Vechtpartij op de Koemarkt: meedoen of weglopen? (column)
Het is zaterdagnacht. De kroegen sluiten en de Koemarkt loopt langzaam leeg. Hier en daar blijven jongeren hangen. Er wordt wat gedold. En plots slaat de vlam in de pan. Er ontstaat een vechtpartij. Vrienden van X zijn bij deze vechtpartij betrokken. Er worden rake klappen uitgedeeld, maar ook geïncasseerd. X twijfelt, helpt hij of loopt hij weg?
Deze situatie kom ik geregeld in mijn strafpraktijk tegen. Hoewel X kon weglopen, geeft hij aan dat hij op dat moment eigenlijk geen keuze had. Hij voelde zich verplicht om zijn vrienden te helpen. Weglopen was voor hem geen optie. Diezelfde nacht wordt hij aangehouden op verdenking van openlijke geweldpleging. Na een nacht in de cel te hebben doorgebracht, wordt hij vrijgelaten. Een aantal maanden na zijn arrestatie maakt het openbaar ministerie kenbaar wat er met de strafzaak gaat gebeuren: seponeren (een kennisgeving van niet verdere vervolging), transigeren (een boete) of vervolgen.
X wordt vervolgd en vraagt mij om hem bij te staan. Hij vindt dat hij de juiste beslissing heeft genomen en vraagt: “Wat zou jij doen als je vrienden een pak rammel krijgen?” Hij vindt het onbegrijpelijk dat hij niet alleen verantwoordelijk kan worden gehouden voor de geweldshandelingen die hij zelf heeft verricht, maar (in beginsel) ook voor alle geweldshandelingen van zijn vrienden. De maatstaf die de rechter daarvoor hanteert is of de verdachte een ‘wezenlijke en significante’ bijdrage aan het geweld heeft geleverd. En dat is duidelijk op het moment dat bewezen wordt dat je jezelf in een gevecht hebt gemengd.
De strafbedreiging voor openlijke geweldpleging is niet mild. De landelijke richtlijnen bepalen dat er een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden opgelegd moet worden, wanneer er bij de tegenpartij sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Bij enig lichamelijk letsel is dit een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Dit alles betekent dat de straf behoorlijk hoog kan uitvallen voor X, zelfs als hij geen letsel heeft veroorzaakt. Hoewel de rechter vindt dat je jezelf in een dergelijke situatie van de groep had moeten ‘distantiëren’, kan ik de handelswijze van mijn cliënt begrijpen. Het is vooral onder jongeren ‘not done’ om weg te lopen als vrienden in moeilijkheden verkeren. Weglopen zou de vriendschapsband onherstelbaar kunnen schaden. Maar je zult je dan wel altijd moeten realiseren dat de prijs die je in dat geval voor die vriendschap moet betalen hoog kan zijn.
Johan Mühren (advocaat bij Hendriksen Strafrecht Advocatuur, www.strafrechtadvocaat.tv)