Hr. Peter Louter:
Uw permanente bewering dat ik zou hebben gezegd niets af te weten van de gevaarlijke situatie in het Hemeltje is volstrekt onjuist. Ik zal het nog een keer uitleggen voor de lezers van dit forum. Door de heer Bont is middels een advies aan B en W in het begin van het jaar 2000 gewezen op de brandgevaarlijke situatie in het Hemeltje.
Op dat advies heeft B en W wel gereageerd door de betrokken eigenaar aan te schrijven om de voorgestelde maatregelen (bouwkundige) te treffen en wel voor 1 oktober 2000. Toen de eigenaar deze aanschrijving niet had uitgevoerd, zou Bont aan het college hebben moeten melden, dat de eigenaar niet aan de aanschrijving heeft voldaan. Of anders in iedergeval dat aan mij als hopofd van de brandweer moeten melden. Dat heeft hij niet gedaan. Wel is er een brief geconcipieërd door de ambtenaren, waarin de eigenaar wederom werd aangezegd dat hij aan de aanschrijving moest voldoen en dat er een levensgevaarlijke situatie bestond.
Die brief is door de abtenaren ontworpen en aan de wethouder aangeboden, die hem heeft getekend en vervolgens verzonden. Die brief heb ik nooit gezien en met mij de overige drie wethouders. Toen wij na de brand het archief betreffende het Hemeltje in zijn geheel op internet hebben gezet, kwam die brief te voorschijn en stond ik met mijn mond vol tanden. Toen dus Fons Te Poel mij vroeg, of ik op de hoogte was van die brief, kon ik niet anders zeggen dan dat het niet het geval was.
Dat is geen leugen, zoals u maar blijft beweren, maar de waarheid. En toen hij daarvoor op de ambtenaren wees, heb ik dat willen kappen door de uitspraak, waar U maar steeds over valt. Toen ik hoorde, dat de heer Bont dat anders uitlegde, ben ik direct naar zijn huis gegaan en heb hem verzekerd, dat wij hem niet de schuld van de ramp gaven.Vervolgens heeft B en W dat nog eens in het openbaar herhaalt middels een advertentie in het Noord-Holland Dagblad van 9-1-2001 en in de Nivo van 10-1-2001. Daarin hebben wij exclusief gezegd dat niet de ambtenaren, maar wij als enige verantwoordelijk zijn voor de ontstane situatie.
De naam Bont is noch in de intervieuws, noch in de advertenties gevallen. Onze verantwoordelijkheid gold niet alleen Bont, maar alle ambtenaren! Wel vind ik nog steeds, dat Bont het college middels een vervolgadvies had moeten waarschuwen over het niet uitvoeren van de aanschrijving door het Hemeltje of tenminste mij als hoofd van de brandweer, zodat wij in de gelegenheid zouden zijn geweest vervolgmaatregelen te nemen. Het tussen allerlei stukken voegen van een brief ter ondertekening bij een wethouder is niet het college informeren over een door het Hemeltje geweigerde aanschrijving.
Deze hele gang van zaken heeft dus niets te maken met het schoonvegen van het eigen straatje; ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen door op te stappen. Hoewel u deze gang van zaken al lang weet via stukken die door Bont aan uw stichting zijn verstrekt, blijft u maar door gaan met mij te beschuldigen van van alles en nog wat. Ik heb sterk de indruk dat U daarin een genoegen schept. Nogmaals, ik reageer niet voor u maar voor de onwetende lezers, die u steeds maar weer door u "stukjes" misleid.