De mensen achter… Gestam Kaasexport BV
Kaas is kaas en dat blijft zo, maar de wereld er omheen staat niet stil. Kaasexport- en familiebedrijf Gestam mocht deze maand haar honderd jarig bestaan vieren met een toekenning van het predicaat Hofleverancier. Het bedrijf rijpt, verpakt en exporteert kaas over de hele wereld, maar wat dat werk nou precies inhoudt en hoe dat in de jaren veranderd is, vertellen de mannen uit het pakhuis.
Wat doen jullie hier precies?
Dennis: “De dagelijkse gang van zaken bestaat uit het onderhouden van de kaas, dat betekent keren, plastificeren en controleren op schimmel. Daarnaast zijn we druk met het exportklaar maken van de kaas, dan gaat er een doos of etiket omheen en kan het verstuurd. Als een order binnenkomt, kijken we wie wat gaat doen, op die manier zorg je ervoor dat niet iedereen elke dag hetzelfde doet.” Jeroen vult aan: “Je hebt een kaas zeven of acht keer in handen tussen het moment dat ze binnenkomen en weer weggaan.”
Aan de Voorhaven hebben jullie ook nog pakhuizen, wat doen jullie daar?
Dre: “De eerste achttien maanden rijpen de kazen in het pakhuis aan de Beitelstraat, kazen die ouder worden, gaan naar de Voorhaven. Als de kaas klaar is, worden ze hier weer naar toe gebracht met de pendeldienst om verstuurd te worden. Hier is het natuurlijk modern, daar niet. Het keren en plastificeren moet met de hand, waar we aan de Beitelstraat voor de meeste soorten een robotlijn voor hebben. Omdat de kazen ouder zijn, verdampt er minder vocht en zijn er minder behandelingen nodig.”
Dre werkt er met 36 jaar het langste. Wat is de grootste verandering geweest?
“Dat we naar een nieuw pand zijn verhuisd en het een beetje moderner is geworden. Voorheen werkten we op hoge zolders, trappetje op en trappetje af. De kaas kwam los binnen en werd via een ton aan een lier het pakhuis in gebracht. Het klimaat in het pakhuis kon natuurlijk niet optimaal worden beheerst, als het vroor met oostenwind, droogde de kaas te snel uit. Wij moesten dan gieters water uitschenken over de planken. In de zomer gingen de ramen open zodat de hitte van overdag weer kon ontsnappen. Als het heel heet was moest je meer keren, omdat de kaas meer vocht verdampte. Het zweet stond op je rug en de kazen glibberde tussen je armen.”
Het nieuwe pand bevalt dus?
“Ik werkte vroeger in de Oost, aan het einde van de Voorhaven, daar waren we alleen maar bezig met onderhoud, nu heb je meer verschillende taken en het werk is minder zwaar, ik ben er wel blij mee.” Dennis vult aan: “Aan de andere kant ben je natuurlijk wel een zootje sfeer kwijt. Daar in het centrum zag je van alles gebeuren, hier is het een dooie zooi.”
Dennis vervolgt: “De productie gaat nu ook een stuk sneller, je kan veel meer doen. Hier ben je aan het knallen en vroeger kon je nog wel eens een ouwehoertje maken, het was heel gemoedelijk.” Gerard: “De tijd was anders, je deed andere klusjes tussendoor, een raam schilderen of een duivenhok schoonmaken. Je kon ook goed geintjes uithalen, het pakhuis kraakte aan alle kanten, maar Kees kon zo lopen dat je hem niet hoorde aankomen en stond dan ineens achter je. Of iemand stak plotseling een hand door een stelling of legde zijn hoofd op een plek van een kaas op de plank. Ook voor de dames op kantoor was het anders, als ze de bellen hoorden van het stadhuis, gingen ze even kijken wie er ging trouwen. Het is niet meer wat het was, de tijd is anders, het werk is anders.”
Veel mensen hebben hier hun eerste baan gehad
Gerard: “Half Edam heeft hier gewerkt”. Dennis: “Ik heb allerlei verschillende gasten voorbij zien komen, in de goede en slechte zin van het woord. Jongens die slecht een baan konden vinden, konden altijd bij Kees terecht. Hij was heel sociaal en wilde iedereen een kans geven. Gerard: “Kees kon met iedereen.” Dennis vervolgt: “Nu zijn er minder wisselingen, we hebben wel een paar jonge gasten erbij, maar de meesten blijven langere tijd. We vinden het allemaal doodzonde dat Kees er niet meer is, dat was gewoon een goede kerel.”
Vanaf 1956 waren de neven grote Joh en kleine Joh samen de directie, in 1981 overgenomen door Kees Schardam die in 2008 werd opgevolgd door zijn kinderen Mirjam en Stefan, merken jullie grote verschillen?
Dre: “Oh ja, opa deed het anders, Kees deed het anders en Mirjam en Stefan doen het ook weer anders. Stefan zie je bijna niet, die zit vooral op kantoor en moet meer delegeren. De mensen werken nu zelfstandiger, maar dat komt vooral door de tijd die veranderd is, dat moet ook wel omdat je anders niet meer kunt meedoen.” Dennis vult aan: “Kees had minder met de computers, die was liever in het pakhuis. Zijn stofjas zat vol met papiertjes en zo deed hij zijn werk.”
Tijden veranderen, was dat de belangrijkste reden om in 2002 naar een nieuw pand te gaan?
Dennis: “Als het aan Kees had gelegen zouden we nog daar hebben gezeten, maar ik weet niet of je dan de honderd jaar zou hebben gehaald. We moeten met de tijd mee en dat betekende deze kant op. Als het stil staat, houdt het op.”
Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
