Zeevang eist garanties
Ondernemers in de gemeente Zeevang eisen garanties bij een toekomstige ambtelijke samenwerking of fusie met een andere gemeente. Een overgrote meerderheid vindt het belangrijk dat hun belangen schriftelijk worden vastgelegd.
Dat blijkt uit de enquête die de ondernemersvereniging Zeevang Ondernemers haar leden heeft voorgelegd. Van het totaal aantal leden (106) vulden 51 ondernemers de enquête in, opgesteld door bestuurslid Paul Walgering uit Oosthuizen. Tegen de achtergrond van de stand van de economie en de vooruitzichten voor het nieuwe jaar zijn de ondernemers unaniem van mening dat binnen de nieuwe samenwerking een beleid gericht op het behoud of uitbreiding van de werkgelegenheid belangrijk is.
Een ondernemer doet de suggestie om goed te kijken naar de omliggende gemeenten waar je een samenwerkingsverband aan wil gaan dat het groene hart van Zeevang gewaarborgd blijft. Maar dan wel op een manier dat ondernemers binnen de Zeevang niet klem komen te zitten met allerlei beperkende maatregelen die ten koste gaan van een uitbreiding van de werkgelegenheid. De ondernemer noemt de Cono-kaasfabriek in de Beemster een goed voorbeeld hoe met een 'prachtig uitbreidingsproject' gebouwd kan worden aan de werkgelegenheid.
Een flinke meerderheid vindt het ook van belang dat gemeentelijke belastingen of heffingen bij samenwerking van Zeevang met een andere gemeente gelijk zijn. In het geval een bedrijf naar een andere locatie moet verhuizen, dan gaat de voorkeur van de meeste ondernemers uit naar een nieuwe stek in de gemeente Zeevang.
Een ondernemer stelt dat het belangrijk is om te weten hoe de gemeente Zeevang straks om zal gaan met de WMO-gelden. Zullen deze potjes bij elkaar worden gevoegd of blijft Zeevang zijn eigen beleid voeren net als de samenwerkingspartner, vraagt hij zich af. En zullen er dan andere richtlijnen gelden voor het beleid en aanzien van de zorg?
Een andere ondernemer is van mening dat het ondernemerschap in Zeevang niet afhankelijk is van gemeentelijke herindelingen of fusies. Hij denkt daarbij meer aan landelijke en Europese ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het ondernemersklimaat.