?
,,Ja.”
Je verdween daarna uit het voetbal voor anderhalf jaar. Was je niet bang dat je in een isolement zou geraken?
,,Ik had lange tijd nodig om ‘die dingen’ – en zo noem ik het bewust omdat ik er niet over wil praten – te verwerken. Vervolgens weet je dat er wel wat gaat komen, alleen heb je de onzekerheid over wanneer. Zat ik vorig seizoen bij Dordrecht-Volendam te kijken en daar zag ik Gerrie Mühren. Die zei tegen me dat er altijd een volgende kans komt… Op het moment dat ik geen hinder meer ondervond van hetgeen wat me daarvoor nog parten speelde, belde Peter Wijker namens Volendam en was het snel rond.”
,,Van veel mensen kreeg ik te horen dat het een moeilijke club is, Volendam. Maar ik heb bij nog niet één gemakkelijke club gewerkt. En die kwamen bij mij terecht, ik solliciteerde niet zelf.”
FC Utrecht, De Graafschap en ADO Den Haag stonden het laatste decennium ongetwijfeld in het rijtje van vijf meest lastige clubs om te werken. Hoe komt het dat ze bij jou terechtkwamen?
,,Ik weet het niet. Wellicht omdat ik het bij een moeilijke club als Utrecht goed gedaan heb. Misschien straal ik uit dat ik niet ergens voor wegloop en bang voor ben.”
Waarom wil je niet over de periode bij ADO praten?
,,Omdat ik geen namen van mensen wil noemen. Maar vanaf maand twee van mijn driejarige contract ging er al iets mis. Daarom heb ik steeds achterom moeten kijken, ik was mezelf niet. Werd argwanend, achterdochtig en dan functioneer je niet. Dan loop je steeds op je tenen. Hier kan ik mijn mening ventileren en aan anderen hun mening vragen en hoef ik van niemand iets te vrezen. Dat maakt het een stuk ontspannender werken.”
Hoofdtrainer is een mooie baan, maar ook één waarbij de schouders enorme druk moeten kunnen weerstaan?
,,Je bent nooit zo goed als het voetstuk waarop men je plaatst en nooit zo slecht als het moment waarop men je eruit kegelt. De vraag is, hoe ga je met situaties om. Het is nou eenmaal een nationale sport, voetbal, waarbij heel veel mensen een mening hebben. Vraag het maar in je familiekring aan tien mensen en er zullen zeven verschillende meningen komen. De kunst is, als je eruit vliegt, dat je achterom kijkt en dan het gevoel hebt dat je het op jouw manier hebt gedaan. En dat was bij ADO niet het geval.”
,,Ik raakte apathisch voor de derde helft. Wat zouden ze gaan vragen en wat moest ik zeggen? Ik houd van correctheid. Ik sprak over de situatie met vrienden en mijn vrouw, maar je moet het uiteindelijk zelf doen. Maar het is wel prettig om iemand anders’ zienswijze uit je directe nabijheid aan te horen.”
,,Er zijn altijd dingen van buitenaf die je kunnen raken. Ik heb geleerd naar buiten toe daar goed mee om te gaan. Je moet jezelf niet altijd willen verdedigen. Eén en één is in de voetballerij niet altijd twee… Er zijn soms zoveel duistere zaken, waar je geen grip op hebt.”
,,Als assistent-trainer dacht ik onder een bepaalde hoofdtrainer wel eens: hoe is het mogelijk dat we punten pakken? En met Volendam heb ik dat dit seizoen ook wel eens gehad na een debacle in een uitwedstrijd. Hoe gaan we zondag in Gods naam die wedstrijd spelen? Dan moet je de groep eerst uit het slop trekken. Zelfs trainingen kunnen je dan niet direct een houvast geven, maar ik ben inmiddels rustiger en weet dat het zondag altijd weer anders kan zijn. En dat is tot dusver gebleken. Ik zie meer de betrekkelijkheid van alles in dan toen ik begon als trainer.”
