Naar de inhoud

Karakterkoppen: De laatste IJsselmeervisser van Edam

Bron: Stadskrant

Het moet gezegd: Edam kent geen rijke traditie aan Zuiderzeevissers. Hier werden boten gebouw en in Volendam werd er gevist. Maar Gerard Hetjes vormde een uitzondering op die Edamse regel. Tot zijn dood in 2001 was hij op het IJsselmeer te vinden.

In zijn woning aan het Oorgat, hingen de netten te drogen in de lange schuur naast zijn woning. Toevallig de plek waar nu de hoofdredacteur van de Stadskrant woont, maar dat ter zijde. Hetjes was daarnaast een verdienstelijk muzikant. Onder meer bij de Kaaskapel. Weet u meer over het leven van Gerard Hetjes. Mail ons naar: stadskrant@wxs.nl

“Iedereen hield van Bruin!”

bruin langkemper web

Daar ik een trotse oud-ome-zegger van Bruin ben wil ik graag even enige anekdotes op papier zetten. Bruin stond bekend als een enorme moppentapper met zelf verzonnen moppen en heel Edam hing dan aan zijn lippen. Hij vertelde dat hij op een avond zijn ommetje maakte en er op een weiland met pasgeboren lammetjes een heus wonder voltrok. Er vloog namelijk een grote reiger naar beneden en die hapte zo in een keer zo’n heel lammetje naar binnen. Toen iedereen aandachtig luisterde voegde hij er aan toe dat de vogel meteen twee geitenwollen sokken uitscheitte .Dit leverde weer een enorm lachsalvo op.

Toen Bruin weer eens een aantal van die kleine borreltjes had gehad begon hij die mop dan opnieuw te vertellen. Dan kreeg hij natuurlijk niet meer zoveel aandacht. Dus om origineel te blijven vertelde hij erbij dat de firma Kloosterman (Een bekende Edamse winkel) nu ook zo’n reiger had gekocht. Hij bezat drie grote hokken met duiven op zijn achterplaats op het Oorgat. Het voer hield hij in een grote kelder onder het hele oude ouderlijk huis. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de muizen en ratten ook zijn beste vrienden waren. 52 jaar lang is hij duivenmelker geweest en viel heel vaak in de prijzen. Voor iedereen had deze grote kleine man een goed woord en hij verafschuwde het geweld in de wereld.

Een echte onvervalste vrijgezel die van alle mensen hield en iedereen met U aansprak en iedereen met respect benaderde. Gekscherend had hij het vaak over zijn vrouw. Zij was dan wurmen aan het zoeken op de Afsluitdijk. Hij lachte hier zelf het hardst om en dat maakte je gewoon heel erg vrolijk. Vaak bracht hij een Edammer kaasje voor ons mee en dan nam hij weer een makreeltje mee terug naar Edam. Ook ging deze vrome man zondags naar de kerk en at hij een hapje mee op de Achterhaven bij zijn zuster Guusje (mijn oma dus) en regelmatig werden we dan bezocht door honden die ook op het Oorgat woonden en die dan de soepbotten die uit de soeppan werden gevist kwamen halen. Wat een hond al niet aan afstand aflegt voor een soepbot.

In ieder geval zullen we Bruin altijd blijven missen al was het alleen maar om hem bezig te zien bij de vele eenden en zwanen die hij voerde aan de Versteeghsingel. De gemeente leverde voer en brood en Bruin stond dat in zijn vrije tijd uit te delen en hij had dan ook vele gevederde vrienden. Als je dan tijdens het voeren aanwezig was dan kon hij zo uit duizend eenden juist diegene aanwijzen die een kunstgebit had. En zo bracht Bruin zijn humor onder de mensen. Altijd tijd voor een grapje en deze man daar moest je gewoon van houden. Bij jong en oud was hij dan ook erg geliefd.

Evert Smit, Volendam

“Niet op het ijs hoor”, aldus Bruin, hartje zomer

ome bruin webIk ben geboren op de Achterhaven 37 A. Ik kijk met weemoed terug naar die tijd die ik daar als kind heb doorgebracht, waarbij ook Ome Bruin Langkemper in voor komt. Geen familie, maar in mijn tijd noemde je vaak oudere mensen ‘Ome’ en ‘Tante’. Ik herinner Ome Bruin als de man op klompen die altijd een tas met voer aan zijn fiets had hangen om de eenden en vogels te voeren. Ome Bruin floot dan zijn bekende deuntje en de eenden kwamen dan aangevlogen, een prachtig gezicht! Hij kon lezen en schrijven met de eenden. Hij pakte ze af en toe op, zodat je ze dan als kind van dichtbij kon bekijken en aaien. Ome Bruin gaf de eenden ook vaak een naam. Zo van; dat is Piet en dat is Kees. En dat is Truus en dat is Nel, maar de volgende dag kregen de eenden weer een andere naam. Daar moest ik als kind ook hard om lachen.

In de winter als het streng had gevroren en de Achterhaven dicht lag en het gemaal aan het begin van de Achterhaven, ter hoogte van Ome Cees Roos (ook zo’n prachtige man) uit was, hakte Ome Bruin altijd een groot wak voor de eenden. Ook was Ome Bruin goed in grappen maken. Zo zei hij in de zomer; niet op het ijs hoor! want het dooit. En in de winter zei hij; ga je nog zwemmen ? Waar Ome Bruin dan het hardst om moest lachen. Mooie herinneringen uit mijn jeugd aan een prachtige lieve man en een echte dierenvriend.

Noël Dompeling

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.