Achter de tuinpoorten van Spinnekopmolen 1
Er is een klein stukje in Edam waar het formaat van de tuinen uniek genoemd kan worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hier een paar fanatieke tuinders wonen.
Op de hoek woont Roelien Peters, ze kent naar eigen zeggen geen Latijnse benamingen van planten, maar geniet daarom niet minder van haar tuin.
Sinds wanneer wonen jullie hier?
“We zijn hier 26 jaar geleden komen wonen. De tuin was een flinke klus om aan te leggen, er was toen nog niets hier. Een paar dingen wist ik vooraf al zeker, dat ik bijvoorbeeld een grote vijver wilde hebben. Omwille van de kleinkinderen hebben we de vijver eruit moeten halen, als ze wat groter zijn, wil ik die absoluut terug hebben. Ik zou ook nog wel een tuinhuis willen, gewoon omdat ik dat sfeer verhogend vind.”
“Ik was heel blij met het feit dat ik een grote tuin kreeg toen ik hierheen verhuisde. Dit blok was een voorbeeldstuk voor de wijk, daarom zijn de tuinen zo groot. Daarbij heb ik een hoekhuis, rondom heb ik 330 m2 grond, zeker voor de nieuwbouw is dat uniek. Dat zullen ze tegenwoordig niet meer zo snel doen.”
Hoe zou je de tuin omschrijven?
“Het is een wilde tuin. Het is af en toe een warboel, maar we doen ons best. Ik hield altijd al van de tuin, ik ken niet alle Latijnse namen, maar het groeit, het bloeit en ik geniet ervan. Ik tuinier op mijn manier. Ik knip mijn berk bijvoorbeeld als een parasol. Dat vind ik leuk, het is creatief, groen, gek en artistiek verantwoord, het past bij me. Net als de heg hier, sommigen verklaren ons voor gek, maar ik vind deze oplossing creatief.”
Wat is er met de heg aan de hand?
“De heg hebben we geplant toen we hier kwamen wonen, als afrastering. In totaal is het meer dan 48 meter. In de jaren dat we hier wonen, is de heg veel te breed geworden en op last van de gemeente moeten we nu indammen. In het midden is de heg bovendien halfdood. Dus we moesten wat doen, alleen wat. Om nu een nieuwe schutting te plaatsen, zien we niet zitten, dus wat zijn we aan het doen? We gaan met het handje, takje voor takje alles afsnoeien tot de stam; tot alles op de juiste hoogte en dikte is.”
En hoe dan verder?
“De stammen gaan we als schutting gebruiken. We gaan het aanplanten met klimplanten zoals hedera, kamperfoelie en blauwe regen. Binnen twee jaar moet dan alles begroeid zijn. We zijn aan de voorkant begonnen, de zijkant is rondom gedaan en nu nog de boven- en binnenkant. Ik hoop voor het einde van het jaar klaar te zijn. Iedereen vindt het een ontzettend creatieve oplossing. Het staat ook best grappig. Als het straks helemaal begroeid is, zie je er niets meer van. Het is een mooie oplossing en ik kom niet meer op gemeentegrond.”
Wat is je favoriete plek in de tuin?
“Hier vlak voor de deur, dat is een zalige plek. Je kunt de hele tuin doorkijken ik denk dan: wat zit ik toch lekker, je hoort de vogels en dan ben ik helemaal tevreden.”
Op welk moment is de tuin het mooist?
“De tuin is nu uitgebloeid, maar nog wel leuk om te zien. Het voorjaar is alles op z’n mooist. Als het een beetje knap weer begint te worden, pak ‘m beet eind mei, zit ik echt te genieten. Alles is dan vers en groen. We hebben natuurlijk een prachtige zomer gehad maar voor de tuin was minder. De platen zijn half verbrand en verschroeid. Het begint al aardig herfstig te worden.”
Op welke plant in de tuin ben je het meest trots?
“Hij is heel gewoon, maar ik ben er toch heel erg trots op: mijn achterlijke dennenboom achter in de tuin. Die heb ik ooit in een potje gekocht, daar begon hij uit te groeien dus heb hem zo in de tuin gezet en inmiddels komt hij tot ver boven de eerste verdieping. Voor de rest heb ik niet veel bijzonders, ik heb er heel vaak allemaal planten ingespit, maar op de een of andere manier verdwijnen die weer. Omdat ze niet aanslaan of omdat ik niet lief genoeg ben. Alleen het zevenblad hou je over.”
Wat vind je het leukste om te doen in de tuin?
“De groene bakken vullen, gewoon het onderhoud. Een middag lekker in de tuin aan het werken, oude dingen weghalen en alles mooi maken. Ik doe ook alles zelf, tot en met het tegels leggen, wat weer nodig moet gebeuren dankzij de mollen. Uren in een zonnestoel zitten, daar heb ik geen geduld voor. Zelfs al regent het pijpenstelen, dan duik ik nog de tuin in.”

