De ontembare vechtlust van Erik Günther
Een crash met bijna 200 km per uur maakte mei 2016 abrupt een einde aan de veelbelovende motorsportcarrière van Erik Günther. Zijn verwondingen waren dusdanig ernstig dat het er naar uitzag dat hij niet meer normaal zou kunnen lopen, laat staan sporten. Hij was het hier niet mee eens en toonde aan wat betekent om een sporter te zijn: nooit opgegeven. Een kleine twee jaar na zijn ongeluk speelt hij in de Nederlandse selectie van het paralympisch zitvolleybal en wil deze zomer naar het wereldkampioenschap.
Het was 15 mei 2016, de derde race samen in een zijspan met Jarno Bouius in het ONK Zijspannen toen het noodloot toesloeg. Hiervoor had Erik als solo coureur gereden op een Suzuki 600, maar door een onfortuinlijk seizoen waarin alles tegenzat en waarbij een dure machine slechts vier keer op de baan was gekomen, besloot hij een samenwerking aan te gaan met een andere coureur als bakkenist, of bijrijder, in een zijspan.
Hard einde
Erik Günther vertelt: “We hoorden we dat Jarno een bijrijder zocht. Het klikte eigenlijk meteen en we reden al snel in de punten. De derde race van het seizoen was in Oss, een stratencircuit waar we allebei niet echt fan van waren. Vooraf hadden we afgesproken niet voluit te gaan, maar na drie ronden gaat het met bijna 200 km per uur mis. De zijspan breekt uit naar de binnenkant, Jarno probeert te corrigeren waardoor we de andere kant op uitbreken. We komen terecht in een greppel en ik word afgeschoten. Met mijn hoofd ben ik op de zijspan gevallen, ben buitenwesten geraakt en waarschijnlijk op mijn linkerbeen terechtgekomen. Dat is waar mijn carrière in de motorsport eindigt.”
Verbrijzelde rug
De coureur werd direct afgevoerd naar het Radboud ziekenhuis in Nijwegen waar een arts werkzaam is gespecialiseerd in gecompliceerde rugletsel. “Een deel van mijn rug was verbrijzeld, mijn wervel lag in negen stukken en in mijn been was alles kapot wat je kapot kan hebben. De doctoren zeiden dat ik waarschijnlijk niet meer normaal zou kunnen lopen of sporten. Na twee week ben ik naar huis gebracht waar ik tien weken in een ziekenhuisbed heb gelegen. Vervolgens heb ik een maand intern in het revalidatiecentrum Trappenberg in Huizen gezeten.
Hier kwam de ambitie voor de sport terug en nam ik het besluit dat ik een triatlon wilde gaan doen, dat is mijn ogen de ultieme vorm van sport omdat je op drie vlakken sterk moet zijn. Ik zou dan voor een paralympische afstand gaan: 500 meter zwemmen, 21 km fietsen en 5 km hardlopen en ik had me meteen ingeschreven voor een wedstrijd op 8 juni. Een paar dagen voor dat ik van start zou gaan moest ik helaas concluderen dat dit te snel was, net een jaar naar mijn ongeluk was vooral het hardlopen te zwaar. Mijn enkelgewricht heeft veel blijvende schade opgelopen. Uiteindelijk is het me wel gelukt om een triatlon te doen.”
Nieuwe keuzes
Dit was voor Erik geen reden om op te geven en hij nam contact op met de triatlonbond die hem doorverwees naar de paralympische talenten-dag van NOC*NSF waarbij hij aan verschillende disciplines kon deelnemen. Erik: “Uiteindelijk kreeg ik vier sportbonden uitnodigingen: roeien, wielrennen, zitvolleybal en triatlon. Ik trainde al mee met de triatlonbond en ging ook meedoen met de trainingen van zitvolleybal. Eindelijk werd de keuze tussen deze twee sporten gemaakt door een arts in het AMC die vertelde dat als ik zou doorgaan met hardlopen, ik over twee jaar geen enkel meer heb. Ik moest stoppen met triatlon, jammer, maar ik ben me volledig gaan richten op zitvolleybal en werd al snel bij de Nederlandse selectie gevraagd. Ik speel ook voor een club in Haarlem en Almere. Hopelijk kan ik deze zomer deelnemen aan het WK. Het eindelijke doel is de paralympische spelen in 2020 in Tokyo.”
Het mooiste wat er is
De liefde voor de motorsport roest niet zomaar. “Als ik morgen zou kunnen wegrijden, zonder de risico’s die ik nu wel heb, zou ik dat zo doen. Met 200 km per uur glijdend een bocht aansnijden op een circuit, het liefste als het regent, is het mooiste wat er is. Ik weet de gevolgen van het ongeluk, zoiets wil je nooit meemaken, maar ik heb er geen spijt van. Ik ben dan gestopt met motorsport, maar de liefde voor sporten is gebleven en volleybal kan een groot deel van het gat vullen. Vanaf mijn 14de weet ik niet beter, of alles staat in het teken van de sport.”
Levensbepalend
Het is vooral het doorzettingsvermogen en de vechtlust van Erik die bewonderingswaardig zijn te noemen. “Ik had er geen vrede mee dat ik niet meer normaal zou kunnen lopen of sporten. Ik ben een sporter in de zin dat ik wil winnen en de beste zijn, mijn prestatiedrang heeft me enorm geholpen tijdens het revalideren. Voor mij is het zelfs levensbepalend geweest. Nu kan ik in de basis net als ieder ander gewoon mijn ding doen.
Mijn leven zoals het was is niet meer mogelijk, het doel is dan om zo goed mogelijk te kunnen leven. Natuurlijk geloofde weinig mensen mij toen ik in een ziekenhuisbed lag en zei dat ik een triatlon ging lopen, maar ik geef nooit op. Het is de wil om het te gaan doen en het dus ook gewoon te gaan doen. Dat is zeker voor een deel ook naïviteit, maar ik ben liever naïef dan bitter.”
