Naar een Diaconietuin 2.0!
Het besluitvormingsproces omtrent de Diaconietuin komt binnenkort in een cruciale fase. In januari zal de vereniging Oud Edam hieraan een beslissende vergadering wijden. Graag zou ik een aantal argumenten willen toevoegen aan datgene wat al gezegd is.
Vooruitlopend op wat volgt wil ik nu al melden dat ik een Diaconietuin 2.0 bepleit. Met andere woorden: een versterking van de functie van tuin, die tevens als stimulans kan dienen voor het kwaliteitstoerisme waar we in Edam toch zo voor zijn.
Ik kan me verplaatsen in het bestuur van Oud Edam als het zegt niet al onmiddellijk ideeën van buiten te willen ‘afschieten’. Die ideeën hadden m.n. betrekking op het aanbrengen van een muziektent-in-oude-stijl resp. een plantenkas (vermoedelijk ook in traditionele vormgeving, passend bij een gevoel van vergane glorie). Maar vooral ging de aandacht uit naar de suggestie een hofje te realiseren. Let wel: het gaat om de introductie van iets wat er daarvoor niet is geweest, en dus geen basis heeft in de historische situatie. En ook al zou je de ontwerpen op zichzelf misschien niet als slecht of lelijk willen kwalificeren, toch lijkt het mij wijs daar op zijn minst gepaste afstand toe te bewaren. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol.
W.b. een hofje:
1 - Het acteren als projectontwikkelaar is iets geheel anders dan het besturen van een club als Oud Edam. In die mate dat ik mijzelf daar verre van zou houden. Uiterste omzichtigheid lijkt mij geboden. Ik weet ook niet hoe een activiteit als deze zich verhoudt tot de expliciet geformuleerde doelstellingen van Oud Edam.
2 - Er ontstaat – planologisch gezien – een verdichting waarvan ik mij afvraag of die op die plaats wenselijk is (zog. inbreiding, met nogal wat verkeerstechnische consequenties: toenemend aantal verkeersbewegingen, problematische ontsluiting).
3 - Je grijpt in in een – redelijk kwetsbaar – weefsel waarvan niet te voorzien valt wat de uitkomsten zijn: sociaal, geografisch en esthetisch.
4 - Ook al is een slechtere vormgeving denkbaar: het gevolg is altijd een vorm van aanpassings-architectuur. Op zichzelf al discutabel, maar het is ook de vraag of een historische vereniging hierin een – actieve – factor moet zijn.
5 - Er valt op zichzelf – even los van onderhoud en hangjongeren – veel te zeggen voor het behoud van ons Central Park. Niet alleen om het simpele feit dat het bestaat, maar juist ook in deze vorm: een (neo)renaissancistisch vierkant. Dit gaat per definitie verloren wanneer daar door huizenbouw links en rechts wat van wordt afgehapt. Maar vooral ook: altijd moet de vraag zijn of dat wat je terugkrijgt beter is dan wat er was (en dat is in kwesties als deze maar zelden het geval).
6 - Alles bijeengenomen: ook al is de beoogde vormgeving niet onaanvaardbaar, er loopt altijd een rode draad door het verhaal als geheel, en het is zaak op zoek te gaan naar het uiteinde van die draad. Dat eindje wijs ik per saldo af.
W.b. een muziektent-oude-stijl resp. een plantenkas:
1 - Een uit het niets kunstmatig creëren van een schijnbaar oud product zoals een muziektent-in-oude-stijl (of een plantenkas) is compleet af te wijzen. Tóch al wel, maar helemaal als dat zou gebeuren op instigatie van, of onder verantwoordelijkheid van een historische vereniging. Het is een vorm van volksverlakkerij: doen alsof iets oud is terwijl het dat niet is, gebaseerd op gevoelens van valse sentimentaliteit en nostalgie. Eind 19e eeuw kon dit nog straffeloos (Pierre Cuypers, Viollet-le-Duc), maar er is intussen op het gebied van restauratie-ethiek en aanpalende opvattingen wel wat veranderd.
2 - Als er optredens zijn in de Diaconietuin (waar geen enkel bezwaar tegen is) dan is het opbouwen van een tijdelijk podium geen enkel probleem. Dit is trouwens ook wat regelmatig gebeurt.
3 - Het onderhoud door vrijwilligers van kassen – of volkstuintjes, waarvan ook sprake was – zal hooguit tijdelijk enthousiasme kunnen oproepen.
Alternatief
Laat het naïef klinken, ik wil graag melding maken van een brainwave die mij enige tijd geleden overviel, nl. om Penone hier een project te laten uitvoeren. Deze Italiaanse, wereldberoemde kunstenaar – die al een mensenleven lang het thema ‘boom’ als uitgangspunt heeft – zou een herinnering aan de oude, monumentale, intussen verdwenen bomen kunnen vormgeven. (Van juni t/m september was een omvangrijke tentoonstelling van diens werk te zien in de tuinen van het Rijksmuseum.) Het voordeel zou zijn dat je de plek waar het om gaat extra betekenis en een onvoorstelbare meerwaarde zou geven.
Als er ál een manier zou zijn om in Edam kwaliteits-toerisme een impuls te geven, dan zou dit het wel zijn. Het is van belang te weten dat een optie als deze zich onttrekt aan het historisch bepaald, door de traditie overgedragen erfgoed, maar wel degelijk iets toevoegt, en dat in een vormgeving die de bestaande toestand geen geweld aandoet maar juist – en bij uitstek – respecteert. (Over de financiering heb ik het nu even niet.)
Conclusie: ik pleit ervoor om de park-functie van de Diaconietuin alleen maar te versterken. Op zo’n manier dat het een levende realiteit wordt in ons stadsgezicht, en een trekpleister van niveau.
Hayo Riemersma
Beeldend kunstenaar - kunsthistoricus
