Jari, Gerry en Dion Vlak hopen ooit samen in FC Volendam 1 te spelen
In de tijd dat grote gezinnen meer gewoon dan uitzondering waren, gebeurde het voor het laatst: dat (zelfs meer dan) drie broers in het eerste van Volendam speelden. Halverwege de vorige eeuw – de dorpelingen speelden nog niet in de net opgerichte profcompetitie – waren dat de broers Klaas, Evert, Thoom en Hein Smit (de Kip). Sindsdien behoorden regelmatig twee telgen van één gezin tot de selectie van FC Volendam en in het laatste decennium waren daar de drie Piertjes, drie Platjes en drie Keizertjes. Buitengewoon talentvol, maar met z’n drieën afzonderlijk of gezamenlijk in het eerste van de FC, dat lukte niet. Een nieuwe kans gloort aan de horizon. Gerry (22), Jari (19) en Dion Vlak (16). Kleinzoons van oud eerste elftal-speler Gerrie Vlak. De één is basisspeler, de ander klopt aan de deur en de jongste is onderweg. Waar kan zoiets nog? Precies, in Volendam.
Het is dinsdagavond, Champions League-avond. Op de achtergrond ontvangt de Oude Dame de Koninklijke, oftewel Juventus-Real Madrid. Veel voetbal op het menu dus. De aftrap van het interview is ook precies om 20.45 uur.
Het is geen sinecure om de broers en hun ouders aan één tafel te krijgen op hetzelfde tijdstip, met al die verschillende trainingsmomenten en wedstrijden, voor de oudste zelfs twee per week. Niet zo gek dat vader (André) en moeder (Miranda) afgelopen weekeinde in Emmen bleven slapen, aangezien Gerry (met het eerste) en Dion (Onder 17) daar vrijdagavond en zaterdagmiddag een uitwedstrijd speelden. Daar Jari geschorst is, misten ze diens wedstrijd deze keer niet.
,,Maar het liefst ben ik overal bij”, zegt André, die zelf ook potentie had. ,,Ik mocht op een gegeven moment meetrainen met de voormalige B1 met spelers als Tom Sier, Edwin Zoetebier en René Binken. Ik voelde dat ik sterker werd, maar die jongens waren beter dan ik. Naderhand heb ik die beker eigenlijk aan me voorbij laten gaan, ging er niet vol voor. Ik studeerde en werkte in de viswinkel. Als ik een keer vrij had, stond ik met het water in mijn mond te kijken. Ik heb er ook spijt van gehad dat ik de poging niet gewaagd heb. Jan Brouwer, destijds hoofdtrainer, zou me overhalen, maar ik heb het niet gedaan.”
,,Ik had scorend vermogen, maar was geen grote voetballer. Mijn vader had het koppen als handelsmerk en ik trainde daar veel op. Ik was niet snel. Ik heb nog wel oud-voetballer Wim Kras als trainer gehad, een fantastische trainer. In die tijd, de C2, kwam mijn vader vaak kijken en als ik dan wel eens uit vermoeidheid met mijn handen op m’n knieën rustte, dan hoorde ik ‘rechtop!’ vanaf de zijkant klinken.”
Klik hier voor het hele artikel op de site van de NIVO.
