Fuserende gemeenten laten zich niet opjagen
Het kabinet wil op termijn gemeenten van minstens 100.000 inwoners. In hoeverre houden gemeenten bij hun fusieplannen al rekening met die wens? Ze lijken er niet warm of koud van te worden.
‘Grijp je kans’, zo moedigt burgemeester Karen Heerschop (Zeevang, 6500 inwoners) in een promotiefilmpje de gemeenten Edam-Volendam en Waterland aan te fuseren met haar gemeente. Het zijn niet de eerste gemeenten die Zeevang de afgelopen jaren benaderde voor een eventuele herindeling. Ook Beemster, Graft-De Rijp en Schermer werden gepolst. Het is koren op de molen van dit kabinet. Dat wil grotere gemeenten. En zal die ook krijgen. Het aantal gemeenten is immers zonder dwang sinds 1812 geslonken van 1144 naar 408 nu. En minder gemeenten betekent grotere gemeenten.
Maar wat het kabinet betreft, kan het allemaal wel wat sneller. Want gemeenten krijgen er taken bij op het gebied van werken naar vermogen, jeugdzorg en AWBZ. Grotere gemeenten kunnen die volgens het kabinet beter aan dan kleinere, vandaar dat gemeenten in de toekomst minimaal 100.000 inwoners moeten hebben. Dat is overigens geen absoluut getal. Maatwerk blijft mogelijk, zo schreef minister Ronald Plasterk (BZK) onlangs aan de Tweede Kamer.
Gemeenten van te geringe omvang lopen het risico dat te decentraliseren taken aan hen voorbij gaan. Plasterk hoopt dat onder meer te voorkomen door fusie financieel aantrekkelijker te maken voor gemeenten.
Kwetsbaar
Het fusievoornemen van Zeevang is niet ingegeven door de kabinetsplannen. Heerschop: ‘We weten al veel langer dat we te veel ballen in de lucht moeten houden. Tot nu toe gaat het goed, ook financieel, maar als kleine gemeente zijn we erg kwetsbaar.’ Dat komt mede doordat gemeenten er de laatste jaren veel taken hebben bijgekregen, onder meer op het gebied van de bijstand en de Wet maatschappelijke ondersteuning. ‘We hebben maar 45 ambtenaren, allemaal generalisten. Ze worden belast met steeds meer specialistische taken. De kans dat het dan een keer fout gaat, wordt te groot.’
Dat laatste zou ten koste gaan van de dienstverlening aan burgers. ‘En die moet goed zijn en blijven.’ Om dat te garanderen, ging Zeevang enkele jaren geleden al op zoek naar mogelijke fusiepartners. Van de drie westelijk van Zeevang gelegen gemeenten Beemster, Graft-De Rijp en Schermer wilde alleen buurgemeente Beemster niet nadenken over samengaan. Heerschop: ‘Toen zijn we onze blik gaan verleggen.’ Zo kwamen Edam-Volendam (28.000 inwoners) en Waterland (17.000 inwoners) in beeld. ‘We willen het liefst één IJsselmeergemeente met deze twee.’ Maar Waterland is daar niet aan toe. Het fusieverzoek aan Edam-Volendam is gedaan.
Heerschop verwacht voor de zomer antwoord. Gaat die gemeente in op het aanbod, dan gaat Zeevang ervoor. ‘We hadden het liefst meer massa gehad, dus met meer gemeenten. Maar als die niet willen, houdt het op.’ Mochten Zeevang en Edam-Volendam samengaan, dan ontstaat een gemeente van 34.000 inwoners. Ver onder de norm van het kabinet. Heerschop: ‘Te decentraliseren taken gaan onze neus dan wellicht voorbij. Maar we houden nu vast aan het spoor waar we op zitten. Kabinetsplannen of niet. Het gaat ons om kwaliteit, niet om kwantiteit.’
