Historie Edam
Edam, levend verleden
Het verleden van Edam is springlevend. Wandelend door de oude kern treft u het zo gaaf bewaarde oude silhouet en de vele monumentale huizen, kerken, havens, grachten, pleinen en markten aan. De kom voor het gedeelte binnen de vestingen werd vanwege het historische stratenverloop en de daaraan liggende monumentale gebouwen door de rijksoverheid tot beschermd stadsgezicht aangewezen.
Heel in het kort vindt u onderstaand de historie van Edam vermeld. De oudste vermelding van de plaats komt voor in een stuk van 1310, waarin zij als kerspel wordt aangeduid. Bij de oorkonde van 19 november 1357 (Sint Elizabethsdag) gaf graaf Willem V van Beieren aan de poorters van Edam het groot privilege en werd er voor het eerst gesproken van de stad Edam. Op 20 november 1357 verkreeg men de toestemming tot het graven van een nieuwe tolvrije en onversperde buitenhaven, het Oorgat.
Bovendien verkreeg men een vergunning tot het houden van drie jaarmarkten. Ruim twee eeuwen daarna, in 1573, was het Prins Willem van Oranje die Edam voor haar goede en trouwe diensten tijdens het beleg van Alkmaar het eeuwigdurend recht tot het houden van de Kaaswaag verleende. De handel in kaas is thans voor een plaatselijk centrum te groot geworden, zodat de Edammer kaas een beursartikel is.
Naamhistorie
Hoewel de kom Volendam altijd deel heeft uitgemaakt van de gemeente, was de naam van de gemeente van zo omstreeks de 12e/13e eeuw af: Edam.
Sedert de eeuwwisseling is de kom Volendam echter enorm uitgebreid en de stad Edam in inwonertal ver voorbij gestreefd. In 1974 nam de gemeenteraad daarom het besluit tot naamswijziging. De Kroon keurde dit goed, waardoor de namen van de beide kommen aan elkaar werden gesmeed.
Vanaf 1 januari 1975 luidt de naam van de gemeente daarom: Edam-Volendam.