Willem heeft de moeite genomen om ons aller NIVOO’tje van deze week uit de oud-papierbak van Meester Beumer te vissen om het artikel van de heer Karhof nog eens te lezen. En Willem is echt – om maar weer het modewoord uit de kast te halen – ‘flabbergasted’. Hij begrijpt nog steeds niet, waarom de webmaster de pennenstreken van de heer Karhof van zijn website moest halen. Hij vindt het trouwens ook jammer dat de webmaster – vooral omwille van de lieve vrede denkt hij – dat heeft gedaan. Willem houdt af en toe ook wel van een relletje. En hij had graag willen meemaken wat er zou zijn gebeurd als de webmaster het artikel had laten staan.
De heer Karhof een beetje kennende kon Willem in eerste instantie niet geloven dat deze zo naïef was te denken dat zijn artikel alleen in Volendam zou worden gelezen, zoals ons aller Snaartje en Peter :) Louter wel direct geloofden. En nu dat inderdaad het geval blijkt, kan Willen helemaal niet begrijpen waarom hij het artikel in een paniekreactie dan nog heeft laten weghalen. Want als wat de aandacht trekt dan is dat laatste het wel. Dat zijn artikel nu in de Zeevang van hand-tot-hand gaat en uitputtend wordt besproken, is volgens mij zo goed als zeker. Daar hebben onze Noorderburen nu wel voor gezorgd.
Deze kennen ons wel; zij weten dat ‘de soep nooit zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend’. ‘In the end’ blokkeren Volendammer raadsleden immers bijna nooit de wensen van hun buren als die gevoelig liggen in Edam en vooral niet als die nog te betalen zijn. De meeste raadsleden uit Volendam zijn nu eenmaal niet zo bedreven in politiek voeren, alle leggen het tegen de raadsleden uit Edam ver af in het debat, ze bereiden zich niet of nauwelijks voor en – dit vooral – alle mijden het echte conflict als ze niet ‘en bloc’ kunnen optreden en hun voormannen het woord kunnen laten voeren. In combinatie met de houding van ‘zij-zijn-groot-en-ik-ben-klein’ van onze Edammer raadsleden, halen die ‘heel wat binnen’ voor Edam. En behartigen en passant ook de gemeenschappelijke belangen, samen met het CDA en VVD. Want ja. Partijtje tachtig met – terecht of niet terecht – een wat PVV-achtige uitstraling wordt volgens mij in andere gremia, als bijvoorbeeld de provincie, gemeden als gesprekspartner. En zeker niet als serieus gezien. Een artikel als dat van de heer Karhof en de door hem opgeworpen discussie over de naamgeving wordt – ook al dan niet terecht – als exposé daarvan gezien.
Maar ja. De Edammer raadsleden willen nog meer. Vooral de dogmatici onder hen. En houden van status en macht. Genieten van het aanzien dat het hen geeft in Edam. En willen maar al te graag eindelijk ‘de trom slaan’ in en over Volendam en hun hobby’s realiseren. Koste wat kost. En dan is het artikel van Jan koren op de molen. En ze heten de Zeevangers bij hen van harte welkom, tegen iedere prijs. Die zullen zich immers steeds minder op hun gemak gaan voelen bij Volendam. Dit soort acties heeft mede tot gevolg dat de Volendammer partijen – en met name partijtje tachtig – meer en meer geïsoleerd komen te staan. Raadsleden uit de Zeevang zien het volgens mij nu zeker niet meer zitten dat een vertegenwoordiger van hen na de fusie in het college van B&W plaatsneemt. Vooral niet van partijtje tachtig. En als LK zich niet wat meer als eigen partij gaat profileren en niet als bijwagen van dat partijtje blijft opereren, ook niet.
En dat is jammer, nee erg voor Volendam. Vooral als bijvoorbeeld de ‘Vogeltjes-moeten-ook-wonen’ maffia uit Edam dan weer tot leven komt en haar kans grijpt. En dat daardoor een gerechtvaardigd verlangen van onze jeugd en ouderen om in de eigen woonplaats te blijven wonen en te overlijden, al dan niet openlijk, blokkeert. En als daardoor al onze reserves opgaan aan bijvoorbeeld de duurzaamheid-lobby en verder onnodig wordt verklad aan zaken waar we echt niet gelukkiger van worden.
Misschien is de heer Karhof zich achteraf van bewust is geworden dat hij Volendam geen goed heeft gedaan met dit artikel. Jammer. Want een van zijn doelstellingen, misschien wel de belangrijkste, de Volendammer wat minder apathisch te laten zijn voor het belang van gemeentepolitiek en de fusie, raakt door het artikel en zijn reactie erop in combinatie met de naamgevingskwestie, op de achtergrond. En ook een andere kwestie die hij aansnijdt, de grote uitgave voor het multifunctionele centrum in Oosthuizen komt in de verdrukking. Vooral ook als verschijnsel. Ook als die uitgave , gelet op de regelgeving bij fuserende gemeentes, formeel toch geoorloofd blijkt. Ik ga er overigens vanuit dat onze fusiepartner daarop stevig aangesproken zal worden.