Toekomst
De kabinetsnorm speelt wel een rol bij de discussie over de toekomst van Schijndel (23.000 inwoners), aldus Betty van den Oetelaar, fractievoorzitter van het CDA, de grootste coalitiepartij in Schijndel. ‘Het voornemen van Den Haag om te decentraliseren boven de 100.000 inwoners zit wel degelijk in ons achterhoofd.’ Net als Zeevang kan Schijndel zijn taken nu nog aan en heeft het zijn financiën op orde. ‘Maar verdere decentralisatie zet druk op gemeenten. Ik maak me daarover voor de toekomst wel zorgen; hebben we daar wel voldoende capaciteit en deskundigheid voor?’
Die vraag speelde overigens al veel langer in Schijndel. De gemeente werkt op veel gebieden samen met Boxtel, Haaren, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode en Vught, met elkaar de zogeheten Meijerij-gemeenten. Van den Oetelaar: ‘Wat mij betreft, hadden we fusie van deze zes gemeenten onderzocht. Dan ben je robuust genoeg voor de toekomst.’ Maar zoals het er nu naar uitziet, willen vier van die gemeenten niet fuseren, alleen samenwerken. De raden van Schijndel en Sint-Oedenrode (16.000 inwoners) onderzoeken momenteel de mogelijkheden voor samengaan. Van den Oetelaar is optimistisch: ‘Qua inwoners lijken deze gemeenten op elkaar. En ook op bestuurlijk vlak zie ik overeenkomsten: we hebben dezelfde ideeën over de aanpak van vraagstukken bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, maatschappelijke taken en industrieterreinen.’
Mochten de raden eruit komen, dan ziet Van den Oetelaar weinig problemen meer voor fusie. ‘Klopt dat, dan gaan we fuseren.’ Maar ook dan houdt Schijndel zijn ogen goed open voor eventuele andere fusiepartners. ‘We sluiten geen andere fusiepartners uit. Bijvoorbeeld Veghel (37.000 inwoners) is een gemeente die er ook bij zou passen. Dan praten we wel over de toekomst.’ En de andere vier Meijerij-gemeenten mogen zich wat haar betreft bedenken.
Laconiek
Het advies van Groesbeek (19.000 inwoners), Millingen (6500 inwoners) en Ubbergen (9500 inwoners) voor samengaan ligt momenteel bij Gedeputeerde Staten van Gelderland. Samen 35.000 inwoners, onder ‘de Plasterk-norm’ dus. Wethouder Sjaak Thijssen (Groesbeekse Volkspartij): ‘Onze plannen voor herindeling per 2015 dateren van vóór dit kabinet. Maar de drie gemeenten hebben er laconiek op gereageerd. Wij worden niet warm of koud van de waarschuwing straks wellicht niet voor vol door te gaan.’ Het was overigens niet Den Haag, maar de provincie Gelderland, die Groesbeek op het spoor zette van fusie. Zij verzocht Groesbeek te fuseren met Millingen aan de Rijn, dat structureel financiële en bestuurlijke problemen kent (zie VNG Magazine nr.1 van 2011). Die gemeente is sinds 2011 artikel 12-gemeente.
Eerste stap
Groesbeek doet sinds drieënhalf jaar de ambtelijke taken van Millingen. Dat als eerste stap naar samengaan. Thijssen: ‘Daar hebben we natuurlijk wel een tijd over nagedacht. Wij kunnen onze taken prima aan en zijn financieel behoorlijk sterk. Problemen door bijvoorbeeld tegenvallende opbrengsten van grondexploitatie kennen we niet.’ Fuseren met een artikel 12-gemeente lijkt natuurlijk niet aantrekkelijk. ‘We hebben onderzocht wat de consequenties zijn voor de gemeentelijke belastingen wanneer we het subsidieniveau van Groesbeek aanhouden in de nieuwe gemeente. Dat zou niet leiden tot belastingverhoging.’