Waarom maakten jullie pas na NEC-uit gebruik van videobeelden?
,,Omdat we nog geen analyse-systeem hadden. Ik vond het zinloos om hele wedstrijden terug te gaan kijken, want dan verlies je de aandacht van spelers. Hoewel, soms kun je ze meegeven dat wij een dag eerder ook die hele wedstrijd hebben moeten toekijken. Dat kan een methode zijn. Na NEC hebben ze ook langer dan gebruikelijk moeten kijken. Maar daarvoor hadden we het systeem niet en was het te bewerkelijk om fragmenten eruit te halen. Ik ben er voorstander van, want het plaatje zegt alles. Waarbij ik wel graag van de speler eerst wil horen wat zijn beleving van dat moment was.”
,,Pak je bijvoorbeeld de eerste goal van zondag tegen AZ, waarbij Henny Schilder het duel niet aangaat. Voorheen kon hij daarna twintig minuten van de leg zijn, nu speelde hij verder een prima wedstrijd. En dat was geen gemakkelijke opgave, want we hebben heel gewaagd gevoetbald.”
AZ was minder ondernemend?
,,Ze speelden eigenlijk countervoetbal. Louis van Gaal werd voorafgaande aan de persconferentie boos toen ik dat voor tv zei, maar het is zo. Ze wachtten af, met de twee spitsen niet al te ver over de middenlijn. Daarom moesten wij heel geduldig zijn, de backs inzakkend zodat ze aanspeelbaar waren. AZ gaat er dan ineens bovenop, daarom gaf ik Tim Bakens al snel mee, dat als het niet ging, hij de lange bal naar de links- of rechtsbuiten moest hanteren. Dan ga je vandaar uit verder voetballen.”
Op welke manier benader je een speler na een foutief moment?
,,Je gaat ze niet steeds in je kantoortje uitnodigen, maar we – mijn assistenten Ab Plugboer, Johan Steur en Edwin Zoetebier vullen me daarbij aan – pakken een speler dan op het trainingsveld wel eens apart. Anders gaat een speler het – als het in de groep gebeurt – al snel als verwijt zien. Dat is het moeilijke van dit vak. Ik kan vrij streng overkomen. Maar je moet soms concessies doen, want het is zaak dat je bij een speler ‘binnenkomt’ met wat je bedoelt. En daarom is het ‘in de groep’ aanpakken van iets of iemand lastig, want iedereen gaat daar verschillend mee om.”
,,Toen ik begon als trainer was ik veel directer en benaderde ik in mijn onervarenheid iedereen op dezelfde manier. Dat kan niet. Je hebt met verschillende karakters en achtergronden in een spelersgroep te maken. En, wat jij als trainer denkt, dat hoeft nog niet de juiste weg te zijn. Daar ben ik wel in veranderd. Zoals een speler een ontwikkeling doormaakt, zo geldt dat ook voor een trainer. In het begin ging ik voorbij aan het feit dat spelers iets mee konden maken buiten het voetbal om, zoals ik ook wel eens ‘andersstemmig’ op mijn werk ben verschenen door een privé-situatie.”
Als prestaties uitblijven en iemand te vaak iets niet goed doet, kun je in sarcasme verzanden, gevoed door negatieve gevoelens?
,,De kunst is om dat te vermijden. Soms moet je iemand aanpakken, om een signaal af te geven naar de groep. Maar soms moet je dingen die je voelt, niet zo zeggen. Het gaat erom op welk niveau je werkt. Des te beter het niveau, des te meer je in voetbaldetails kunt treden. Ik vind dat je moet kijken naar wat spelers wél kunnen en gaat aan de slag met de mindere punten.”
,,Ik zeg altijd dat de praktijk de beste leerschool is. Een week is namelijk zo om. Heb je net dat ene fragment gehad en dan komt al weer het andere op je af, waarbij je weer een andere tactische keuze moet maken.”