Daar komt bij dat ook Ubbergen bereid bleek op te gaan in de nieuwe gemeente. ‘Dat scheelt een stuk, maar we hadden graag een nog grotere nieuwe gemeente gehad. Met bijvoorbeeld Heumen erbij en Mook en Middelaar. Dat vanwege de samenhang tussen die gemeenten in dit gebied. Maar beide wilden niet.’ Met die gemeenten erbij was een nieuwe gemeente ontstaan van zo’n 60.000 inwoners. Dat aantal nadert meer de omvang van de gemeente van de toekomst. Thijssen: ‘Wellicht, maar dat speelt hier echt niet.’
Criteria herindeling
Het kabinet heeft de toetsingscriteria voor herindeling in 2011 opnieuw vastgesteld. De drie belangrijkste criteria waaraan voorstellen tot gemeentelijke herindeling worden getoetst, zijn:
- draagvlak bij gemeenteraden, inwoners en regio;
- inhoudelijke noodzaak: kan een gemeente haar taken bijvoorbeeld nog naar behoren uitvoeren?;
- urgentie.
Burgemeester Karen Heerschop (Zeevang) vindt het streven van het kabinet om te komen tot gemeenten met minimaal 100.000 inwoners strijdig met die criteria. ‘Fusies moeten toch van onderop komen? Als de raad, de inwoners of de regio het niet willen, houdt het toch op?’
Daar komt volgens Heerschop bij dat fusies duurzaam moeten zijn. ‘Dus dat je niet vlak na de ene fusie de volgende krijgt omdat je anders niet aan een minimumaantal inwoners komt. Dat schept alleen maar onrust.’ Minister Plasterk kondigde onlangs in een brief aan de Tweede Kamer aan dat hij in mei een nieuw beleidskader voor herindelingen publiceert. Provincies krijgen een sterkere rol om herindelingen in gang te zetten, ook als niet alle her in te delen gemeenten het ermee eens zijn. De minister denkt dat dat nodig is om de decentralisaties van taken op het gebied van werk, jeugdzorg en AWBZ naar gemeenten tot een succes te maken.
‘Plasterknorm volstrekt willekeurig’
‘Waar komt dat getal van 100.000 inwoners vandaan? Was er iemand bij een bespreking die zijn vinger opstak en zei: dát is de minimale omvang van gemeenten?’ Betty van den Oetelaar, fractievoorzitter van het CDA in Schijndel, heeft geen idee waarop het kabinet het getal baseert. Ze is niet de enige.
De ene gemeente functioneert volgens Van den Oetelaar het best met 200.000 inwoners en de andere gemeente heeft het beste bestuur met enkele tienduizenden inwoners. ‘Daarom vind ik dat het kabinet niet zo star van die 100.000 moet uitgaan. 75.000 of 80.000 behoort ook een voldoende omvang te zijn.’ Weliswaar liet minister Ronald Plasterk (BZK) vorige week weten dat die 100.000 geen absoluut getal is, maar het blijft toch hangen.
Net als Van den Oetelaar vindt wethouder Sjaak Thijssen (Groesbeekse Volkspartij) de minimumnorm voor gemeenten volstrekt willekeurig. ‘Het is maar een getal. Neem de omgevingsdienst. Daarin werken we samen met onder meer Nijmegen, dat alleen al 160.000 inwoners heeft. In dat geval is 100.000 echt te weinig om die dienst uit te voeren volgens de kwaliteitscriteria.’
Een norm van 100.000 heeft naar het oordeel van Thijssen op het platteland een negatief effect. ‘Daar is het veel dunner bevolkt dan in de steden. Je krijgt dan enorm grote gebieden, waarbij de afstand tussen burger en gemeente veel te groot wordt. Dan gooi je toch het kind weg met het badwater?’ En ook burgemeester Karen Heerschop (Zeevang) zet haar vraagtekens bij de 100.000-norm. ‘Ik geloof niet dat je cijfermatig kunt bepalen of een gemeente groot genoeg is. Een gemeente hoort een logisch geheel te zijn, de problemen in de kernen van een gemeente behoren aan te sluiten. Dat heeft weinig te maken met een vastgesteld getal.’