Andere clubs in de onderste regionen hebben zich versterkt tijdens de winterpauze, Volendam niet.
,,Komt omdat je met een heel klein budget werkt. Wij hoefden niet aan een Berry Powel te denken, zoals ADO Den Haag dat wel kon. Maar we blijven alert om ons
heen kijken tot de 31e januari. De huidige groep heeft alle vertrouwen, maar als je je team kunt versterken, dan moet je dat zeker doen. Eigenlijk is dit een hele onzekere periode: we starten op 18 januari, maar tot 2 februari is van alles mogelijk: je weet niet of er wat bijkomt of dat er zelfs wat weg gaat.”
Hoe kijk je terug op je wissels tijdens Volendam-AZ?
,,Jack Tuyp was ziek geweest, maar als je het aan hem zou vragen tijdens de wedstrijd, dan zal hij nooit zeggen dat hij moe is. Die wil door. Maar ik constateerde dat we maar geen grote kans konden creëren en dan wil je iets proberen. Dus bracht ik Melvin Platje in voor Jack en Furdjel Narsingh voor Dominique van Dijk. Achteraf dacht ik: had ik het maar niet gedaan. Spelers maken fouten, maar ik ook. We blijven mensen. Ik breng namelijk geen machines in het veld. In enkele wedstrijden pakten die wissels wel goed uit, dit keer niet.”
,,Maar we blijven rustig; we willen heel graag. Zondag tegen ADO is een uitgelezen kans om weer dichterbij te komen. En er komen veel mensen op me af die spontaan zeggen ‘jullie gaan er niet uit.’ Omdat ze veel aanknopingspunten zien.”
Voorin zou je nog wat kunnen gebruiken om iets open te breken?
,,Daar zou je wat power kunnen gebruiken, zodat er minder druk op de defensie komt. Dat had gekund met Cecilio Lopes, maar diens gedrag was van dien aard, dat kon niet.”
De thuiswedstrijden moeten jou ook vaak aanknopingspunten hebben gegeven richting een uitwedstrijd?
,,Ja. Bijvoorbeeld na de bekerwinst op Ajax, toen had ik veel verwacht van de ontmoeting bij Sparta. Soms ligt het ook aan de houding van de tegenstander. En aan die van ons, dan durven we niet door te dekken. Maar sinds we met het blok spelen van Schilder en Bakens en Boots daarvoor, hebben we een meer solide organisatie en gaat het in de communicatie ook beter.”
,,We hebben een proces doorgemaakt, waarin ik best wat strijd heb moeten leveren met spelers, vanwege ons systeem, als de tegenstander met twee spitsen speelt. We moeten durven het met vier verdedigers op te lossen. De twee centrale mensen één op één en knijpende backs. En je ziet dat we nu niet meer van de kaart raken van de speelstijl van een tegenstander.”
Dat beangstigende moment in de dug-out bij Den Haag, dat was je ergste voetbalmoment ooit. Wat was dat in het leven?
,,De dood van mijn ouders.”
Heb je nog wel eens contact met hen?
,,Ja, ik vraag regelmatig nog iets aan hen. Ik ben enig kind en mijn ouders betekenden heel veel voor me. Mijn vader overleed in 2002, maar was al jaren dement. Dat is best heftig. Ik kan het moment nog voor me halen dat hij voor het eerst niet meer wist wie ik was. Hij zwierf veel door IJsselstein, maar de sociale controle is daar groot, dus het was ongevaarlijk. Reed ik door de straten in de auto en zag ‘m lopen. Deed mijn raampje open en riep hem. Zei hij: ‘dag, meneer…’ Toen ben ik wel even doorgereden en kon mijn tranen niet bedwingen. Ik weet dat mijn ouders altijd bij me zullen zijn en dat is een fijne gedachte.”
Foto: Frans Adelaar: ,,Zoals een speler een ontwikkeling doormaakt, zo geldt dat ook voor een trainer.”